Schandaal stort Oostenrijkse kerk in crisis

In Oostenrijk staat de leiding van de katholieke kerk onder druk na een seksschandaal en antisemitische uitlatingen. De Oostenrijkse bisschoppen reageren hulpeloos en afwijzend.

WENEN, 28 JAN. “De Oostenrijkse bisschoppen gedragen zich als filiaalhouders die het beleid van de bedrijfsleiding bekendmaken maar het niet als hun taak zien de wensen van de klanten en het personeel aan het management door te geven”, zegt Thomas Plankensteiner. Hij is bestuurslid van de Oostenrijkse organisatie 'Wij zijn de kerk', die al drie jaar pleit voor opheffing van het celibaat, openstelling van het priesterambt voor vrouwen en het einde van discriminatie van homoseksuelen.

Plankensteiner is verontwaardigd over de manier waarop de katholieke kerk in Oostenrijk omgaat met recente schandalen over seks en antisemitisme. De bisschoppen reageren tot nu toe hulpeloos of afwijzend op het tumult, waarmee ze de emoties alleen maar verder aanwakkeren. Nooit eerder werden kerkelijke misstanden in de media zo breed uitgemeten. Met uitzondering van de Kronen-Zeitung, die alle klachten afdoet als het werk van “rode fascisten”, volgen de kranten de ontwikkelingen uiterst kritisch. Zelfs de katholieke Presse schreef in een commentaar op de voorpagina: “In een pluralistische mediamaatschappij kan niets meer onder het tapijt geveegd worden en zijn discussieverboden zinloos. Het is gevaarlijk deze ontwikkelingen te blijven negeren.”

Aanleiding voor de crisis is de affaire rond de opnieuw in opspraak geraakte kardinaal Hans Hermann Groer. Hij werd in 1995 beschuldigd van seksueel misbruik van een van zijn scholieren. Al snel werd duidelijk dat het niet om een eenmalig vergrijp ging. Groer moest zich terugtrekken in een klooster in Göttweig, waar hij ook had geleefd vóór zijn benoeming tot kardinaal. Net als toen kreeg hij daar de verantwoordelijkheid voor een groep jonge mannen.

“Deze mengeling van smakeloosheid en waanzin zal de kerk nog duur komen te staan”, voorspelde destijds Udo Fischer, priester in Göttweig. De man kreeg gelijk. Paters uit het klooster lekten begin januari informatie naar de media over Groers homoseksuele relaties met broeders. De kardinaal moest ook deze functie neerleggen.

De emoties zijn intussen zo hoog opgelopen dat het verzoek van de Weense aartsbisschop, Christoph Schönborn, om de 79-jarige, aan prostaatkanker lijdende kardinaal barmhartig te behandelen, volledig wordt genegeerd. De pers herinnerde zich bovendien dat dezelfde Schönborn het weekblad dat in 1995 het nieuws over Groer onthulde, van 'nazi-methodes' had beschuldig. Schönborn bood hiervoor later wel zijn excuses aan.

Pater Josef Garcia Cascales is een van de weinige priesters die zich in de Oostenrijkse media openlijk kritisch uitlieten over de kerk. Ook hij pleit voor barmhartigheid, maar hij eist wel duidelijkheid. “Een kardinaal is een man van het openbare leven en zo iemand mag niet zwijgen”, zegt Cascales. “Groer moet schuld bekennen, dan zullen we hem vergeven. Of hij moet verklaren onschuldig te zijn, dan zullen wij hem om vergeving vragen. Als hij niet wil praten moet hij zich - met excuses voor zijn zwijgen - terugtrekken. Ik ken kardinaal Groer goed. Wij waren ooit vrienden, hebben veel samengewerkt aan de universiteit. Het was een fout hem weer een functie in Göttweig te geven.”

Zelfs andere kerken in Oostenrijk zijn zich met de affaire gaan bemoeien. “Ook wij lijden onder Groer”, liet bisschop Herwig Sturm van de lutherse kerk, met 352.000 leden in Oostenrijk, weten. Sturm vindt dat de katholieke kerk snel schoon schip moet maken. “Als christenen worden wij allemaal over één kam geschoren. In onze kerk zou een affaire-Groer niet mogelijk zijn. Wij nemen disciplinaire maatregelen of schakelen een openbare aanklager in.” Ook de discriminatie van homoseksuelen en het celibaat worden door de protestanten bekritiseerd. “Wij zijn een aantrekkelijke kerk”, aldus Sturm. “Vrouwen en mannen hebben gelijke rechten en wij hebben geen gebrek aan priesters.”

Groer is intussen niet de enige die de kerk schaadt. Hoogleraar Robert Prantner zorgde onlangs voor opwinding met een artikel in het weekblad Zur Zeit, dat een nauwe relatie onderhoudt met de Freiheitlichen (FPÖ) van Jörg Haider. Prantner riep de joden op eindelijk boete te doen voor wat hij “hun misdaden” noemt. Hij doelde daarmee op rituele moorden die zij in het verleden zouden hebben gepleegd en vooral de kruisiging van Jezus. De theologische faculteit reageerde door Prantner examenbevoegdheid te ontnemen. FPÖ-fractievoorzitter Ewald Stadler, die de inperking van Prantners academische bevoegdheden een schandaal noemde en een verklaring van de minister van Wetenschap eiste voor deze “minachting van het recht op vrije meningsuiting”.

De schandalen hebben de kloof tussen de op vernieuwingen aandringende basis en de voor veranderingen terugdeinzende geestelijke leiding verder verdiept. Volgens Plankensteiner van 'Wij zijn de kerk' was het begin van de affaire-Groer in 1995 voor veel gelovigen aanleiding om over de problemen binnen de kerk na te denken. “Groer is niet de oorzaak van de problemen maar het gevolg”, aldus Plankensteiner. “Het gaat om een merkwaardige omgang met seksualiteit, vooral homoseksualiteit, en de angst van veel geestelijken voor vrouwen.”

Plankensteiner is er trots op dat gelovigen in 20 landen het voorbeeld van de Oostenrijkse katholieken hebben opgevolgd, die in 1995 een lijst met vernieuwingsvoorstellen samen met 500.000 handtekeningen aan de bisschoppen hebben aangeboden. Het Vaticaan was over deze actie ontstemd en noemde de wensen “ontoelaatbare democratiseringstendensen”. De meerderheid van de Oostenrijkse bisschoppen kan er eveneens weinig begrip voor opbrengen.

“Ik vraag mij af waarom de bisschoppen niet moediger zijn. Wat hebben ze te verliezen? Het heeft met hun opleiding tot strikte gehoorzaamheid te maken maar het zou inmiddels toch duidelijk moeten zijn dat deze opgelegde onderdanigheid heel kwalijke gevolgen heeft voor de kerk?”