Een echt lijk of een special effect; 'The Cruel Machine' verzamelt lukraak filmische wreedheden

The Cruel Machine. International Film Festival Rotterdam, 28 jan. t/m 8 febr. Vooral in Pathé 7, Zaal de Unie. Inl. en res. 010-2331400.

ROTTERDAM, 28 JAN. Het is niet moeilijk te voorspellen welk onderdeel van het 27ste International Film Festival Rotterdam de komende tien dagen de meeste discussie zal uitlokken. The Cruel Machine is de verzameltitel, waaronder de voor dit onderdeel verantwoordelijke programmeur Gertjan Zuilhof, in zijn eigen woorden, een aantal “stilistisch zeer diverse films rond een intuïtieve en subjectieve notie als wreedheid” samenbracht. Het programma van 36 titels bevat vier sleutelfilms: drie klassiekers, die stuk voor stuk bij hun eerste verschijning felle haat opriepen, en één nieuwe, die om iets andere redenen veel mensen niet tot het einde uit kunnen zien. De drie oude films staan elk voor een subgenre. Mondo Cane (Gualtiero Jacopetti, 1963) is een documentair panopticum van deels geënsceneerde gruwelijkheden, dat model stond voor Faces of Death, de door politici en censors gevreesde eigentijdse videoserie van 'waar gebeurde' sterfgevallen. Peeping Tom (Michael Powell, 1960) is een thriller over sadisme en voyeurisme waarin een fotograaf vrouwen doodsteekt met zijn statief. Pentimento (Frans Zwartjes, 1979), destijds op het Rotterdamse festival door feministische commando's bestreden, bedient zich van surrealistische en groteske middelen om de binnenwereld van seks en geweld te verbeelden.

De (quasi-)documentaire, de gruwelijke speelfilm en de niet in eerste instantie narratieve, soms bijna abstracte filmkunst zijn drie onderscheiden vormen om de toeschouwer te confronteren met zijn eigen angsten en zijn behoefte om die angst te bezweren door te blijven kijken. De vierde film, Funny Games (Michael Haneke, 1997), stuurt het houvast van die indeling moedwillig in de war. De praktijk leert dat strikt fictief en verhalend geweld de grootste tolerantie oproept. In bijvoorbeeld de films van Quentin Tarantino verlicht afstandelijke ironie en de bestraffing van het kwaad de confrontatie met onprettige beelden. In Funny Games moorden twee jonge indringers tergend langzaam een Oostenrijks gezin uit. Het geweld zelf is zo goed als onzichtbaar en er is dus ook geen katharsis. Haneke stelt de kijker op de proef door hem geen verlossing te bieden, geen uitweg, en geen straf voor het kwaad. Hij bedient zich in zijn dialoog met de kijker van een paar flauwe trucjes, om het onderscheid duidelijk te maken tussen een 'gewone' geweldsfilm en een film die wil laten zien hoe erg geweld eigenlijk is.

Weerstand op morele gronden tegen de eerste drie films is onzin, maar met Funny Games heb ik wel problemen, omdat Haneke de kijker opzadelt met zijn eigen dubbele moraal. Hij stelt als het ware de vraag: waarom kijk je naar mijn film? Als je niet graag mensen doodgemarteld ziet worden, kun je dat ook maar beter niet doen.

De rest van The Cruel Machine wappert alle kanten op. Het programma bevat zowel een in speelfilmvorm gegoten manifest tegen gratuit geweld van Wim Wenders (The End of Violence, 1997) als een prototype van wat Wenders bedoelt, Jan Kounens Dobermann (1997). Er zitten necrofiele speelfilms bij en documentaires over zichzelf verminkende performancekunstenaars. Volgens Zuilhof is een van zijn doelstellingen te bewijzen dat het voor de kijker niet uitmaakt of hij naar een echt lijk kijkt of naar een 'special effect'. Ik denk dat hij daarin ongelijk heeft, want waarom zouden anders de op Mondo Cane voortbordurende films zo hun best doen authenticiteit voor te wenden? De wetenschap dat iemand op het witte doek niet echt dood is, stelt de kijker gerust. Aan de aanblik van werkelijke doden heb ik meestal geen behoefte, want voor mij moet film de mogelijkheid van geestelijke bevrijding bieden. Het klakkeloos, 'intuïtief' op een hoop gooien van filmische wreedheden is een loze en misleidende provocatie, die tegenstanders wel eens op het idee zou kunnen brengen om censuur voor te stellen, zelfs in Nederland. Natuurlijk mag geen enkele film ooit verboden worden.