Fabrikanten putten uit jaren '50 en '60; Nostalgie op Keulse Möbelmesse

De internationale Möbelmesse van Keulen eindigde het afgelopen weekeinde met twee publieksdagen. Voor vele bezoekers moet het een feest van herkenning zijn geweest; voor een enkeling een feest van angst en pijn. In het land dat qua architectuur, design en grafische vormgeving alle gevoel voor het hedendaagse kwijt lijkt, boden de 275.000 m tentoonstellingsruimte een geruststellend perspectief op het verleden.

Voluit graaien Duitse en buitenlandse meubelfabrikanten uit de ruif van de jaren '50 en '60. Op weg naar het millennium overheerst nostalgie, slecht verstopt onder bekleding in opgewekt glanzende pasteltinten of in het bruin en beige dat we in de jaren '70 bij het grootvuil hadden gezet.

Niet de kleinste jongens van de meubelbranche delen de Duitse angst voor de toekomst: B&B Italia, decennia lang de steunpilaar van een goede dure smaak, kwam met lage meubels - banken, zitblokken, tafels - die veertig jaar geleden al in de collectie van de Nederlandse fabrikant Spectrum zaten. Niet dat er iets mis mee is, maar toen Martin Visser zijn banken destijds voor die firma ontwierp, waren ze nieuw en uitdagend. Een wandeling door de stand van B&B voelt als een bezoek aan het huis van een bemiddelde zestiger, die ooit zijn eerste topsalaris uitgaf aan een binnenhuisarchitect en sindsdien tevreden vaststelt dat hij uitstekende waar voor zijn geld gekregen heeft.

Zo glom de hele beurs van zelfgenoegzame tevredenheid. Vonkjes spetterden alleen in de uithoeken. De aluminium stoel en tafel (Duna & Artico) van de Spaanse ontwerper Jorge Pensi, geproduceerd door Cassina (Italië), waren op zijn minst een hoopvol signaal dat dit gerenommeerde bedrijf uit een lange winterslaap dreigt te ontwaken. En de jonge Finnen - onlangs in een interieurtijdschrift samengebracht onder de kop 'Funky Finland' - kunnen met een zekere ironie teruggrijpen op het erfgoed van de Scandinavische bloeiperiode. De presentatie van de groep Valvomo Design in het 'off-programma' van de beurs toonde een staande lamp, de Globlow, die zichzelf opblaast wanneer hij wordt ontstoken. Op een simpele metalen driepoot verschijnt dan een trotse witte ballon, die weer zachtjes inzakt wanneer de lamp gaat slapen. Misschien is een verkoopprijs van bijna duizend mark het enige euvel van de 800 Watt sterke Globlow.

Goed nieuws kwam van de kleine Zuid-Duitse fabrikant Moormann, die halverwege de jaren '80 op de markt kwam met uiterst eenvoudige meubels in hout en metaal. Van meet af aan viel de productie van Nils Holger Moormann op door de hoge afwerkingskwaliteit en zijn eigenzinnige keuze van ontwerpers. Alle sindsdien geproduceerde stukken figureren nog altijd in de collectie, die ondanks de variëteit aan ontwerpers uitzonderlijk samenhangend is. In '95 maakte Konstantin Grcic zijn opwachting met de bibliotheekladder/lessenaar Step. Tijdens de beurs introduceerde Moormann van dezelfde ontwerper de kapstok Hut-ab, een constructie van twee gestapelde driepoten. Opnieuw ambachtelijk onverslaanbaar, understated en functioneel. Geen herhalingsoefening van het recente verleden, maar een vanzelfsprekende oplossing voor een alledaags probleem. Nonchalant en formeel: elk gebruik is mogelijk. En omdat de kapstok vouwbaar is, kan hij desgewenst als een stok in de kast worden gezet.

Vlak voor de Keulse beurs werd bekend dat Moormann nu ook in de Benelux gaat distribueren. Vanuit Veghel (Christel Geerders, 0413-352235) worden producten als de Hut-ab en de verstelbare Deutsche Bank van een jeugdig Duits ontwerpcollectief aan de Nederlandse meubelwinkels geleverd. Meer dan menig andere Duitse fabrikant heeft Moormann daar op dit moment ook werkelijk iets te melden.