Quasthoff groots en meeslepend

Concert: Thomas Quasthoff, bariton. Justus Zeyen, piano. Gehoord: 27/1 Concertgebouw Amsterdam.

Zes jaar geleden zong de Duitse bariton Thomas Quasthoff, toen in Nederland nog nauwelijks bekend, Schumanns Dichterliebe in het Amsterdamse Concertgebouw. Quasthoffs fenomenale zangkunst vond dadelijk weerklank, zodat hij telkens werd teruggevraagd. Hoogtepunten waren in 1997 zijn opera-recital met Charlotte Margiono en zijn vertolking van Schuberts Winterreise in het Concertgebouw en zijn alom bejubelde optreden op de 'Europese Top van Operasterren' in Amsterdam.

Gisteravond zong Quasthoff opnieuw Schumanns Dichterliebe, en hij deed dat met een ontzagwekkend doorleefde expressie en een in alle registers onweerstaanbaar warm en diep resonerende stem. Quasthoff bezit een van de mooiste mannenstemmen ter wereld, zo indringend, wendbaar en veelzijdig doordringt hij iedere vezel van de partituur.

Wanneer Quasthoff, om maar een willekeurig voorbeeld te nemen, het Im Rheim, im heiligen Strome inzet, dan stroomt daar direct een huiveringwekkende oerstroom, waarin zich niet alleen de grote Keulse Dom maar ook al Schumanns onafwendbare zelfmoordpoging lijkt te weerspiegelen. Wanneer hij zachtjes en weemoedig opent met Ich hab im Traum geweinet, voel je als toehoorder onwillekeurig en onontkoombaar tranen opwellen. Als hij zingt van 'Die alten, bösen Lieder, Die Träume bös und arg, Die lasst uns jetzt begraben, Holt einen grossen Sarg', roept hij met de gebiedende stem van een wereldveroveraar op tot universeel verzet tegen de demonen uit het onderbewuste. Zangtechnisch onderhoudt Quasthoff een bijzondere relatie met de taal. Hij is woord voor woord, of eigenlijk letter voor letter verstaanbaar, en zijn zinnen vormen organische eenheden die zowel het intellect als de emoties op glasheldere wijze aanspreken. Hij lokt als het ware de klinkers en medeklinkers zijn magische keel binnen, kneedt en masseert ze daar tot betekenisvolle woorden en zinnen, die hij vleugels verleent met zijn onbelemmerde ademtocht.

Groots en meeslepend was ook Quasthoffs vertolking van de vijf Noorderlijke balladen van Carl Loewe, waaronder het tragische Edward, waarin de koningszoon zijn ongeruste moeder opbiecht dat hij zijn vader heeft vermoord. Schitterend, alsof hij zich kon opsplitsen in een mannelijk en vrouwelijk personage, vertolkte Quasthoff hierin de dialoog tussen moeder en zoon. Pianist Justus Zeyen onderstreepte de uitzonderlijke prestaties van Quasthoff met uiterst beeldende en evocatieve begeleidingen, die zowel bij Schumann als Loewe dienst deden als 'dramatisch klankdecor'.