Wie voetbalt straks in Stade de France?

PARIJS, 28 JAN. Wie voetbalt over een jaar nog in het Stade de France? Dat is de vraag die vanavond hangt in het spiksplinternieuwe stadion aan de noordrand van Parijs. Met een lichtspektakel en de wedstrijd Frankrijk-Spanje wordt het complex in gebruik genomen waar over 133 dagen het wereldkampioenschap voetbal begint. Maar wie wil het stadion daarna gebruiken?

Met een vorstelijk gebaar gaf premier Balladur in 1994 opdracht het stadion te bouwen. In een van de meest verwaarloosde tochtstroken van Parijs, omklemd door twee snelwegen, een in onbruik geraakt kanaal en resten industrie. Bijna alle soorten grondvervuiling van de twintigste eeuw bleken bij de bouw terug te vinden in dit afvallandschap. Zelfs na een intensieve grondtransfusie duurde het maanden voor de eerste grasspriet er stand hield.

Vanavond is het vergeten. De bal zal rollen, nadat de meesters van licht en geluid een berglandschap vol sport en gezondheid hebben voorgetoverd aan de 80.000 gelukkigen die de opening mogen meevieren. Het sierlijke ruimteschip van de architect Macary neemt waardig zijn plaats in op de zichtlijn tussen de kathedraal van Saint-Denis en de romantische stadsberg van Montmartre. Parijs heeft er een bezienswaardigheid bij. Werknemers van de metro kunnen het feest nog verstoren. De speciaal aangelegde stations voor metrolijn 13 en RER-lijn B blijven dan leeg. Ondanks 6.000 parkeerplaatsen zou de chaos dan niet te overzien zijn. De machinisten willen extra politie op de stadiontreinen plus een gevarentoeslag: het vervoer van buitenlandse hooligans naast de dagelijkse portie jongeren uit de probleem-voorsteden van Parijs bezorgt hun nachtmerries.

Pagina 15: Na WK geen bespeler voor Stade de France

De grootste zorg voor de Franse overheid is niet eens het komend wereldtoernooi. De supermannen van de politie oefenen al maanden op alle mogelijke terroristische scenario's. Voetbal-specialisten uit Nederland en Engeland wisselen ervaring uit met de Franse politie. En als Frankrijk ook nog een beetje wint, kan de komende voetbalzomer niet meer kapot. Maar dan komt de stilte voor het Stade de France.

Directeur Pierre Parisot van het stadion-consortium voorspelde vanmorgen vrolijk dat rendabele exploitatie over drie à vier jaar bereikbaar is. “Voor de prijs van een bioscoopkaartje kunnen gezinnen met de kinderen voortaan gezellig naar een atletiek- of een lichtshow komen kijken.” Koude voeten en parkeren op drie kilometer afstand wegen wel tegen elkaar op. Minister van sportzaken Marie-George Buffet is er minder gerust op. Zij acht een vaste bespeler onontbeerlijk om het Stade de France een solide toekomst te geven, en de schatkist een nieuw Crédit Lyonnais te besparen.

De keus is intussen niet rijk voorzien. De enige eredivisieclub in Parijs en omstreken is Paris Saint-Germain, maar PSG speelt in het Parc des Princes, aan de westrand van Parijs. Het is een betonnen teil waar het woord intimiteit niet voor is uitgevonden, maar de club is er gelukkig en doet er financieel gezonde zaken. PSG wil niet naar Saint-Denis. Wat rest is een tijd stilte en daarna een serie clubs die het tegen AGOVV of Kozakken Boys zouden afleggen. Red Star, Créteil en Saint-Denis/Saint-Lieu zouden moeten samengaan met Racing Club de France, ex-PSG-trainer Luis Fernandez zou terug moeten komen uit Spanje en een grote zak met geld zou voor het aantrekken van toptalent moeten zorgen. Maar wie gaat dat betalen? De staat, die al de helft van de bouwsom (bijna een miljard gulden) heeft neergelegd en de exploitatie-verliezen moet dekken?