Affaire Clinton beïnvloedt DNB-balans

AMSTERDAM, 28 JAN. Zelfs in de verkorte balans van De Nederlandsche Bank blijkt iets terug te vinden van het schandaal rond president Clinton. Aan passiefzijde van de Weekstaat vertoont de post Waarderingsverschillen goud en deviezen een daling met ruim 500 miljoen gulden.

De koers van de Amerikaanse dollar speelt hierbij de hoofdrol. Deze is gedurende de verslagweek met maar liefst 7 cent gedaald. Alhoewel ook andere factoren ten grondslag kunnen hebben gelegen aan de daling van de dollarkoers, zal een belangrijk deel van de koersdaling veroorzaakt zijn door de opgeleefde politieke onzekerheid in de VS. Het is overigens niet bij voorbaat zeker dat een vleugellamme president Clinton dan wel een machtswisseling per definitie tot een structureel lagere dollarkoers moet leiden. Op de korte termijn luidt de standaardreactie echter vrijwel altijd 'politieke onzekerheid = zwakkere munt'.

Niet uit de Weekstaat blijkt dat het einde van de vorige kasreserveperiode, op donderdag 22 januari, met enig ongemak gepaard is gegaan. Op die dag is voor 405 miljoen gulden een beroep gedaan op de marginale voorschotfaciliteit. Banken maken gebruik van deze faciliteit indien zij niet aan hun kasreserveverplichting dreigen te voldoen. Hiervoor betalen zij evenwel het (hoge) tarief van 4,5 procent. Opmerkelijk is dat op dezelfde dag eveneens een eenmalige daling van de vaste voorschotten met 331 miljoen gulden heeft plaatsgevonden.

Dit zou op het volgende scenario kunnen wijzen: mogelijk heeft een geldmarktpartij die relatief goed bij kas zat besloten om niet te trekken op de vaste voorschotfaciliteit, omdat zij voorzag dat op de laatste dag van de kasreserveperiode de daggeldrente omlaag zou duikelen. Deze geldmarktpartij vreesde dat zij dan de aangetrokken middelen (tegen de vaste voorschotrente van 2,75 procent) tegen een lager tarief zou moeten uitzetten op de geldmarkt. Achteraf blijkt hiervan geen sprake te zijn geweest. Integendeel, afgelopen donderdag zat het bankwezen als collectief - mede als gevolg van de niet opgenomen vaste voorschotten - enigszins krap. Dit resulteerde in een lichte stijging van de daggeldrente en in genoemd beroep op de marginale voorschotfaciliteit.

Uit de Weekstaat blijkt verder dat de start van de nieuwe kasreserveperiode - inmiddels traditiegetrouw - samenging met een ruimere speciale belening (plus 373 miljoen gulden). Hiermee geeft DNB de banken van meet af aan de ruimte om binnen de periode te voldoen aan de kasreserveverplichting.

Bron: ING Economisch Bureau