Cafe; Wind, water en veel glas

Café Rotterdam, Wilhelminakade, tel. 010-2908442

Open: dag. 10-01u. OV: metrostation Wilhelminaplein

Zijn er in Rotterdam dan echt geen grenzen aan de groei?

Vroeger kon je hier, als je pech had of geen geld op zak, alleen nog maar achter de laatste RET-nachtbus aanrennen, op weg naar huis uit een stad zonder vertier. Nu is er vertier waar je maar kijkt. Zelfs de haven is veranderd van de centrale plek waar het geld wordt verdiend in de zoveelste plek waar het kan worden uitgegeven.

Bij binnenkomst over de Maasboulevard komt eerst de blik op het Noordereiland en de apocalyptische skyline van de Kop van Zuid, gevolgd door de strenge Willems- en verderop de ongenaakbare Erasmusbrug. Een woud van staal en ijzer. Rotterdam ziet er steeds meer uit als een decor voor een verscheurende speed metal-film van Paul Verhoeven.

Kroon op dat nieuwe Rotterdam is de Kop van Zuid. Als ergens sprake is van eigentijdse Nederlandse 'allure' - een geïnfleerde term waarmee tegenwoordig alles waarmee men zich en masse wil onderscheiden aan de man wordt gebracht - dan toch eerder hier, aan de Wilhelmina-kade, dan in nieuwbouw villaparken met namen als 'Meerwerk' of 'Sluitpost' in Almere of Hoofddorp.

Eerst kwam Hotel New York, hét horeca-succes van de jaren negentig en inmiddels overbekend. Met dit hotel-restaurant op de kade van de vroegere Holland-Amerika Lijn brak Rotterdam eerst goed met zijn stoïcijnse imago van commentaarloze stad. Tot dan toe bestónd Rotterdam simpelweg, maar gaf het geen commentaar op het eigen bestaan. Dat kwam hooguit noodgedwongen ter sprake, in conflicten met rivaliserende steden. Hotel New York daarentegen markeerde het eerste zelf gegenereerde, gesublimeerde commentaar van Rotterdam op zichzelf: een plek waar het 'Rotterdam-gevoel' werd verwerkt in een werelds uitzicht op de wilde, avontuurlijke haven. Waarvan kon worden genoten, in het besef dat Rotterdammers, en hun gasten, zoiets verdienen.

Nu is vlakbij Hotel New York een tweede zeer eigentijdse horeca-mammoet verrezen. Het Café Rotterdam, een initiatief van dezelfde exploitanten die verantwoordelijk zijn voor, onder andere, het succes van de cafés Floor en Dudok, ligt op een flinke speerworp afstand van het hotel, aan dezelfde industrieel-romantische Wilhelminakade. Wind, water en veel glas - alle ingrediënten van de grootsteedse sfeer die eerder hotel New York tot een multi-generationeel en sociaal zeer gestratificeerd succes maakten.

Het Stadscafé, annex restaurant annex partyhuis annex congrescentrum, is gevestigd in de prachtige oude vertrekhal van de Holland Amerika Lijn. Het biedt de bezoeker, vooral op de hogere verdiepingen, een adembenemend uitzicht, dat hem elke gedachte aan zoiets profaans als eten of drinken doet wegpieken als een lastig pluisje. Dankzij de glazen buitenwand, aan de zijde van de rivier, heeft vrijwel iedere bezoeker een spectaculair panorama van de Maas en de psychedelisch paars-blauw-grijs verlichte Erasmusbrug.

Eenmaal hersteld van die kosmopolitische view schiet het de bezoeker te binnen dat eten en drinken onder zo'n uitzicht natuurlijk ook elke hint van profaniteit zal verliezen. Dus toch maar drinken. En dat kan zeer goed in het café beneden, waar het dynamische en toch rustgevende Maas-panorama met je meekijkt terwijl een keur aan alcoholica de revue passeert. Ook eten kan in vele varianten, want het café heeft een rijke keuken onder leiding van chef-kok Meerema, die eerder werkte voor onder anderen Joop Braakhekke. Het restaurant (160 zitplaatsen) heeft bovendien een intiemer en rustiger sfeer dan de eetzaal van Hotel New York, waar het gerinkel van glazen en bestek vier tafels verderop soms beter is te verstaan dan de tafelgenoot tegenover je.

Wil dit nu zeggen dat de Maasstad, met twee zulke mondaine etablissementen, decadent is geworden? Nee. Toegegeven, de stad heeft veel bijgeleerd. Het bruist en fuift er dat het een lust is. Wie nu 's avonds in Rotterdam een kanon afvuurt, loopt wel degelijk kans raak te schieten. En het Rotterdamse idee van culinaire uitbundigheid is allang niet meer de ham-kaas-tosti. Maar een algehele, ongeremde hedonistische inhaalslag zou te veel vergen van de lijzige Rotterdamse psyche, die nu eenmaal flegma combineert met discipline, en die zelfs wanneer de eigenaar op de dansvloer zo strak staat als een pianosnaar van de pillen, nog prijs stelt op een zekere dosis 'normaal doen'. Feesten mag, maar het blijft gebeuren binnen de sentimentele maar harde parameters van de Rotterdamse geest.

Geen wonder, want uitkijken op de Maas vanaf de Kop van Zuid heeft ook altijd iets melancholieks - je kijkt tenslotte, over de moderne brug heen, naar het verleden.