Docters hoeft niet meer te solliciteren

Mag procureur-generaal Docters van Leeuwen rekenen op een gouden handdruk als hij wordt ontslagen? “De minister moet een prijs betalen.”

ROTTERDAM, 29 JAN. Als minister Sorgdrager de procureur-generaal A. Docters van Leeuwen de laan uitstuurt, heeft de super-PG als ambtenaar recht op wachtgeld. Artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement creëert de mogelijkheid om een ambtenaar op een zijspoor te zetten. Van deze mogelijkheid is in het verleden een paar keer gebruik gemaakt bij het aantreden van een nieuwe minister. Docters zou als topambtenaar - meestal gaat het om het niveau van directeur-generaal maar ook in het geval van een procureur-generaal zou het zo kunnen gaan - na 'eervol ontslag' wachtgeld krijgen en hoeft niet meer te solliciteren naar een andere baan. Voor Docters (52) zou dat betekenen 70 procent van zijn brutojaarsalaris tot zijn 65ste jaar. Dat bedrag is exclusief pensioenpremies en dergelijke.

Wanneer hij echter geen genoegen neemt met deze regeling, bijvoorbeeld omdat zijns inziens de gronden voor zijn ontslag niet deugen, kan hij het besluit aanvechten bij de bestuursrechter (zoals bijvoorbeeld ex-korpschef J.W. Brinkman van Rotterdam heeft gedaan). Brinkman kwam volgens minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) niet in aanmerking voor een gouden handdruk. Brinkman eiste behalve doorbetaling van zijn salaris tot zijn zestigste jaar, vier ton wegens geleden immateriële schade. Maar volgens Dijkstal was er geen sprake van enig onrechtmatig handelen dat geleid zou hebben tot de aantasting van de eer en goede naam van de korpschef.

Volgens advocaat mr. H. Schravenmade van het Maarssense advocatenkantoor Schravenmade & De Koningh, zal Docters van Leeuwen zijn ontslag zeker aanvechten. “En dan wordt het bedrag alleen maar meer en zal de minister bereid moeten zijn de prijs voor zijn opstappen te betalen”, aldus Schravenmade, gespecialiseerd in gouden handdrukken.

Een gouden handdruk voor een PG is geen noviteit. De Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck kreeg eind 1995 een gouden handdruk nadat hij onder druk van minister Sorgdrager was afgetreden. Zijn salaris wordt tot en met zijn 65ste jaar doorbetaald en hij kreeg daarnaast een half miljoen gulden. Van Randwijck stapte op nadat zijn functioneren in de IRT-affaire in 1994 ernstig bekritiseerd werd.