Iedereen kende iedereen

A dance to the music of time, vrijdagavond, Ned.3, 21.03-22.00u.

Toen in 1975 het slot verscheen van A dance to the music of time, de twaalfdelige romancyclus van de Engelse auteur Anthony Powell, schreef recensent Adriaan van der Veen in deze krant: “Het wachten is nu op een grote televisiebewerking van deze 'tijdsmuziek' over het Engeland van '20 tot nu.”

Dat wachten heeft lang geduurd, want hoewel Van der Veen het natuurlijk bij het rechte eind had - zo'n panoramisch epos leent zich bij uitstek voor een schilderachtige verfilming - schrok menigeen terug voor de omvang van het werk: vele tientallen personages van wie er heel wat op de voorgrond treden, en een bedaarde, uiterst gedetailleerde verteltrant die zich lastig laat comprimeren zonder te veel van de sfeer te verliezen. Bij de BBC is het uiteindelijk niet gelukt, maar bij het concurrerende Channel Four tenslotte wel. De ontvangst, vorig najaar, was overwegend positief. En vanaf morgenavond is de serie ook hier te zien.

In de bewerking van scenarist Hugh Whitemore en regisseur Alvin Rakoff ontvouwt A dance to the music of time zich als een onderhoudende mengeling van Brideshead Revisited en Glittering Prizes, vol anecdotische scènes die een beeld oproepen van het Engelse studentenleven naar klassieke snit, de etiquette van de hogere kringen en de subtiele, maar doorslaggevende verschillen in afkomst en welstand. Naast de vele jongere acteurs duiken in deze somptueuze verfilming telkens ook de cracks op die hun hand niet omdraaien voor zo'n verfijnd stukje karaktertekening: Edward Fox als een ietwat verloederde oom, Alan Bennett als toegewijd Oxford-docent en zelfs de leeftijdloos geworden John Gielgud als charmant romancier.

Het lijkt alsof er nooit iets zal veranderen in deze aristocratie. “Everybody seems to know everybody else,” merkt de verteller op tegen een studievriend. En diens typerende antwoord luidt: “Well, they do, that's just the way it is.”

Eén figuur komt gaandeweg steeds vaker in beeld: de niet tot deze kringen behorende student Widmerpool, een soort Billie Turf die achter zijn ziekenfondsbrilletje het oog strak gericht houdt op een maatschappelijke carrière en daarmee de belichaming wordt van een ander, zakelijker Engeland. In hem toont Powell in de loop van zijn vertelling wat er sinds de jaren twintig is veranderd: terwijl de upper class dacht feestvierend de functies te kunnen blijven verdelen, kwam langzaam maar zeker steeds meer macht in handen van de zich opwerkende middle class.

“Enigszins tot mijn verrassing” stelde de nu 92-jarige Anthony Powell vorig najaar tegenover het blad Vanity Fair vast, dat de ingrijpende bewerking hem wel was bevallen. “Het lijkt mij tamelijk in orde,” zei hij. “Ik denk dat ze het zo goed hebben gedaan als in dit medium maar mogelijk is.”

Overigens zal het voor de Nederlandse kijker niet eenvoudig zijn het verhaal onmiddellijk binnen te dringen. De oorspronkelijke dosering bestond uit vier afleveringen, die elk twee uur duurden - in totaal acht uur film, waarin de gebeurtenissen uit twaalf boeken moesten worden samengebald. Elke aflevering is door de VPRO echter in tweeën geknipt. Het gevolg is, dat de niet-voorbereide kijker zich na de eerste aflevering nog steeds kan afvragen wat er nu eigenlijk gaande is. Er was veel moois te zien, maar het is nog nauwelijks mogelijk te bevroeden waar dit allemaal naar toe gaat.

Te hopen is intussen dat de VPRO-stem, die het op zijn Amerikaans over dèns heeft, zijn leven op tijd zal beteren. In deze omgeving van gecultiveerd Engels kan het tweede woord van de titel niet anders dan als dááns worden uitgesproken.