Achterban uit kritiek op beleid pensioenfonds 'Een werkgever kan geen greep doen in de kas'

De van oudsher paternalistische pensioenfondswereld moet moderniseren. Een verslag uit een vergadering met de achterban. Over slapers en overreserves.

UTRECHT, 29 JAN. “Het is niet zo dat de werkgever een greep in de kas van het pensioenfonds kan doen. Dat is ondenkbaar.”

Voorzitter H. Meijer van het bestuur van het Nedlloyd Pensioenfonds (2,2 miljard gulden belegd vermogen per eind 1996), tevens financiële man in de raad van bestuur van Nedlloyd, wordt niet moe de sceptische vragen te beantwoorden. In de zaal zitten meer dan 600 oud-medewerkers van Nedlloyd: gepensioneerden en slapers (ex-werknemers die geen premie meer betalen, maar niet met pensioen zijn).

De achterban van het Nedlloyd Pensioenfonds is het toekomstbeeld van vergrijzend Nederland: ruim 3.000 actieve werknemers tegenover bijna 9.000 gepensioneerden (plus een kleine 5.000 slapers). De opkomst op deze informatiedag van het pensioenfonds en de vereniging van deelnemers in het fonds is hoger dan op een aandeelhoudersvergadering van Nedlloyd (container- en landvervoer).

De sfeer in de zaal is soms kribbig. Dat Nedlloyd twee jaar geleden 101 miljoen gulden kreeg uitgekeerd uit de overreserves van het fonds is nog niet vergeten. Ook de pensioenaanspraken van de deelnemers werden toen verbeterd.

De vragen uit de zaal raken zo ongeveer alle onderwerpen die op dit moment aan de orde zijn in de pensioenwereld: de gebrekkige medezeggenschap van gepensioneerden, de hoge beleggingswinsten, de vraag wat er met eventuele overreserves moet gebeuren, reparatie van misstanden uit het verleden en de informatie aan de achterban. Alleen het woord euro valt niet.

De uitkering van 101 miljoen waart de hele middag als een spook door de zaal. “Met dat geld betaalde Nedlloyd het dividend aan zijn aandeelhouders”, moppert een spreker. Het concern is al jaren marginaal winstgevend en maakt zijn echte financiële klappers door de verkoop van schepen.

Meijer verweert zich met verve. Een onderzoek heeft opgeleverd dat Nedlloyd de afgelopen 25 jaar 80 procent van de geldstroom naar het pensioenfonds voor zijn rekening heeft genomen, de werknemers samen 20 procent. Dan is het toch niet meer dan redelijk dat Nedlloyd, als het pensioenfonds overreserves heeft en de pensioenrechten van zijn deelnemers verbetert, ook een deel krijgt? En dat was lang geen 80 procent. In het kader van gewijzigde afspraken tussen Nedlloyd en het fonds over de financiering komt hij zelfs met een extraatje voor de slapers. Kosten: 20 tot 25 miljoen gulden.

Een (ook maatschappelijke controversieel) onderwerp is de invloed die gepensioneerden moeten hebben in de besturen van de pensioenfondsen, die het beleid vaststellen. Deze besturen zijn nu het domein van werkgevers- en werknemers. Staatssecretaris De Grave van sociale zaken (inclusief pensioenzaken) wil dat veranderen, maar de ouderenorganisaties hebben een verwaterd compromis daarover met sociale partners afgewezen.

Het Nedlloyd Pensioenfonds is al verder. In de zeshoofdige deelnemersraad, die advies mag geven aan het pensioenfondsbestuur, zitten vier gepensioneerden. In het fondsbestuur zitten ook gepensioneerden, die overigens worden voorgedragen door de werkgever en de ondernemingsraad.

Of de gepensioneerden hun vertegenwoordigers in het bestuur niet zelf kunnen kiezen, klinkt het uit de zaal. De animo achter de bestuurstafel is miniem.

Een ander klaagt dat nieuwe medewerkers van Nedlloyd geen pensioenpremie hoeven te betalen. Dat gaat indirect ten koste van de belangen van de gepensioneerden en slapers, vindt hij. Sinds 1982 betaalt Nedlloyd geen pensioenpremies, de meeste werknemers betalen geen premie meer sinds 1993. Ook dat is een trend die bij steeds meer pensioenfondsen zichtbaar wordt. De fondsen hebben de laatste jaren fenomenaal veel geld verdiend dankzij de beurshausse. Werkgevers grijpen de weelde aan om de pensioenpremies - een loonkostenpost en daarmee van betekenis voor hun concurrentiepositie - te verlagen. Bij ondernemingen als NS en Unilever Nederland betaalt de werkgever al jaren geen pensioenpremies, veel andere bedrijven genieten een korting.

Naar de beleggingskeuzes die het fonds maakt (het rendement over vijf jaar is iets lager dan het gemiddelde in de branche) informeert niemand. Over de resultaten vorig jaar, opnieuw een fantastisch beleggingsjaar, zegt het bestuur niets. En niemand vraagt ernaar.