Miljoenendans van een Mexicaans leger

Zakenbank Kempen, de Cruijffie van de Amsterdamse beurs, heeft met de overname van effectenkantoor Oudhof gescoord. De Rotterdamse elite profiteert.

ROTTERDAM, 28 JAN. Brains tegen spierballen, effectenhandel tegen bedrijfskredieten, de platte organisatie tegen de hiërarchie en de kansen tegen de risico's. Het lijstje is nog veel langer en hielp zakenbank Kempen & Co een paar jaar geleden om te definiëren en te differentiëren. Welke activiteiten en welke mentaliteit moet een zakenbank hebben, vroeg zij zich af, en wat kan beter worden overgelaten aan grootbanken als ABN Amro, ING en Rabobank.

Kempen & Co kondigde gisteren aan zo'n 60 miljoen gulden neer te tellen om effectenkantoor Oudhof over te nemen, een financieel handelshuis met 22 medewerkers. Kempen zelf heeft er zo'n 180. Met zo'n 3 miljoen gulden per medewerker van Oudhof is de overname relatief goedkoop: de waarde van Kempen & Co voor de overname (ruim 800 miljoen gulden) was omgerekend per medewerker 5 miljoen gulden.

Zakenbanken als Kempen zijn schaars in Nederland. Effectenhandel, vermogensbeheer en financieel advies zijn de kernactiviteiten van deze banken, die in Amerika en het Verenigd Koninkrijk bloeien. Zij mijden de massamarkt van particuliere klanten, maar doen slechts zaken met een kleine groep rijkelui en (inter)nationale bedrijven.

Zakenbanken zijn Mexicaanse legers, zoals merchant bankers in Londen, hun verhaal graag vertellen: veel generaals, weinig manschappen. Hun zaken hangen van relaties aan elkaar en dat is een belangrijke drijfveer achter de torenhoge salarissen plus bonussen die zij kunnen bedingen en de nog hogere bedragen die op de transfermarkt voor financiële experts worden betaald.

De hoogte van het bod op Oudhof en de reactie die beleggers op de Amsterdamse effectenbeurs geven door de beurskoers van Kempen op te drijven onderstrepen de fenomenale winsten die de afgelopen jaren op de financiële markten zijn behaald. En de verwachtingen die de beleggers nog hebben van het vervolg. De koers van de aandelen Kempen & Co stoof gisteren met zeven gulden omhoog naar 90 gulden. Vanochtend kwam er nog eens zes gulden bij. De overname van Oudhof kostte 60 miljoen, en beleggers hebben de koers van Kempen in twee dagen tijd met het dubbele bedrag verhoogd.

Om nog een ander criterium te gebruiken: de beurswaarde is inmiddels het dubbele van elf jaar geleden, voor de historische beurskrach van 19 oktober 1987. In het kielzog van de opstuivende beurskoers gingen vergelijkbare bedrijven op de Amsterdamse beurs gisteren mee. Zoals Effektenbank Van der Hoop en het (door Kempen beheerde) beleggingsfonds Beurshave, dat in bedrijven in de financiële sector investeert, waaronder Kempen zelf. (Over deze specifieke belegging in Kempen wordt overigens bij speciale afspraak niet door Kempen zelf beslist).

Achter de drie financiële grootmachten ABN Amro, ING en Rabobank, maar voor de 'blauw bloed-zakenbank' MeesPierson, claimt Kempen nu de vierde positie in de aandelenhandel in Amsterdam. Niet gek voor een dreumes van een bank, die in 1983 als een der eerste in de grote beurshausse zelf naar de beurs ging. En toen al elke medewerker opties gaf op aandelen Kempen.

In het eerste halfjaar van 1997 liet de nettowinst van Kempen een ruime verdubbeling zien tot 28 miljoen gulden. De winst over heel 1997 volgt op 2 maart.

Door opportunisme en ondernemerschap heeft Kempen een eigen positie verworven. De bank heeft met name middelgrote bedrijven als klanten geworven, expertise opgebouwd over hun reilen en zeilen en beleggers en beleggingsfondsen gezocht en opgebouwd die geld willen steken in deze firma's.

Naast het personeel zijn het vooral twee grote Rotterdamse financiële instellingen die van het succes van de Cruijffie van de Amsterdamse beurs profiteren. De investeringsmaatschappij HAL (van de Rotterdamse zakenfamilie Van der Vorm), die 20 procent van de aandelen bezit, en verzekeraar Amersfoortse Stad Rotterdam, die iets minder effecten heeft.