Bellen op de Binnenweg

Wie regelmatig naar binnen gluurt bij de COM-shop aan de Nieuwe Binnenweg - een zaak voor mobiele telefoons in hartje Rotterdam - zal zich nauwelijks verbazen over de alarmbellen die 's lands armoede-bestrijders onlangs lieten rinkelen. Arme sloebers, zo waarschuwden ze, die hun telefoonrekening niet kunnen betalen, nemen massaal hun toevlucht tot de mobiele telefoon.

Hiermee raken ze van de regen in de drup, want mobiel bellen is niet alleen duurder, maar ook zijn de schuldeisers agressiever. “Ze moeten hun schuld tot de laaste cent terugbetalen”, aldus de Sociale Diensten, die tevens aangeven “in dergelijke gevallen niet te kunnen bijspringen, wat wel kan bij bijvoorbeeld huurschulden”. Het is een voorbeeld van wat de kenners 'faalkosten' noemen: kosten die voortvloeien uit het feit dat men arm is.

In de shop aan de Nieuwe Binnenweg zien we dag in dag uit hoe zwervers, illegalen, bijstandmoeders en geestelijk gestoorden samenkomen met een gemeenschappelijk doel: de aanschaf van een mobiele telefoon. Een groepje Joegoslaven in trainingspak schreeuwt de verkoper toe: “We want telephone!” De man overlegt ze een formulier. “We no adress!”, roept een Joegoslaaf. “Legitimeert u zich met een rijbewijs of een verblijfsvergunning?”, vraagt de verkoper.

Dan komt een groepje rasta-negers binnen met kralen in hun haar en kleurige mutsen op. Ze zijn knetterstoned en roepen me toe: “Hello my friend!” Ze worden vriendelijk geholpen door een onzeker dametje dat alles aan haar baas moet vragen. Als ze de vrolijke softdrugs-gebruikers om een bankafschrift vraagt, toont een van de mannen zijn giropasje. “Nee, dat is een pasje”, zegt de dame, “ik bedoel een afschrift.” Hierop frommelt hij schaterlachend een papiertje uit zijn zak. Het is geen afschrift, maar een bewijs van een transactie aan een geldautomaat. De dame wordt nu zenuwachtig. “Ik heb echt een bankafschrift nodig”, zegt ze. “Anders kunnen we u geen telefoon meegeven.”

De rasta's liggen nu krom van het lachen. Een van hen heeft zijn walkman aangezet en loopt dansend langs de display's met faxen en buzzers. “Relax!”, roept een van de rasta's. “We gaan even naar huis! Halen we afschrift! We wonen hier vlakbij!”

Drie minuten later zijn ze terug, met afschrift. De dame maakt er direct een kopie van. Ik kan me niet inhouden en vraag: “Staat er genoeg saldo op?” “We kijken niet naar het saldo”, zegt de verkoopster. “We gebruiken het afschrift alleen om het adres te noteren.”

Inmiddels is haar baas bezig met een gestoorde jongen. Ik hoor teksten als: “Ja, maar als ik mijn voice-mail wil aansluiten op mijn pc, valt het beeld steeds weg” en “Als ik mijn telefoon en mijn buzzer samen wil aansluiten op mijn pc, hoe duur is dat dan?” Het is deze man duidelijk te veel geworden, die razendsnelle ontwikkelingen in de telecommunicatie.

Maar het pandemonium in de COM-shop is nog niet ten einde. Een groepje Turkse scholieren van een jaar of vijftien - de meesten met mobiele telefoon - koopt voor bijna vijftig gulden een setje kleurige 'displaytjes' die ze over hun toetsenbord kunnen klikken. Zo kunnen ze de kleur van hun keyboard aanpassen aan hun kleding. “Ze zijn wel duur, die displaytjes”, zegt de verkoper, “vooral die met een James Bond-logo.”

De mobiele telefoon helpt grote groepen van onze samenleving linea recta de afgrond in.