Van schuld bewuste ouders

Het beste voor mijn kind, KRO, Ned.1, 22.39-23.22u.

De opmerkelijkste moeder is zij van de zeven kinderen. Niet alleen omdat zeven zo veel is en ook niet vooral omdat ze die zeven alleenstaand grootbrengt. Ze is opmerkelijk door haar zelfvertrouwen, haar kalmte. Ruzies smoort ze in de kiem, tenminste als het ruzies zijn die uitsluitend op meer ruzie of vechten zullen uitdraaien. Een probleem-oplossende ruzie mag van haar wel. En als een kind groen haar wil vindt ze dat best (“nu vind ik groen toevallig leuk”) maar als het zwart geverfd moest en ze zou dat lelijk vinden - vooruit, zulke dingen zijn maar tijdelijk en het is zijn eigen haar. Normloos is ze niet, wel tolerant.

Het beste voor mijn kind is een drieluik van de KRO over opvoeden, in samenwerking met de Katholieke Universiteit Nijmegen. Voor het programma is gebruik gemaakt van de universitaire 'deskundigheid' en dat betekent onder meer dat we in de eerste aflevering geregeld een hoogleraar pedagogiek in beeld krijgen die aan zijn studenten uitlegt dat het ook in de puberteit belangrijk is om 'het kind warmte te geven' of die regelrecht aan ons, voor nogal onnozel versleten kijkers, de betekenis van de trits: “warmte, correctie, autonomie” uitlegt.

Zo'n professor heeft een ondankbare rol, want in de context klinkt alles wat hij zegt als een open deur. Eerst ziet men ouders (vier verschillende gezinnen komen in kleine flarden in beeld) en dan mag de deskundige knikken dat inderdaad, correctie weer 'een sleutelbegrip' is. En dat het ook heel belangrijk is dat een kind op zijn ouders kan rekenen. En dat hij wel denkt dat er in Nederland veel tijd en energie in de opvoeding van kinderen wordt gestoken. Dat vindt hij 'heel positief'. Gelukkkig maar.

Leerzamer is het om ouders zelf aan het woord te horen, maar in deze eerste aflevering blijft wat ze zeggen vaak wat algemeen. Men praat over de grote keuzes: wel of niet allebei werken, wanneer is het werk het belangrijkste, wanneer het kind. Zoals dat gaat, is voor ieders standpunt wel wat te zeggen. Er is een moeder die meteen thuis is gebleven zodra er kinderen kwamen en die met overgave en hartstocht moeder is: “Ik werk eigenlijk helemaal vanuit mijn hart, vanuit mijn gevoel, vanuit mijn zijn”, zegt ze. Even dreigt er drama als deze fulltime moeder naast haar eigen moeder op de bank komt te zitten, die vertelt hoe zíj over opvoeding denkt. Haar dochter haakt er gretig op in, maar juist om duidelijk te maken hoeveel ze zelf vroeger tekort gekomen is. Ze doet het nu zo volledig, omdat ze zelf vroeger veel tekort gekomen is. Eenzaam is ze geweest, verdrietig, ze had een moeilijke puberteit. Oma zwijgt bedremmeld.

Er is ook nog een echtpaar dat allebei vier dagen werkt en dat dus een deel van de opvoeding uit handen moet geven. Gesprekjes over overblijven en naschoolse opvang, over dilemma's als de kinderen ziek zijn of een moeilijke tijd doormaken. Die moeder wordt gevraagd of ze zich schuldig voelt. De fulltime moeder vraagt men niet of ze zich op een of andere manier tekort voelt schieten. Vaders wordt ook niet gevraagd of ze zich tekort voelen schieten, of of ze zich misschien schuldig voelen dat ze werken.

Het aardigst zijn nog de opnames van het braafste gabbertje ter wereld dat als de spreekwoordelijke puber gepresenteerd wordt, en de historische beelden. De anti-autoritaire crèche uit de jaren zestig of vroeg-zeventig is adembenemend. Peuters sollen onhandig met een rat ('correctie' was toen helemaal geen sleutelwoord) of steken hun handen in hun eigen poep in het kader van de vrije ontplooiing. Dan is het opvoedingsklimaat nu inderdaad 'positief'.