'Ik wil investeren in jongeren'; Gesprek met premier Antillen

Premier Pourier (59) van de Nederlandse Antillen kwam in 1994 aan de macht na een spectaculaire zege van zijn partij, de PAR, bij de parlementsverkiezingen. Aanstaande vrijdag gaan de Antillianen weer naar de stembus. Pourier wil verder regeren. Er is nog veel te doen.

WILLEMSTAD, 28 JAN. De kennismaking met Miguel Pourier is wat ongebruikelijk. Dagenlang is de Antilliaanse premier onbereikbaar geweest en zijn secretaresse blijft herhalen dat hij “absoluut geen tijd heeft voor een interview”.

Dan wordt het zondagavond. De Partido Antia Restructura (PAR) houdt een verkiezingsbijeenkomst op het feestcomplex Sterke Jerke, genoemd naar het vlot waarmee vijf Friezen in 1985 naar de Antillen voeren. Terwijl de belangstellenden toestromen en de band zich opmaakt voor Caraïbische muziek met veel tromgeroffel, maakt een vriendelijk ogende man met grijzend kroeshaar zonder veel omhaal een afspraak. “Dinsdag kan ik u ontvangen op mijn kantoor.” Pourier draait zich om en slentert weg. Op zijn T-shirt staat de tekst PAR, Serio I Sinsero - PAR, serieus en eerlijk.

In de ontvangstkamer van de minister-president in Fort Amsterdam neemt Pourier meteen het woord. Hij wil weten waarom Nederlanders zo wantrouwend tegenover de Antillen staan. Pourier herinnert aan een opmerking van VVD'er Bolkestein, begin vorig jaar. De liberale leider liet zich iets ontvallen in de trant van: 'De Antillen dreigen af te glijden naar een Surinaamse positie, die van roversnest'. Pourier: “Bolkestein heeft soms de neiging de dingen zwaar te generaliseren. Als hem nader wordt uitgelegd hoe het zit, komt hij op zijn uitspraak terug. Maar zijn woorden waren wel heel vervelend, ze zijn zelfs fnuikend voor onze toeristenindustrie.”

Veel eilandbewoners waren woedend op Bolkestein: de witwaspraktijken en de drugsconnecties die met Suriname en Aruba in verband werden gebracht, werden hun nu ook al aangerekend, aldus Pourier. Toch vormen de drugs volgens hem ook “een bedreiging” voor zijn land. Hij vindt het “uiterst nuttig” dat er een (internationale) kustwacht is, maar liever zag hij dat de “grote geïndustrialiseerde naties” meer geld steken in een campagne om de armoede op de Antillem te bestrijden. “Want hoe meer de mensen hier verpauperen, hoe meer ze de drugs(handel) als alternatief zien,” zegt hij.

De premier prijst Nederland om de hulp die het gedurende zijn ambtsperiode heeft geboden in de vorm van 'een socaal urgentieprogramma': 75 miljoen gulden over drie jaar. “Ik hoop dat dit op nog grotere schaal gebeurt, want het is een investering die zich vele malen terugverdient.”

Drugs en criminaliteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de laatste opiniepeiling voor de verkiezingen oordeelde 56 procent van de ondervraagden dat criminaliteit het grootste probleem van het hoofdeiland Curaçao is.

Pourier zegt dat in het bijzonder de jeugd zich misdraagt. Hij wil daarom “fors investeren” in de opvoeding van jongeren. “De nieuwe generatie wordt thuis vaak verwaarloosd, de ouders nemen niet de tijd voor een goede educatie. Met name leden van de PAR zijn bezig geweest iets te doen aan de sociale omstandigheden in achterstandsbuurten. Niet zonder succes.” Hij noemt de wijk Seru Fortuna. “Vroeger was die afgeschreven, het was daar één doffe ellende. Nu zie je daar weer hoop in de ogen van de kinderen.”

Dergelijke activiteiten kosten geld en het gaat bijzonder slecht met de economie van de Antillen. Pourier beaamt het. Bij zijn aantreden in 1994 hadden de eilanden een schuldenlast van 2,5 miljard gulden, die inmiddels tot 2,8 miljard is opgelopen. Onder Pouriers bewind groeiden de rentelasten “enigszins”, naar 160 miljoen gulden, aldus de premier. Hij is er trots op dat hij de deviezenvoorraad - van groot belang voor de eilanden omdat veel producten voor binnenlandse consumptie uit het buitenland komen - weer bijna op peil heeft gebracht. “Daarmee was het bijzonder droevig gesteld”, weet hij nog.

De Antillen en het eilandbestuur van Curaçao moeten dit jaar twee leningen bij het pensioenfonds van respectievelijk 150 miljoen en 300 miljoen gulden zien af te lossen. Aangezien de rijksinkomsten uit de offshore de laatste jaren zijn teruggelopen en de regering de bestedingen van het volk via belastingen moest beperken, kreeg 's lands economie “twee klappen tegelijk”, aldus de premier. “Daardoor zitten we met een veel te groot gat, 143 miljoen, op onze begroting en voldoen we niet aan de eisen van het Internationaal Monetair Fonds. Ik denk dat het IMF te weinig oog heeft voor ons specifieke probleem.”

De minister-president heeft zich niet populairder gemaakt met wat hij “onvermijdelijke saneringen bij de overheid, het afstoten van rijkstaken en de invoering van 6 procent omzetbelasting, zeg maar BTW” noemt. Zeker niet op Sint Maarten, dat voor het aantreden van Pourier nauwelijks belastinggeld afdroeg aan de centrale overheid. Pourier: “Elk van de vijf eilanden betaalt nu zijn eigen deel. Goed, op Curaçao en Bonaire liggen de tarieven wat hoger dan op de drie Bovenwindse Eilanden, maar die krijgen minder service van de overheid.”

Pourier doelt dan, bijvoorbeeld, op het onderwijs. Met name op Curaçao is dat uitgebreider dan elders op de Antillen. Maar aan de kwaliteit schort nog veel. Pourier omschrijft het systeem als “totaal verkeerd”, omdat het weinig rendement oplevert. De premier ziet het al op de basisschool misgaan. “In sommige wijken komen kinderen met honger de klas in; dat is een heel slechte start. Anderen hebben in het geheel geen vocabulaire, daar is thuis nooit iets aan gedaan. Verder is het aantal lesuren beperkt. Ze beginnen om half acht 's ochtends en om half een zijn ze klaar.”

In de eerste twee jaar krijgen de kinderen les in het papiaments. Een verbetering ten opzichte van vroeger, vindt Pourier. “Toen ging alles op school in het Nederlands, voor die kleintjes een vreemde taal.” Het is de bedoeling dat het gebruik van de eigen taal, het papiaments, wordt uitgebreid, zonder dat het Nederlands wordt verwaarloosd. Het moet leiden tot meer enthousiasme en tot minder drop-outs. Voor degenen die toch uitvallen moet er opvang komen, zodat ze de aansluiting met de maatschappij niet missen. Kortom, het gat tussen wat de school produceert en wat de maatschappij nodig heeft, moet kleiner worden.

Pourier stelt vast dat er nog altijd veel studenten naar Nederland vertrekken. Hij heeft er begrip voor: de 59 jaar geleden op Bonaire geboren fiscaal-jurist liep zelf college in Rotterdam en Tilburg. Het is de taak van de Antilliaanse overheid, zegt hij, de in Europa afgestudeerde twintigers op de eilanden perspectief te bieden, zodat ze terug willen komen. “Ik kan me niet voorstellen dat ze daar niet voor voelen.”

Ideeën heeft Miguel Pourier genoeg. De vraag is of hij ze mag uitvoeren. In de laatste opiniepeilingen staat zijn partij PAR derde, na de PNP en de arbeiderspartij FOL. De PAR veroverde in 1994, bij de vorige verkiezingen voor de Staten, 8 van de 22 zetels.

“Die halen we nu nooit meer”, voorspelt hij, ook omdat er bij ons een afsplitsing is geweest.”. Hij verwacht wel dat de PAR opnieuw de grootste partij wordt en hij hoopt daarna zijn karwei als premier te kunnen afmaken, “want het is mijn missie de mensen de weg te wijzen”.