Záhrada

Záhrada (Martin Sulik, Slowakije, 1995), Ned.3, 0.24-02.06u.

Je vermoedt het al de hele tijd, maar halverwege weet je het zeker: Záhrada (De tuin) is helemaal niet die overwegend poëtische film waar iedereen hem voor houdt, maar vooral een hele gekke. De film was twee jaar geleden een van de publieksfavorieten van het Rotterdams Filmfestival en is de eerste in een reeks festivalfavorieten die de VPRO vanaf vandaag na het Stardust-festivaljournaal uitzendt.

Onvergetelijk bleek bij herzien de scène waarin hoofdpersoon Jakub, een Oblomov-achtige nietsnut, en zijn vader na wat aanvankelijke strubbelingen een sterk staaltje van male bonding ten beste geven door elkaars kop kaal te scheren. Als twee boeven die aan de sleur van hun eigen bestaan zijn ontsnapt hobbelen ze vervolgens in Jakubs bepleisterde 2CV naar het dichtsbijzijnde restaurant. Vader moppert wat op het troosteloze gitaargeweld uit de speakers en Jakub heft een Spaans lied aan waarop zijn vader een prachtige dans met een palm uitvoert. In het volgende shot worden beide mannen lallend met stoel en al door het personeel naar buiten gedragen alwaar zij de nacht nog wat verder toezingen.

De tuin uit de titel hoort bij het huis van Jakub's overleden grootvader waar Jakub - 'onze held' zoals de verteller van de film hem bij aanvang van elke episode steevast noemt - de geneugten van het eenvoudige landleven leert waarderen. De mooiste film over een tuin is ongetwijfeld Being There naar de roman van Jerzy Kosinski over een tuinman die met zijn moeder aarde metaforen indruk maakt op politici en grootindustriëlen.

Voor de Slowaakse filmmaker Martin Sulik (1962) is de tuin eveneens een paradijs, maar dan niet zozeer een paradijs waaruit we verdreven zijn, maar eerder een toevluchtsoord voor de hedendaagse, ontheemde mens. Sulik liet zich naar eigen zeggen voor zijn derde speelfilm inspireren door Voltaire's Candide ou l'optimisme. Sulik is echter geen satiricus maar een weemoedige humanist, zijn film bevat nauwelijks maatschappijkritiek, maar des te meer zachtaardige grapjes. En anders dan bij Voltaire moeten verwijzingen naar de filosofie aldus Sulik niet al te ernstig worden opgevat, al krijgt natuurlijk niet elke beginnende boer wandelaars met namen als Wittgenstein, Rousseau en Benedictus aan zijn hek.