Banken verbijten de pijn uit Azië

Ruim 14 miljard gulden staat uit aan Nederlands bankkrediet in de vier grootste probleemlanden van Azië. Stroppen zijn mogelijk, manieren om ze te maskeren ook.

ROTTERDAM, 29 JAN. Azië doet de Nederlandse banksector pijn, maar hoe groot de schade is zal de buitenwereld misschien wel nooit te zien krijgen. Deutsche Bank, een van de grootste spelers in Europa, liet gisteren weten ernstig getroffen te zijn door de financiële crisis in Azië. De bank legt maar liefst 1,4 miljard mark (1,55 miljard gulden) opzij om stroppen op te vangen, en zei dat de winst over 1997 lager uitvalt dan het jaar daarvoor. Ook Belgische banken treffen extra voorzieningen, maar ABN Amro en ING zeggen dat niet te hoeven doen. Beide banken stellen een veilige kredietportefeuille in het Verre Oosten te hebben, waardoor extra voorzieningen niet nodig zijn. Maar preciezer willen de banken in afwachting van de resultaten over 1997 niet zijn. Kunnen beleggers dus rustig gaan slapen? Nederlandse banken onderstrepen hun prudentie met Aziatische kredieten, en wijzen er op dat met name Duitse concurrenten zich de laatste jaren op Azië hebben gestort. Cijfers van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) ondersteunen dat maar gedeeltelijk. De kredieten van Duitse banken aan Indonesië, Zuid-Korea, de Filippijnen en Thailand zijn met een kleine 26 miljard dollar weliswaar ruim 3,6 maal zo groot als de Nederlandse. Maar eind 1995 waren de kredieten met 17 miljard dollar, 3,4 maal zo groot. Zo onstuimig zijn Duitse banken dus niet tekeer gegaan ten opzichte van hun Nederlandse concurrenten. Zuid-Korea is het enige land in de regio waar de Nederlandse kredietverlening in het eerste halfjaar werd teruggeschroefd. In de andere landen expandeerden de kredieten bijna even snel als de Duitse.

Het zijn overigens niet alleen ABN Amro en ING die blootstaan aan kredietrisico's in het gebied. Uitsplitsingen van kredieten per bank zijn niet beschikbaar, maar volgens een schatting van Paribas had ING eind 1996 907 miljoen dollar uitstaan in Indonesië, ABN Amro 524 miljoen en Rabo 532 miljoen. Die raming valt een half miljard lager uit dan de BIB-gegevens uit die tijd. Die kredieten staan zichtbaar op de tocht. Indonesië bevroor dinsdag de rente en aflossing op buitenlandse kredieten bij bedrijven, voor een periode van 3 maanden. In de Verenigde Staten zijn er regels die bepalen dat een krediet waarop 3 maanden geen rente wordt betaald, een 'slechte lening' is waarvoor voorzieningen moeten worden getroffen. In Nederland is dat volgens een woordvoerder van toezichthouder de Nederlandsche Bank niet het geval. “Wij laten het aan het oordeel van het management van de banken over,” zegt hij. “Hoewel we wel een oogje in het zeil houden.” Rabo is geen beursgenoteerde bank, en dus richt de aandacht van analisten zich meer op ABN Amro en ING, waar de Azië-crisis invloed kan hebben op de winst, en dus op de aandelenkoers. Dat beide banken geen winstwaarschuwing geven, moet er op duiden dat miljardenverliezen zoals bij de Deutsche Bank uitgesloten zijn. “Die winstwaarschuwing van Deutsche Bank is natuurlijk een drama”, stelt analist N. van Geest van SNS Securities. Ondanks de ontkenningen van ING en ABN Amro dat zij stroppen lijden, verwachten analisten wel degelijk extra voorzieningen. “Zowel ING als ABN Amro zullen bijna een half miljard gulden opzij leggen”, zo verwacht Van Geest. “Daarom heb ik van beide banken de winstverwachting naar beneden licht bijgesteld.” Een geringere groei van de winst is nog altijd iets totaal anders dan een daling van de winst, zoals bij Deutsche. Dat zelfs forse voorzieningen bij Nederlandse banken niet direct tot een winstdaling leiden heeft alles te maken met de befaamde stroppenpot, het Fonds Algemene bankRisico's (FAR), waaraan banken al jaren geld doteren. “ABN Amro heeft in 1996 1,4 miljard gulden in het FAR gestoken. Over de eerste zes maanden bedroeg de bijdrage slechts 500 miljoen gulden, mede als gevolg van de nieuwe opzet van de FAR en door de goede economische situatie. Normaal gesproken zou de bijdrage in de tweede helft weer 500 miljoen kunnen zijn, maar door de Aziatische crisis verwacht ik een verdubbeling. Per saldo is de bijdrage dan gelijk aan 1996.”

Ook H. Pluijgers van Kempen & Co verwacht dat de banken een voorziening zullen treffen om eventuele stroppen op te vangen. ABN Amro moet volgens hem 150 miljoen gulden opzij leggen, terwijl ING op ongeveer de helft uitkomt. Volgens Pluijgers laat de Azië-crisis zien dat de Nederlandse banken terecht voorzichtig zijn geweest. “De laatste tijd hebben de banken de expansie teruggebracht en veel van de minder goede kredieten zijn overgenomen door de Duitse en Amerikaanse banken.”

Omdat de banken voor het overige bijzonder voor de wind gaat, vallen eventuele Azië-stroppen waarschijnlijk weg tegen hogere winsten elders, en zal de buitenwereld er per saldo weinig van te zien krijgen. “Een reservering van 75 miljoen voor ING bijvoorbeeld, valt in het niet bij de boekwinst van 325 miljoen gulden op de verkoop van de deelneming van Libertel,” zegt Pluijgers. Hij schat de bijdrage aan de FAR van ING op ruim 1 miljard gulden, nog altijd iets minder dan in 1996.