Bezorging

Al die moeite die je neemt om een brief goed te adresseren - een naam en een achternaam, een straatnaam die niet zelden naar een persoon vernoemd is met opnieuw een voornaam of een functie erbij, ten slotte de stad en de afzender - en dan tien dagen later alles terug te krijgen omdat het huisnummer fout was, geen 16, maar 6. Dat blijkt dan het enige wat er in feite toe doet: postcode en huisnummer, precies datgene wat je nooit kunt onthouden, al het overige is voor de bestelling van geen enkel belang.

Vooral bij het verzenden van een hele serie uitnodigingen, wenskaarten of aankondigingen komt geregeld de vraag op waar je het eigenlijk voor doet, al die namen en straten. Voor de postbode blijkbaar niet, die ziet alleen de getallen; zoals op een vogeltrekstation alleen het ringnummer telt, al kun je daar wel degelijk de soort en zelfs het individu mee achterhalen. En als het ringnummer fout is? Dat zal haast nooit iemand weten.

Maar als een postcode fout is vind je in je brievenbus tussen kranten en drukwerk een mooie enveloppe met een groot, lichtblauw handschrift dat aan een vrouw is gericht, of aan een meisje, of dochter. Voor een kinderzegel met twee broodsmerende beren heeft de afzender 40 cent extra betaald.

Je draait de envelop om en om, houdt hem tegen de lamp, hebt vandaag nergens tijd voor. Staat de naam in het telefoonboek? Jazeker, en wel over drie hele kolommen. Maar bij de straatnaam vind je die postcode niet, zodat alleen het huisnummer nog enige kans kan geven; zuchtend kruipt een vinger langs een paar honderd nummers waarvan er twee gelijk zijn aan het sierlijke blauw.

Je streept de straat door, de code, en schrijft daar beide alternatieven onder - mocht het eerste weer mis zijn, dan zullen de naam en het handschrift hopelijk borg kunnen staan voor een laatste, definitieve bezorging.