Holtense politie moet vooral vindingrijk zijn

De politiesterkte buiten de grote steden heeft het zwaarst geleden onder de reorganisatie begin jaren negentig. Intussen lijkt de criminaliteit zich te verplaatsen van de Randstad naar het platteland. En steeds vaker is de politie zelf het slachtoffer van gewelddadige handelingen.

HOLTEN, 28 JAN. De praatplaat van Holten is defect. 'Gebruik de telefoon bij het postkantoor' staat op een handgeschreven briefje op de deur van het politiebureau. De praatplaat, een vondst van het politieteam Holten-Bathmen, is uit nood geboren, benadrukt hoofdcommissaris Jan Wilzing van het overkoepelende korps IJsselland. Via een druk op de knop krijgen mensen die bij het politiebureau voor een gesloten deur komen rechtstreeks contact met de 'solosurveillant' in de auto. Het 'blauw' is op straat en toch bereikbaar. Twee vliegen in één klap, zegt Wilzing, die de praatplaat in de hele regio wil invoeren. Het ei van Columbus, mompelt een agent smalend. Hij heeft liever een goed bemand bureau.

Vóór de grote reorganisatie van begin jaren negentig, waarbij de rijks- en gemeentepolitie werden samengevoegd tot 25 'regiokorpsen', had het Overijsselse Holten (ruim achtduizend inwoners) de beschikking over vijftien man rijkspolitie. Tijdens de reorganisatie werden in heel Nederland de steden, waar meer criminaliteit was, versterkt ten koste van het platteland. In Holten bleef alleen een wijkagent achter. De gemeente kocht het politiebureau en verhuurde het aan een natuurgeneeskundige. “Als de wijkagent het kon behappen, kachelde hij op zijn fiets naar een melding”, zegt Jan Heerdink, chef van het huidige team Holten-Bathmen. “Maar was er een aanrijding met gewonden, dan moest ergens een surveillanceauto vandaan komen.” Als die net helemaal aan de andere kant van het gebied was, kon het lang duren. Soms duurde het bij een ernstig ongeluk twintig minuten voor de politie ter plekke was.

Intussen begon de criminaliteit op het platteland juist toe te nemen. In IJsselland steeg vorig jaar het aantal 'openbare-orde-incidenten' zoals overlast, vernielingen en geweld met vijf procent. Eén van de problemen is dat de autosnelwegen A1 en de A28 door het gebied lopen. Parkeerplaatsen langs die snelwegen zijn volgens Wilzing broedplaatsen van criminele activiteit. Bij zogenoemde 'snelkraken' rijden bendes uit het westen een dorp in, gooien een kei door de ruit van een winkel en halen die leeg. In vijf minuten zijn ze weer weg. “We hebben hier in Holten een kledingzaak die al veertien keer bezocht is”, zegt Heerdink.

Net als elders is ook de politie zelf vaker het doelwit. Tijdens een achtervolging op de A1 werden vorige maand twee agenten beschoten met een pistoolmitrailleur door de inzittenden van een auto die was betrapt op tanken zonder betalen. Alleen de auto werd geraakt. Een politieman in Olst, die in burger zijn hond uitliet, greep eind december in toen hij zag dat een paar meisjes een fiets vernielden. Daarop werd hij mishandeld door een grote groep jongeren die zich in de buurt bevond. Hij liep verwondingen op in zijn gezicht. Nadat de politie in het centrum van Hardenberg had opgetreden tegen een groep jongeren ging er in het huis van een van de agenten een steen door de ruit. De man was aan het werk, zijn vrouw en kinderen lagen te slapen.

In april '96 kreeg het team Holten-Bathmen de primeur van de praatplaat en werden de wijkagenten weer uitgerust met een auto, dit alles in het kader van het zogenoemde 'Twingo-project'. Tien agenten keerden terug. Bij weer een nieuwe reorganisatie in het korps IJsselland kreeg het platteland vorig jaar weer wat meer politie ten koste van de steden. Holten-Bathmen heeft nu officieel zeventien man. Het politiebureau is weer open, al heeft de natuurgeneeskundige er nog steeds een kamer. Maar het aantal van zeventien is geflatteerd, verzekeren korps- en teamchef. Het team is bijna permanent twee man kwijt aan de recherche en bijzondere projecten als opsporing van inbrekers.Met zieken, schietbeurten, cursussen en verloven meegeteld, blijft de spoeling dun. “We zijn nu in 93 procent van de meldingen in vijftien minuten ter plekke”, zegt Wilzing. “Dat lijkt mooi. Maar ik vind vijftien minuten geen fatsoenlijke norm. Je zult maar bedreigd worden, of mishandeld. Ik vind dat mensen op het platteland hetzelfde recht hebben als in de stad, waar het maar zes, zeven minuten duurt voor de politie er is.”

Na zessen 's avonds schakelt de politie van IJsselland over op 'noodhulpverlening': één surveillancewagen per twee teams, een gebied van soms wel meer dan tweehonderd vierkante kilometer. In hun Ford Mondeo rijden Frits ten Kate (45) en zijn collega Egbert Groot (49) om een uur of acht 's avonds naar een nieuwbouwwijk in Deventer. Een jonge vrouw heeft geklaagd over een stalker en de dagploeg is er niet aan toe gekomen. Groot en Ten Kate kunnen zulk achterstallig werk doen zolang er geen noodmeldingen zijn, of collega's in naburige gebieden assistentie nodig hebben. Als zich een steekpartij voordoet in Deventer moeten tal van wagens spoorslags die kant op.

Ten Kate belt aan bij het huis van de vrouw. Er brandt licht, maar niemand doet open. “Vreemd”, zegt hij. “Haar jas hangt er wel.” De politieauto rijdt weg, keert aan het eind van de straat en komt opnieuw het huis voorbij. Nu is het licht uit. Ten Kate beent voor de tweede keer naar de deur. “Politie!”, roept hij door de brievenbus. Dan pas gaat de deur open. De vrouw negeerde de bel uit angst voor haar belager. Een man die haar drie jaar eerder heeft aangerand, is weer een paar keer langsgefietst. “Ik kan heus wel voor mezelf opkomen”, zegt ze. “Maar ik wil er toch melding van maken. Ik wil gewoon dat het niet meer zover komt.”

De surveillance gaat verder, langs een winkelcentrum, langs plekken waar doorgaans jongeren rondhangen. De agenten bekeuren een mountainbiker zonder licht en inspecteren het terrein van een varkensslachterij, waar een vreselijke stank hangt. De enige noodmelding tijdens de avonduren is een inbraakpoging bij het hoofdkantoor van een reisbureau. Met 130 scheurt de Ford over de landwegen naar de plaats des onheils. In tien minuten is hij ter plekke. Een paar sloten zijn vernield, maar er blijkt niets gestolen.

De vooruitzichten voor IJsselland zijn somber. Sinds 1 januari vorig jaar staat het korps onder curatele van Binnenlandse Zaken. De komende tijd moet Wilzing nog 45 man inleveren om uit te komen met zijn budget. In totaal is het korps dan sinds 1995 140 man kwijtgeraakt. Bij de invoering van de 36-urige werkweek in oktober verwacht Wilzing nog meer mensen te verliezen.

“Je wordt vindingrijk”, zegt hij. “We zijn nu al zover dat we sommige hele kleine posten met stadswachten hebben bemand om ze open te houden. Ik zet daar vraagtekens bij.” Ten Kate bekent dat hij weleens jaloers is op de stadswachten, veelal langdurig werklozen met een Melkertbaan. “Eigenlijk is het zo dat zij nu meer plaatselijke kennis hebben dan wij”, zegt hij. “Zij hebben nog de tijd om rustig met mensen te praten. Wij vliegen van hot naar her.”