Fijn is Anders

Arie Groenevelt (71) was in de jaren zeventig de meest spraakmakende vakbondsleider in Nederland. Met uitspraken als 'werkgevers zijn onze natuurlijke vijand' en harde aanvallen op 'de vloek van het kapitalisme' bezorgde 'Arie' menig ondernemer slapeloze nachten. En ook het kabinet-Van Agt liet hij niet ongemoeid: 'ijdeltuiten en non-valeurs'.

Van 1971 tot 1983 zwaaide Groenevelt de scepter over de grootste bond in de marktsector, eerst de Industriebond NVV, en na de fusie met het NKV in 1979, over de Industriebond FNV. Het kritisch denken binnen de Industriebond NVV (“doelstelling is het verwezenlijken van een fundamenteel andere samenlevingsstructuur”) culmineerde in 1974 in de nota 'Fijn is Anders'.

In dit geruchtmakende pamflet wees de bond de kapitalistische maatschappijstructuur af, omdat daarin “niet de gelijkwaardigheid van arbeid de basis en rechtvaardiging is voor het uitoefenen van invloed, maar bezit” en “het najagen van eigenbelang, dat altijd ten koste van anderen geschiedt, wordt bevorderd, zodat uitsluitend de sterken winnen”.

Maar in de loop van de jaren zeventig eiste de economische terugval, ingeluid door de oliecrisis, zijn tol. De werkloosheid liep in hoog tempo op en de industriële kaalslag dwong de bond de bakens te verzetten. Niet langer stonden méér loon en méér zeggenschap voorop, maar korter werken en loonmatiging.

Ook daarin nam de bond van Groenevelt het voortouw, al werd hem dat door zijn achterban niet altijd in dank afgenomen. Groenevelt werd autoritair optreden verweten, hij zou 'Fijn is Anders' hebben verraden. En binnen de vakcentrale FNV, op dat moment onder leiding van Wim Kok, voerde hij felle strijd met de ambtenarenbond AbvaKabo (over de 'koppeling' tussen de lonen van werknemers en ambtenaren) en de Voedingsbond (over de prijscompensatie).

Rond Groenevelts opvolging ontbrandde in 1982 binnen de bond een felle strijd tussen de kandidaten Dick Visser en Johan Stekelenburg. Nog eenmaal won 'Arie' het pleit, al hield zijn favoriet Visser het niet lang uit. Zelf verdween Groenevelt naar de achtergrond. Na zijn pensionering in 1986 wierp hij zich op vrijwilligerswerk in de zwakzinnigenzorg en de recreatiesector.