Zwaailichtjournalistiek vertekent Groningse crisis

In Groningen gaat het dezer dagen over veel meer dan de positie van de burgemeester of de overplaatsing van een officier van justitie. Nederland lijkt de laatste weken op een kolkende rivier van woede-uitbarstingen die zijn gelijke in ons land niet kent. Elke vorm van zelfbeheersing, rust en overzicht lijkt te ontbreken.

Zonder enige vorm van zelfreflectie heeft iedereen ongegeneerd een oordeel klaar en over de relschoppers heeft niemand het meer. Zij lijken de enigen die in deze zaak vrijuit gaan.

Maar in Groningen staat meer op het spel. Worden we hier niet overgeleverd aan landelijke politici die ad hoc reageren op lokale gebeurtenissen? Worden we niet geregeerd door eenzijdige tv-beelden van volkstribunalen die een burgemeester toeroepen om vooral te chill-outen? Is de veramerikanisering van politiek-bestuurlijke problemen door opgeklopte hetzes, de jacht op kopstukken, het bespelen van de media via lekken en opportunistische politici in Nederland nabij?

Om te beginnen de Haagse politici. Tijdens het debat in de Tweede Kamer hadden, nog voordat de raadscommissie van een stad of een hoorzitting van wijkbewoners had plaatsgevonden, Kamerleden al hun oordeel klaar over wat er in Groningen moest gebeuren. Een Kamerlid stelde vragen op basis van het gerucht dat het driehoeksoverleg van burgemeester, officier van justitie en hoofdcommissaris van politie al anderhalf jaar niet meer bijeengekomen was. Een goedkoop nummer voor het eigen ego? Een wijs Kamerlid doet eerst ter plaatse navraag en komt pas dan in actie. Uit de beantwoording bleek dat het gerucht op niets berust.

Het gebrek aan inzicht en een consistente visie over de organisatie van de politie strekt veel verder. De verantwoordelijke minister Dijkstal mag nu van de Kamer achteroverleunen en afwachten tot het misgaat. Hij vindt de Politiewet al veel langer een onding waar hij niet mee kan werken en de Kamer laat dit toe.

Ook premier Kok heeft zich inmiddels in de kwestie geroerd. Hij sprak terecht zijn bezorgdheid uit over de rellen in de Oosterparkwijk. Het feit dat burgers niet beschermd door de politie aan hun lot worden overgelaten heeft een bovenlokale uitwerking. Maar het is en blijft een lokale rel. Wie schetst onze verbazing als de minister-president vervolgens verklaart dat naar aanleiding van die rel de Politiewet mogelijk moet worden gewijzigd. Nog geen twee maanden eerder is net een door de premier gefiatteerd verkiezingsprogramma voor de komende vier jaar opgesteld waarin letterlijk staat dat de Politiewet niet hoeft te worden gewijzigd.

Ook andere politici springen in de bres voor meer centralisatie, hoewel deskundigen als professor Fijnaut of de voorzitter van het korpsbeheerdersberaad, de Nijmeegse burgemeester d'Hondt, verklaren dat de nationale politiek met de huidige wet voldoende mogelijkheden heeft om in te grijpen.

De sterke uitvergroting van de affaire komt mede door de talloze media die bezit nemen van de stad. Met meer dan vijftien camera's wordt de zaak opgehitst. Een stamelende verslaggever van Netwerk mag live in de uitzending een aantal beelden van de avond in de Oosterparkwijk verslaan en de openingsvraag vanuit de studio is: “De gemoederen zullen wel flink verhit zijn?” Van de dan volgende drie sprekers mag er hooguit een verhit worden genoemd en andere, meer diepgaande onderwerpen komen die avond niet aan de orde. En hoe kopt de volgende dag de Volkskrant breeduit op de voorpagina? Het platvloerse citaat van een aanwezige dat de burgemeester 'moet oprotten'.

Opeens lijkt de incidenten- en de zwaailichtjournalistiek gemeengoed te zijn geworden. Wat is er van de verantwoordelijkheid van de media overgebleven? Waar is de kritiek van de gevestigde journalistiek op nieuwe media als CNN of de commerciëlen dat er geen journalistieke zeef en verantwoording is tussen de kijker en de beelden en teksten die doorgegeven worden?

Het Parool verbaast zich erover dat de raadscommissie, ondanks de media-aandacht, zo vrijblijvend discussieert. Alsof de media de inzet van het debat bepalen! Uit ergernis over het uitblijven van smeuïge teksten schrijft de journalist dan zelf maar op dat de hoofdrolspeler zich met een 'maoïstische' boetedoening verdedigt. Wat zijn dit voor vergelijkingen? Mag er straks geschreven worden dat bestuurders met 'neonazistische precisie' orde op zaken hebben gesteld?

Is de bestuurlijke crisis in Groningen zo groot of is de mediaberichtgeving zo buitenproportioneel dat van een hetze kan worden gesproken? Nederland is in een mediaconcurrentie beland waar de slag om de kijker op het scherpst van de snede gevoerd wordt. De affaire-Groningen vraagt om bezinning. Bezinning om met rust en wijsheid orde aan te brengen. En daarvoor is inmiddels de oud-hoofdcommissaris Brand aangetrokken.

In deze krant heeft Mark Kranenburg betoogd dat de burgemeester, met verwijzing naar Lord Carrington, veel eerder had moeten opstappen. Dat is een te verdedigen standpunt. Maar evenzeer heeft ons land behoefte aan politici die zichzelf verdedigen en verantwoording afleggen op de geëigende plaats, de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging. Dat is de plaats waar het debat moet plaatsvinden, de feiten gewogen worden en de balans wordt opgemaakt. Het is in ieder geval niet de intensiteit van de media-aandacht die een eventueel tijdstip van vertrek bepaalt.

Veel belangrijker is ondertussen dat we ons in dit land diepgaand bezinnen over de cultuur van de hetze en het incidentalisme die rond de affaire in Groningen in volle omvang naar voren is gekomen. In Den Haag moet men eerst zelf orde aanbrengen in een ondoorzichtig bestuurlijk stelsel van benoemde burgemeesters die als gekozen burgemeester naar de raad gaan en daarna nog steeds afhankelijk zijn van een Haags oordeel. Er moet duidelijkheid komen over de huidige structuur met de politieregio's, die de nodige democratische inbedding missen. En er moet antwoord komen op de vraag of hernieuwd centralisme een rel in een wijk kan voorkomen.

Moet de minister van Binnenlandse Zaken 's nachts gebeld worden als er iets loos is in Helmond-Oost? Wie bezwijkt voor over elkaar rollende journalisten op jacht naar bloed en de hoogste kijk- en oplagecijfers zet de deur open voor de verdere veramerikanisering van onze mediacultuur.

De Nederlandse journalistiek lijkt, net als de politiek, meer en meer geïnteresseerd in het incident, het persoonlijke en het potentiële conflict. Wie voor deze druk bezwijkt zet een dam open naar een bikkelharde cultuur waarvan affaires rond Paula Jones en O.J. Simpson afschrikwekkende voorbeelden zijn.

Nog even en de aangevallen personen moeten op dezelfde wijze gaan terugslaan. Er zijn vast wel advocaten, mediaconsulenten en andere pr-adviseurs in ons land die al langs de kant staan te trappelen. De Nederlandse samenleving heeft er belang bij dat dit soort ontwikkelingen worden tegengegaan.

Hopelijk zal de Groningse nuchterheid zegevieren.