Doodvonnis voor daders aanslag op Rajiv Gandhi

NEW DELHI, 29 JAN. Na een rechtszaak van bijna zes jaar zijn gisteren 26 Tamils uit Sri Lanka en India ter dood veroordeeld wegens samenzwering en de moord op de voormalige Indiase premier Rajiv Gandhi.

Gandhi en 16 anderen, onder wie 9 politiemensen, kwamen op 21 mei 1991 om het leven toen een Srilankese vrouw zichzelf met explosieven opblies op het moment dat zij Gandhi bloemen aanbood tijdens een verkiezingstoernee in Sriperumbudur in de Indiase deelstaat Tamil Nadu. De veroordeelden, 16 Tamil Tijgers uit Sri Lanka en 10 Tamils uit India, zullen worden opgehangen, zo bepaalde een rechtbank in de buurt van Madras.

Onder de veroordeelden zijn ook de namen van de drie voormannen van de Tamil Tijgers, die door de Indiase rechter verantwoordelijk werden gesteld voor het beramen van de moord op Gandhi. De drie, onder wie leider Velupillai Prabhakaran, zijn nooit opgepakt en houden zich schuil in het oorlogsgebied in het noorden en oosten van Sri Lanka, waar de Tamil Tijgers al sinds 1983 vechten voor een onafhankelijke staat.

Ze werden aanvankelijk gesteund door India. In 1987 stuurde premier Rajiv Gandhi echter een vredesmacht om de regering te helpen bij de strijd tegen de Tamil Tijgers. De aanslag op Gandhi, op dat moment oppositieleider, werd uitgelegd als vergelding voor het intrekken van de steun.