Een ramp wordt een trots epos; Het geheim van 'Titanic' is Camerons geloof in overmoed

Titanic. Regie: James Cameron. Met: Leonardo di Caprio, Kate Winslet, Billy Zane, Bill Paxton, Gloria Stuart, David Warner, Bernard Hill, Kathy Bates. In: 105 theaters.

De twintigste eeuw begon volgens de meeste historici niet op 1 januari 1900, maar op 28 januari 1914 met een moord in Sarajevo die de Eerste Wereldoorlog ontketende. Er valt ook iets te zeggen voor 15 april 1912 om half drie 's morgens midden op de Atlantische Oceaan. Aan het zinken van de Titanic, het grootste passagiersschip uit de geschiedenis tot dan toe, op zijn eerste reis - van Southampton naar New York - werd direct een mythische betekenis gegeven. Door de meeste tijdgenoten werd de dood van 1.500 van de ruim 2.200 opvarenden geïnterpreteerd als een straf voor de hoogmoed van het negentiende-eeuwse vooruitgangsoptimisme. De ontwerper van het schip en de reder waren zo overtuigd dat het drijvende paleis niet ten onder kon gaan dat de reddingsboten slechts plaats boden aan de helft van de passagiers en bemanning. Zo'n ramp had de wereld van voor de Eerste Wereldoorlog nog nooit meegemaakt; dat kwam er nu van, van de moderne tijd.

Als de in Canada geboren, Amerikaanse regisseur, scenarioschrijver en producent James Cameron (43) deze fatalistische instelling over de technologische vooruitgang deelde, zou hij nooit begonnen zijn aan de film Titanic.

Met een budget van meer dan 200 miljoen dollar werd het de duurste speelfilm die tot nu toe gemaakt is. Ook Cameron geeft zijn film een mythische en historische meerwaarde, maar zijn interpretatie wijkt af van de gangbare. Het verhaal van de ondergang van de Titanic, al vele malen eerder verfilmd, leverde het dramatische stramien van de rampenfilm, een genre dat vooral in de jaren zeventig floreerde. Daarin werden een groot aantal min of meer kleurrijke personages samengebracht op een spectaculair ten onder gaande locatie: een schip, vliegtuig of wolkenkrabber. Cameron koos niet voor zo'n Grand Hotel ten prooi aan de elementen, maar voor één enkele verhaallijn, over de gedoemde liefde van een verveelde jongedame uit de hoogste kringen (Kate Winslet) voor een derdeklaspassagier, die zijn passagebiljet met pokeren verworven heeft (Leonardo di Caprio). Hun romantische, in het vacuüm van de zeeramp opvlammende verbondenheid weerspiegelt een interessante interpretatie van de Titanic-mythe, als het einde van de traditionele klassenmaatschappij. De filmscènes waarin de bemanning met getrokken revolver de derdeklaspassagiers bij de reddingssloepen weghoudt, doet meer denken aan Eisensteins revolutionaire filmepos De slagkruiser Potemkin dan aan een rampenfilm als The Poseidon Adventure.

Voor Cameron zijn de oude en nieuwe aristocraten aan boord van de Titanic perfide figuranten, die een verloren strijd leveren. Levensgeluk valt alleen te verwezenlijken door hun ver- en geboden te trotseren en een democratische, egalitaire droom ('the American Dream') na te streven.

Alleen al op scenarioniveau heeft Cameron zijn droom briljant vormgegeven. Het begint in het heden, wanneer een bergingsploeg een brandkast uit het wrak van de Titanic naar boven haalt. Die bevat vooral rommel, maar ook een tekening van een naakte jonge vrouw. Op de televisie herkent een 102-jarige oude dame (Gloria Stuart, een ster uit de jaren dertig) zichzelf en komt per helikopter naar de bergers om haar verhaal te vertellen. Zo wordt het de moderne kijker gemakkelijk gemaakt om zich te identificeren met de eeuwigheid van ware liefde en kan Cameron alvast, in een kunstige animatie-reconstructie van de bergers, de grote lijnen neerzetten van zijn andere huzarenstuk: het gedetailleerd verbeelden van de bijna drie uren tussen de aanvaring met een ijsberg en het in tweeën breken van het vol water gelopen schip.

De moderne computertechnologie doet ons versteld staan: niet alleen filmde Cameron op 4.000 meter diepte het echte wrak van de Titanic, ook liet hij in een tank in Mexico de zeereus in al zijn glorie nabouwen. Het rechtstandig uit de golven oprijzen van de helft van de Titanic, met aan alle kanten vallende en zich vastklampende mensen, levert een onvergetelijke aanblik. Die wordt even later overtroffen door het inferno van 1.500 drenkelingen. Nog ijzingwekkender dan hun geschreeuw is vlak daarna de stilte, waarin de ene reddingboot die naar overlevenden zoekt (er werden er zes uit zee gehaald) zich een weg baant door een massa drijvende lijken in zwemvest.

Titanic is verreweg de beste film van Cameron, die eerder evenmin goedkope genrefilms als The Terminator, Aliens en The Abyss maakte. Zijn laatste film gaat verder en is een visionair epos van drie uur, dat overal ter wereld volle zalen trekt en vast op weg is naar een grote overwinning bij de Oscars.

De hoofdrollen van twee van de populairste jonge sterren van dit moment kunnen geen kwaad, maar het echte geheim is Camerons geloof in overmoed, in de liefdevolle reconstructie van een hybridische droom. In interviews zegt Cameron dat zijn eerste inspiratie om filmmaker te worden Kubricks 2001, A Space Odyssey was. Met Titanic schaart Cameron zich in de kleine groep eigentijdse filmauteurs van het niveau van Kubrick, voor wie techniek en humanisme elkaar versterken kunnen.