Fondsen willen macht niet uitbuiten

Met miljarden beleggingen in aandelen ligt meer invloed voor pensioenfondsen in bedrijven voor de hand. Hoe organiseren zij meer zeggenschap?

AMSTERDAM, 29 JAN. Nog drie weken, dan houdt voedingsbedrijf CSM, dat zijn beleggers bewust zo min mogelijk invloed geeft, zijn jaarlijkse aandeelhoudersvergadering.

Achter de schermen worstelen de pensioenfondsen, de dominante lange-termijn beleggers in het Nederlandse bedrijfsleven, met de vraag: moeten wij ons op zulke vergaderingen inzetten voor meer zeggenschap en zo ja, hoe dan?

De bijeenkomst bij CSM, een bedrijf waarin pensioengigant ABP 5 procent van de aandelen bezit, is de aftrap voor het seizoen van de aandeelhouders: bijna tweehonderd vergaderingen in ruim vier maanden. Voor de Vereniging van Effectenbezitters, die alle vergaderingen bezoekt, zijn in het seizoen bijna twintig mensen op pad. Willen de pensioenfondsen in gelijke getale uitrukken?

De vergaderingen worden beheerst door de veertig aanbevelingen van de commissie Peters (met managers, experts en beleggers) voor grotere transparantie in de besluitvorming bij de bedrijven, effectiever toezicht op directies door commissarissen en grotere invloed van beleggers. ABP is sinds de omslag in 1996 in zijn beleggingen ten faveure van aandelen, een drijvende kracht achter een actievere opstelling van pensioenfondsen. Voor Nederlandse managers is dat wennen. In Amerika en Engeland is deze corporate governance de laatste tien jaar ingeburgerd. Nederlandse pensioenfondsen hebben vooral naam gemaakt door zich als belegger afzijdig te houden. Als het bedrijfsbeleid niet beviel, verkochten zij hun aandelen op de effectenbeurs.

Nu pensioenfondsen (in de jacht op hogere rendementen) de dominante beleggers zijn geworden, wordt verkopen bij onvrede zinloos.

Het drukt alleen de koers. Zorgen dat de managers bij de les blijven is het nieuwe credo. Dat vertaalt zich in onderwerpen als de hoogte van het dividend, een onafhankelijke raad van commissarissen en uitzicht hebben op de creatie van aandeelhouderswaarde.

Maar hoe breng je dat in de praktijk als ongeoefende pensioenfondsen? Een aantal grote beleggers werkt onder leiding van ABP en het Philips Pensioenfonds al maanden aan de Stichting Corporate Governance. Opschieten doet het niet, maar voor scepsis is geen reden, zeggen nauw betrokken pensioenfondsbeheerders.

De (door topmanagers) gevreesde bundeling van krachten blijft uit. Op papier staat de stichting sterk: meer dan de helft van het vermogen van 700 miljard gulden van de pensioenfondsen staat erachter.

De stichting, die al maanden formeel in oprichting is, heeft vooral een coördinatie-, informatie- en analyserende rol. Welke onderwerpen staan op de agenda van een vergadering? Tegen welke achtergrond moeten de prestaties van het management worden gemeten? Hoe ziet het profiel van de commissarissen van de onderneming eruit? De kosten die hiermee zijn gemoeid, moeten natuurlijk niet uit de hand lopen.

Individuele pensioenfondsen voelen er niets voor om zich bij voorbaat door een woordvoerder te laten vertegenwoordigen op de vergaderingen en aan hem of haar het stemrecht op hun aandelen te delegeren. Zij willen de handen vrijhouden. Sommige zijn stiekem bang dat die ene spreekbuis alle aandacht trekt. Anderen vrezen dat zijn persoon (of het pensioenfonds waar hij werkt) in de media meer aandacht krijgt dan de inhoud van zijn betoog.

Stilletjes voltrekt zich een verschuiving onder de gangmakers achter de Stichting. De pensioenfondsen die voor specifieke ondernemingen werken (zoals Shell, Philips, Unilever) en van oudsher grote aandelenbeleggers zijn, lijken overschaduwd te worden door pensioenbeheerders die voor bedrijfstakken werken en -curieus genoeg- nauwe banden met de overheid hadden. Fondsen als ABP (overheid en onderwijs), PGGM (zorg en welzijn) en SPF/Spoorwegpensioenfonds.

Zij hebben meerdere broodheren en kunnen gemakkelijker een kritische toon aanslaan dan menig ondernemingspensioenfonds. Topondernemers zien collega's bij andere bedrijven niet graag publiek geroosterd worden door het pensioenfonds waar zij zelf medeverantwoordelijk voor zijn.