Hoera voor de stakers

ARNHEM. Tijdens de maaltijd, nasi goreng, in hun twee maanden nieuwe Arnhemse woning vertellen Annelies Offermans (27) en Bas Kaak (32) over hun liefde. Hun liefde voor les geven.

Het contact met de kinderen, dat vindt zij het allermooist. Hij houdt van het overdragen van kennis. Ze praten er vaak onderling over aan hun doorzichtige eettafel. Annelies volgde de tweedegraads opleiding wis- en natuurkunde, minder voor het vak zelf dan voor het leraarschap. Haar vader was ook leraar wiskunde. Door haar enthousiasme aangestoken volgde Bas, chemisch analyst bij de waterleiding, 's avonds een opleiding leraar scheikunde. Toch staan ze allebei niet voor de klas. Een loopbaan in het voortgezet onderwijs is ronduit onaantrekkelijk geworden.

Voor Bas is les geven een droom gebleven. Hij kent het alleen van de interessante stages. Toch houdt hij het voorlopig bij zijn huidige baan. Hij herinnert zich nog de bijna overspannen leraren die aan zijn opleiding meededen voor het halen van een extra bevoegdheid op straffe van ontslag. Hij kent de vele verhalen over opgebrande leraren, rusteloze klassen en steeds meer taken. Dan is het in het waterlaboratorium een stuk rustiger, maar hij probeert zijn didactische gaven wel eens uit op collega's die begeleiding nodig hebben.

Annelies heeft na twee jaar de slopende hink-stap-sprong voor beginnende leraren opgegeven. Bij een softwarebedrijf verdient ze anderhalf maal zoveel, waarbij ze de weekeindes en avonden vrij heeft. Het is ook leuk werk, al mist ze de contacten van school. Het geld vindt ze nog niet eens zo belangrijk maar eindelijk heeft ze tijd om haar nieuwe huis en tuin verder in te richten. Omdat het ministerie de werkweken voor leraren en bedragen per leerling tot achter de komma heeft uitgerekend, moest Annelies op verschillende scholen tegelijk les geven.

Tweemaal zoveel vergaderen dus, veel pendelen en telkens andere lesmethoden die ze moest voorbereiden. En dat voor iemand die net begon. Eigenlijk was het niet vol te houden. Soms kwam ze zo'n dag niet aan eten of drinken toe omdat ze bij gebrek aan een amanuensis in de pauze de proeven moest klaar maken. Op die scholen was ze verreweg de jongste. De op een na jongste leraar was meestal tien jaar ouder. Daarboven zaten cohorten vermoeide grijze babyboomers die graag wat uurtjes per week aan haar zouden willen overdoen maar dat van de minister niet mogen.

De basisvorming is niet gelukt in de korte tijd die er voor stond. Toch moeten leraren de volgende twee jaar de Profielen voor de bovenbouw invoeren. Ondertussen gebruiken beleidsambtenaren hun 36-urige werkweek voor de volgende omwenteling, die leraren in hun vrije tijd moeten voorbereiden. Misschien Engels als voertaal voor de bovenbouw? Harold Robbins in plaats van Ronald Giphart voor zelfstudie? Vergeten wordt de catastrofe die zich al aan het voltrekken is. Over vijf jaar is er bijna niemand meer in de scholen om de maatschappij op de nieuwste smaak van Zoetermeer te brengen. Als de oude generatie leraren met vut gaat, zijn er nauwelijks opvolgers. Dan rest de leerlingen een schriftelijk studiehuis op internet met Melkertsurveillanten voor de klas.

Lerarenopleidingen klagen over de geringe aanwas. “Dit jaar hadden wij een verdubbeling in de scheikunde. We zitten nu op twee studenten”, zegt de decaan in de opleiding in Zwolle, G. Dedden. Decaan Herman Beks van de Utrechtse hogeschool meldt dat veel studenten na het afstuderen het onderwijs mijden. Het schoolgebouw staat tussen een softwarebedrijf en verzekerigsgigant in en die weten aanzienlijk beter dan het departement hoe ze de nieuwe afgestudeerden moeten lokken. Gerard van Drielen, bestuurder van de hogeschool Rotterdam, krijgt vaak telefoontjes van scholen die wanhopig vragen of ze nog studenten hebben die les kunnen geven, afgestudeerd of niet. Steeds vaker worden leraren ingezet voor vakken waarin ze niet bevoegd zijn.

Het departement heeft op de noden flitsend gereageerd. Een reclamebureau ontwierp een affiche-campagne. Leraren maken weliswaar geen winst maar ze hebben een glamourvak. “Wie heeft Paul Witteman leren luisteren?” “Wie heeft Duisenberg leren rekenen?” Deze laatste advertentie riep op school veel reacties op: “Wie is die Duisenberg eigenlijk?” Daarna bleef het stil. De schoolbesturen moeten het zelf maar opknappen.

De bonden moeten dus niet staken tegen de schoolbesturen maar tegen het ministerie. Het gaat niet om poen maar om de voortgang van de beschaving. In deze week van de staking hadden minister Ritzen en staatssecretaris Netelenbos een nieuw ideetje: 1,1 miljard extra en onder andere nog meer huiswerk voor de overspannen leraren. Al dat nakijken, voorbereiden, les geven, vergaderen, reorganiseren, inroosteren is nog niet genoeg. De leraar is te suffig. Hij moet iets doen aan zijn employability om mee te komen met de moderne tijd, vinden Ritzen en Netelenbos. Hij wordt het proefkonijn voor de laatste beleidsmode: cursus en bijscholing. Doet hij er niet aan mee, dan vliegt hij eruit.

Deze juichende persberichten waren al achterhaald voor ze in de e-mail gingen. De opvolgers van Ritzen en Netelenbos zullen de leraren moeten smeken om te blijven, employable of niet. Beter dan aan het zoveelste reorganisatietje met onzekere afloop zouden ze die 1,1 miljard kunnen besteden aan fatsoenlijke stoelen, minder lesuren en betere inkomens voor de leraren. Het volgende kabinet behoeft bewindslieden die mensen stellen boven blauwdrukken. Nu moeten we het doen met het goede gesternte en de inzichten van de lerarenbonden. Als de stakers slagen in hun opzet, komen er misschien uit een Arnhemse nieuwbouwwijk twee jonge, begenadigde leraren bij.