Oud-dienders op zoek naar 'schat'

AMSTERDAM, 28 JAN. De voormalige Amsterdamse korpschef E. Nordholt gaat een onderzoek leiden naar de zogeheten 'Schat van Almelo'. Hij is hiervoor gevraagd door de directie van De Nederlandsche Bank (DNB). Nordholt zal worden bijgestaan door twee oud-rechercheurs van de Amsterdamse politie.

Doel van het onderzoek is te achterhalen wat er is gebeurd met een aantal kisten met waardevolle goederen die een officier in het Canadese leger in april 1945 zou hebben overgedragen aan een DNB-agentschap in Almelo. Het zou gaan om joodse religieuze artikelen, zoals kandelaars en tabernakelrollen en zakken met munten geroofd uit een synagoge of uit de boedel van een joodse particulier, aldus een DNB-woordvoerder. De officier trof de kisten aan in een huis waarin de Duitse bezetter zich had gevestigd. De man kan zich volgens de woordvoerder niet herinneren waar dit huis precies stond.

De Canadese oud-officier meldde zich in 1990 bij De Nederlandsche Bank met de vraag wat er was gebeurd met de joodse bezittingen die hij toendertijd heeft overgedragen. Daar was op dat moment niets van bekend bij de bank. Die besloot daarop een uitgebreid archiefonderzoek in te stellen. Onder andere werden archieven geraadpleegd van de provinciale en districts-militaire commissarissen van de politie in Almelo en Overijssel, het Militaire Gezag en het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Daarbij kon echter niet worden vastgesteld of de goederen daadwerkelijk bij het DNB-agentschap in Almelo zijn afgeleverd. Ook in de kluisboeken van het agentschap zijn de voorwerpen niet vermeld.

Nordholts onderzoek zal zich nu in de eerste plaats richten op het opsporen van mogelijke getuigen die nog in leven zijn. “Het is niet de bedoeling dat Nordholt echt gaat graven naar een schat”, zegt de woordvoerder van de bank. De Canadese oud-officier zal opnieuw worden gehoord. Volgens Nordholt hebben zich door de publiciteit rond het onderzoek al diverse mogelijke getuigen gemeld. Nordholt: “Dat levert misschien nieuwe aanknopingspunten op van mensen die erbij zijn geweest.” Hoe lang het onderzoek in beslag zal nemen, kan Nordholt nog niet zeggen.

Er was geen directe aanleiding om nu opnieuw een onderzoek in te stellen, aldus de DNB-woordvoerder. Maar hij erkent dat de maatschappelijke commotie rond “mogelijk vergelijkbare gevallen” als het onlangs teruggevonden archief van de Duitse 'roofbank' Lippman-Rosenthal een rol heeft gespeeld bij de beslissing. Uit het Liro-archief bleek dat De Nederlandsche Bank tijdens de oorlog een aantal van joden gestolen munten heeft gekocht van de roofbank.