Particuliere waterputten zetten natuur op een droogje

Waarom zou je voor water betalen als je zelf een put kunt slaan? Boeren kunnen dat (gratis) water goed gebruiken voor beregening en om hun vee te drenken. De Tweede Kamer krijgt binnenkort een rapport over dit 'ontwijkgedrag'.

DEN BOSCH, 28 JAN. Steeds meer boeren en burgers slaan eigen putten voor hun watervoorziening. Hoe hoger de prijs voor water zal worden, des te meer mensen daartoe overgaan. “Het is een ernstig, niet te beheersen probleem waardoor de verdroging van de natuur straks helemaal niet meer is te stoppen”, zegt R. van de Sande van de Brabantse Milieu Federatie (BMF).

Met het zogenoemde standstill-beleid wordt beoogd de onttrekking van grondwater aan de bodem zoveel mogelijk terug te dringen en tegelijkertijd over te schakelen op meer oppervlaktewater. Dit beleid komt nu in gevaar. Vooral de drinkwaterbedrijven klagen. “Het ontlopen, waar mogelijk, van belastingen is in dit land een bekende sport. Ons belangrijkste bezwaar echter is dat bij het slaan van de putten verontreiniging kan optreden van het grondwater, doordat de beschermende kleilagen worden doorbroken”, zegt directeur E. Cals van de Vereniging van exploitanten van waterleidingbedrijven VEWIN.

De meeste eigen putten komen voor op de zandgronden van Brabant, Limburg en Gelderland. Het water wordt voornamelijk gebruikt voor beregening, voor het drenken van het vee en het schoonmaken van stallen, maar ook al voor drinkwater. In deze gebieden is alleen een vergunning nodig als er een pomp wordt ingezet met een capaciteit van meer dan tien kubieke meter per uur. In de provincie Noord-Brabant wordt voor beregening ongeveer 76 miljoen kubieke meter grondwater per jaar aan de bodem onttrokken op een totale winning van 370 miljoen kubieke meter. Volgens de Brabantse Milieu Federatie komen er jaarlijks zo'n 150 tot 200 putten bij met een capaciteit van gemiddeld vijftig kubieke meter per uur per put.

Die gegevens zijn bekend, maar er is nauwelijks iets bekend over de hoeveelheid water die uit putten wordt gehaald met een capaciteit van minder dan tien kubieke meter per uur en waarvoor dus geen vergunning en geen registratie door melding nodig zijn.

“We hebben daar zelfs geen indicatie voor”, zegt G.J. Leunk van het bureau Grondwater van de provincie Noord-Brabant. In Limburg werden de gevolgen van dit ontwijkgedrag, zoals de VEWIN het noemt, over 1996 geraamd op zes miljoen kubieke meter. In Noord-Brabant gaat het naar schatting om tien miljoen kubieke meter.

In deze provincie geldt sinds kort in de zogenoemde natuurgevoelige gebieden ook voor pompen met een capaciteit van minder dan tien kubieke meter per uur een registratieplicht. Leunk: “Hierdoor hopen we enig inzicht te krijgen in wat er aan de hand is op het gebied van de kleine onttrekkingen. Voor deze gebieden geldt trouwens ook dat geen uitbreiding van bestaande of nieuwe grondwateronttrekkingen zijn toegestaan. Buiten deze gebieden gaan we ook onderzoeken hoeveel kleine onttrekkingen er zijn.”

In totaal zou het bij deze niet geregistreerde onttrekkingen gaan om vijf procent van de totale grondwateronttrekkingen. Het totale grondwatergebruik door de waterleidingbedrijven is 1.400 miljoen kubieke meter.

Vooral na de invoering op 1 januari 1995 van een grondwaterbelasting van veertig cent per kubieke meter gingen firma's de boer op om het slaan van eigen putten aan te bevelen. Cals: “Uit Limburg en Zuid-Holland is bekend dat de boorfirma's de vraag naar putten bijna niet konden bijbenen. Het kan toch niet zo zijn dat een belasting die wegens milieu-overwegingen wordt geheven, milieuschadelijke effecten in de hand werkt. Bovendien moeten wij nu die belasting betalen en doorberekenen aan onze klanten, terwijl mensen met eigen putten dat niet hoeven.”

Volgens M. van Erp van het gelijknamige installatiebureau in het Noord-Brabantse Nuland, een van de bedrijven die de putten slaan, komt de toename van het aantal mensen die zelf grondwater winnen, vooral door de “gigantisch gestegen prijs voor het water”.

Van Erp: “Tien jaar geleden kostte het leidingwater nog 25 cent per kubieke meter, terwijl men er nu in dit gebied 1,69 gulden voor kwijt is. Je zou als boer wel gek zijn als je dan niet zou proberen voor zowat niks grondwater op te pompen.”

Melkveehouder A. van den Elzen in Vinkel, dichtbij Nuland, liet in 1995 twee putten slaan: een voor de beregening van zijn 29 hectare grond, de andere voor het drenken van zijn negentig koeien en zijn tachtig stuks jongvee. Van den Elzen: “De put voor het drinkwater van het vee kost inclusief de ontijzeringsinstallatie 'n duzentje of twaalf. Aangezien ik per jaar vlug zo'n vierduizend kubieke meter nodig heb, zou ik daaraan met de prijs van 1,69 gulden die de waterleidingmaatschappij in deze streek tegenwoordig voor één kubieke meter vraagt, 6.760 gulden kwijt zijn. Als je dan zo'n put laat slaan met een afschrijving van een jaar of tien, heb ik die investering nu al terugverdiend.” Over de kwaliteit van het water, dat hij geregeld laat bemonsteren, is Van den Elzen “buitengewoon tevreden”.

Tachtig procent van de klanten van het installatiebureau Van Erp zijn geen boeren maar burgers. “We leggen voor 750 tot 1.000 gulden een complete beregeningsinstallatie aan, inclusief het spuiten van de bron en een pomp met een capaciteit van 2.500 liter water per uur. Daar is hier in Brabant geen vergunning voor nodig en ook geen meldingsplicht. En wil niet iedereen, ook mensen met een rottuintje, dat alles er in de zomer fris en groen bijstaat? Waarom zou je bovendien duur drinkwater gaan sproeien, als je met grondwater dezelfde resultaten krijgt?”

Van Erp verwacht wel dat de overheid in de zeer nabije toekomst het zelf winnen van grondwater een halt zal toeroepen. “Op het moment dat de overheid denkt een melkkoe gevonden te hebben, is die koe er ook.”

Directeur Cals van de VEWIN pleit voor een registratieplicht voor alle onttrekkers, “zodat een provincie tenminste weet om hoeveel putten en om hoeveel water het gaat”.

Leunk van het bureau Grondwater van de provincie Noord-Brabant: “Je moet de ontwikkeling zien te beheersen, dat wil zeggen er voor zorgen dat al die kleine beertjes geen grote beren worden. Van de andere kant moeten we ook niet tot iets besluiten waar we nadien toch niet de hand aan kunnen houden. Als u een eigen put hebt en de pomp staat in de kelder, dan zouden wij een officier van justitie in de arm moeten nemen om bij u te controleren. Maar die officier zal pas in actie komen als het belang groot genoeg is. Daar zitten we nu tegenaan te hikken”, aldus Leunk.