ABN Amro, ING: geen reserves voor Azië-kredieten

ROTTERDAM, 28 JAN. ABN Amro en ING Bank zijn nu niet van plan voorzieningen te nemen voor mogelijke stroppen bij leningen die zij hebben uitstaan in door de financiële crisis getroffen landen in Oost- en Zuid-Oost Azië. Dit hebben woordvoerders van beide banken vanmorgen gezegd in een reactie op een forse voorziening die Deutsche Bank neemt op probleemleningen in het gebied.

Deutsche Bank, de grootste bank van Duitsland, zei vanmorgen 9 miljard mark (5 miljard dollar) aan leningen in de regio te hebben uitstaan. De bank noemde daarbij Indonesië, Thailand, de Filippijnen en Zuid-Korea. Deutsche Bank heeft in verband met de Azië-crisis 800 miljoen dollar gereserveerd voor mogelijke stroppen. Deze voorziening komt ten laste van de resultaten over het vierde kwartaal. Het bedrijfsresultaat over 1997 zal mede daardoor een derde lager uitvallen dan het resultaat over 1996. Ook de drie grote Belgische banken, Generale Bank, Bank Brussel Lambert en Kredietbank, nemen voorzieningen voor hun leningen aan Azië, zo berichtte de Belgische krant l'Echo vanmorgen. Het enige bekende gereserveerde bedrag, 20 miljoen dollar bij de Kredietbank, is evenwel bescheiden vergeleken bij de voorziening door Deutsche Bank.

Volgens recente gegevens van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) hadden Nederlandse banken eind juni 1997 voor 1,7 miljard dollar (3,4 miljard gulden) uitstaan in Zuid-Korea, voor 2,8 miljard dollar in Indonesië, 1 miljard dollar in de Filippijnen en ruim 1,6 miljard dollar in Thailand. Samen is dat ruim 6,1 miljard dollar. In financiële kringen wordt er van uit gegaan dat dit voor een groot deel leningen van ABN Amro en ING betreft. Belgische banken hebben voor 8,3 miljard dollar in de vier landen uitstaan, hoewel hier een onbekend deel afkomstig is van Luxemburg dat door de BIB niet apart wordt vermeld.

Een woordvoerder van ABN Amro zegt geen grote problemen te voorzien. “In totaal hebben we 7 procent van de kredietportefeuille in het Verre Oosten uitstaan. In de meer risicovolle landen als Zuid-Korea, Indonesië, Thailand en Maleisië zitten we op circa 3 procent. Stel nu eens dat het op een van de tien gevallen in die landen mis gaat: dan spreek je over 0,3 procent van de totale portefeuille.” ABN Amro onderstreept geen onroerend goed in Azië te hebben gefinancierd en verder financieringsmaatschappijen hebben ontweken. “De projecten die wij hebben gefinancierd genereren alle dollarinkomsten, waardoor de risico's beperkt worden.”

Een woordvoerder van ING geeft aan dat de projecten in het Verre Oosten 6 procent van de kredietportefeuille beslaan. “Dat de Deutsche Bank nu reserveringen gaat treffen, is voor ons nog geen reden om hetzelfde te gaan doen.”

ABN Amro maakt deel uit van een stuurgroep met buitenlandse banken die op initiatief van de Indonesische regering gevormd is om een oplossing te vinden voor de miljardenschulden van het Indonesische bedrijfsleven. In de stuurgroep zijn zo'n 25 banken vertegenwoordigd, die afkomstig zijn uit landen met de grootste belangen in Indonesië. De werkgroep gaat volgende week aan het werk, na de viering van het Chinees nieuwjaar en de afloop van de vastenmaand.

De Indonesische oud-minister Radius Prawiro, aangetrokken door president Soeharto voor een regeling van de buitenlandse bedrijfsschulden, kondigde gisteren een bevriezing van de afbetalingen aan. Volgens hem zitten 228 bedrijven omhoog. De schattingen over de schuldenlast lopen uiteen van 66 tot 80 miljard dollar. De BIB noemt een totaal aan bankschulden van 58 miljard dollar per eind juni 1997. Andere banken in de werkgroep zijn onder meer Standard Chartered Bank, UBS uit Zwitserland, Deutsche Bank, Societé Générale uit Frankrijk, Citibank en Bank of America.