De Groningse crisis

30/31 december 1997: In de Groningse Oosterparkwijk breken 's nachts ongeregeldheden uit. Tientallen jongeren halen met kettingzagen bomen neer. Interieurs van woningen worden vernield en huisraad wordt in brand gestoken. Later is sprake van geweld “met een militaire precisie”. De politie blijft lange tijd afzijdig.

31 december: Burgemeester Ouwerkerk stelt dat de politie te laat ingreep. Hij noemt het optreden “beschamend”. Lokale politici vragen direct om opheldering. Een politiewoordvoerder laat weten dat eerder ingrijpen niet verantwoord was, mede omdat er geen ME'ers direct paraat waren.

2 januari 1998: Gemeente en politie stellen onderzoeken in naar het geweld in de Oosterparkwijk. Ouwerkerk noemt het “onbestaanbaar” dat het “schild van veiligheid” dat de overheid moet bieden in Groningen afwezig is geweest.

6 januari: Een uitgelekt rapport van het bureau Bakkenist over de affaire-Lancée velt een vernietigend oordeel over korpschef Veenstra en over het functioneren van politie en justitie. Ook korpsbeheerder Ouwerkerk en hoofdofficier van justitie Daverschot oogsten kritiek.

7 januari: Veenstra stelt zijn functie ter beschikking naar aanleiding van het uitgelekte rapport en de kritiek op zijn optreden.

8 januari: Veenstra beschuldigt justitie in Groningen ervan het rapport-Bakkenist te hebben gelekt om zo de aandacht af te leiden van het “geblunder” van het openbaar ministerie in de zaak-Lancée.

11 januari: De Politiewet staat ter discussie. Premier Kok overweegt aanpassing om onder meer de competenties van de leden van de zogeheten driehoek van korpschef, korpsbeheerder en hoofdofficier beter te verankeren. CDA, PvdA en vertegenwoordigers van de driehoek zijn tegen.

12 januari: Voormalig hoofdcommissaris Brand van de regio Haaglanden bereid het beschadigde Groningse korps tijdelijk te leiden.

14 januari: Procureur-generaal Steenhuis in opspraak. Hij blijkt een betaalde bijbaan te hebben bij Bakkenist. Sorgdrager, opdrachtgever voor het rapport, laat oud-Kamervoorzitter Dolman een onderzoek instellen. Steenhuis ontkent elke betrokkenheid. Ouwerkerk en Daverschot melden na een gesprek met de politieministers geen reden te zien op te stappen.

15 januari: De Tweede Kamer debatteert over 'Groningen'. De fracties willen voor 1 februari helderheid over herstel van de verhoudingen in Groningen. Ouwerkerk en Daverschot krijgen respijt om intern orde op zaken te stellen. De burgemeester zegt tijdens een hoorzitting over de rellen te zullen aftreden als hij onvoldoende steun krijgt van de gemeenteraad.

18 januari: Oud-commissaris van de koningin in Utrecht Beelaerts van Blokland uit in een rapport forse kritiek op het optreden van Ouwerkerk tijdens de rellen. De burgemeester gaf weliswaar toestemming voor de inzet van de ME, maar liet de zaak verder over aan de politie. Ouwerkerk bleek die nacht geïnformeerd te zijn door de officier van dienst.

20 januari: De meerderheid van de Groningers wil dat Ouwerkerk en Daverschot opstappen, aldus het Groninger Dagblad.

21 januari: Ouwerkerk verdedigt zich “met een goed verhaal” tegenover de gemeenteraadscommissie veiligheid. De burgemeester, die om vertrouwen vraagt en zegt alleen met een ruime meerderheid te blijven, krijgt stevige kritiek. GroenLinks, SP en GPV zeggen het vertrouwen op, de VVD wacht een week met het eindoordeel tot de gemeenteraadsvergadering van 28 januari.

27 januari: Ouwerkerk krijgt brede steun voor zijn plan tot reorganisatie van de politie. Het pakket maatregelen valt ook bij de ondernemingsraad van het korps in goede aarde.

28 januari: Slechts een kleine meerderheid van de gemeenteraad steunt Ouwerkerk. Die houdt de eer aan zichzelf en stapt op. (ANP)