De poëzie van Themerson

Op wat - als hij nog geleefd had - zijn achtentachtigste verjaardag geweest zou zijn, is zondag jongstleden in de Amsterdamse Athenaeum Boekhandel de verzamelde poëzie gepresenteerd van de Pools-Engelse schrijver Stefan Themerson. Het is een uitgave van de Gaberbocchus Press, Themersons voormalige eigen uitgeverij, waarvan de exploitatie plusminus is overgenomen door uitgeverij De Harmonie. Maar dan gaat het hier wel om een exploitatie die minder van doen heeft met geldverdienen dan met piëteit en genegenheid: liefdewerk, nieuw papier.

Misschien was Themerson het minst van al een dichter. In elk geval was hij nauwelijks de maker van wat men zich zoal bij gedichten pleegt voor te stellen. Zowel voor het meer cryptogrammatische als voor het meer lyrische gedicht moest de lezer niet bij deze schrijver zijn. En plastiek in de zin van Vestdijk, daar deed hij ook al niet aan. Themerson was een typische essayist, ook en misschien vooral in enkele van zijn beste boeken, zoals de scherpzinnige en geestige roman Kardinaal Pölätüo.

Zijn positie als literair schrijver is toch al moeilijk te bepalen. Want Themerson was een auteur die in zijn werk toegang verschafte aan heel wat contemporaine wetenschap. Biologie, fysica, wiskunde, filosofie: in zijn brein waren ze gelijkelijk welkom als parallelle bronnen van kennis of reflectie. Themerson was een schrijver bij wie alles in principe welkom was dat behulpzaam leek om tot helderheid en als het even kon eenvoud te raken.

Ex aequo figureren in zijn werk talrijke citaten uit kunst en wetenschap. Ook maakte hij gebruik van zeer diverse illustraties, grafieken en tekeningen, wanneer die in één klap een heleboel woorden overbodig konden maken. Themerson gaf de woorden graag hun congé. Veel van zijn werk is om die reden dan ook een lust voor het oog. Dat Logica, etiketten en vlees de typografisch levendigste essaybundel uit de literatuurgeschiedenis is, lijdt geen twijfel. De schitterende lijntekeningetjes van zijn vrouw Franciszka Themerson komen voort uit hetzelfde lichte en heldere universum dat blijkbaar door het echtpaar bewoond werd.

Maar tegenover poëzie stond Themerson in principe even kritisch als tegenover politiek taalgebruik. Volgens hem bestond er een demagogie van de kunst niet minder dan van de politiek. Taalcriticus die hij was, wilde hij alle taal, en voorop die van de wetenschap en de literatuur, ontdoen van al dan niet opzettelijke onhelderheid. Grof gezegd is Themerson een van de tamelijk zeldzame uitgesproken logisch-positivisten geweest onder de schrijvers. In die hoedanigheid is hij door W.F. Hermans destijds royaal verwelkomd in diens kloeke inleiding tot de vertaling door Gust Gils en Freddy de Vree van Kardinaal Pölätüo, die in 1967 bij De Bezige Bij verscheen.

Themerson is bevriend geweest met Bertrand Russell, die voor de Engelse uitgave van de roman Professor Mmaa's Lecture eenzelfde wervende rol heeft gespeeld als Hermans hier voor Pölätüo.

Geboren in een liberaal-joods milieu in het Wit-Russische Plock, dat naderhand met inwoners en al Pools werd, was Themerson van jongsafaan geïnteresseerd in de kunst van de avant-garde. Hij maakte films, schreef kinderboeken, werkte een aantal vooroorlogse jaren in Parijs, en nam na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dienst bij de Poolse Brigade. Zijn eerste poëzie, Croquis dans les ténèbres schreef hij in juni 1941 in het Frans; te Voiron, in Vichy-Frankrijk. Vandaar wist hij in 1942 Londen te bereiken, de stad waar hij tot zijn dood in 1988 zou blijven wonen.

Croquis dans les ténèbres is opgenomen in een Engelse vertaling van de hand van Barbara Wright, een oude vriendin die ook de helpende hand bood toen Themerson kort na de oorlog een oorspronkelijk in het Pools geschreven kinderboekje Pan Tom buduje dom verengelste tot Mr. Rouse Builds His House. Croquis dans les ténèbres is een curieus samenstel van proza, prozagedicht en poëzie. Het omvat onder meer een gebed van een nadrukkelijk niet-gelovige tot een God in vele gedaanten, plus een door die God geredelijk afgelegde verantwoording. Het is een God die evenzeer Lear is als Desdemona, Iago net zo goed als Lady Macbeth, Othello zowel als Puck. Instemmend citeert hij de bekende woorden van Xenophanes: Als ossen en leeuwen handen hadden, als zij konden tekenen zoals mensen dat kunnen, dan zouden zij goden scheppen naar hun eigen beeld.

Vrijwel direct daar achteraan treft de lezer - het jaar van schrijven is 1945 - diverse zogenoemde semantische poëzievertalingen aan. Daartoe neemt Themerson bijvoorbeeld een populair Pools versje met nationalistische inslag. De procedure bestaat hieruit dat het vers geheel ontdaan wordt van zijn propagandistische parti pris door het over te zetten in een geneutraliseerde definitie-taal, met een resultaat dat sterk komisch werkt. Daarbij dijt het vierregelige versje gemakkelijk uit tot een tweetal bladzijden. Dit doet Themerson ook met een Russische ballade, een gedicht van Li Po, en 'Taffy was a Welshman'.

I admire poets - aldus de dichter in weer een ander karakteristiek gedicht - who can put words into such a form / That you can almost take it in your fingers / And place it on a lady's head, like a tiara, / Or on an art historian's desk, like a paperweight. // Yes, I admire many things that I don't like.

Dit is Themerson van begin tot eind en ten voeten uit. Maar niet, ben ik geneigd te zeggen, in zijn beste vorm. Want die is toch echt het proza. Maar zijn liefhebbers moeten zich de mooi uitgegeven Collected Poems - met voorwoord van Jasia Reichardt en tekeningen van Franciszka - natuurlijk niet laten ontgaan.