Voorrang in de zorg is ongewenst

Gerichte specialistische hulp is beter dan voorrangsbehandelingen, vindt Rob Oudkerk. Waarom geen ruggenspreekuren voor vrachtwagenchauffeurs?

Stel: de Stichting van de Arbeid stuurt een brief aan de Tweede Kamer waarin staat dat werknemers in verkeersfiles voorrang moeten krijgen via een aparte strook. Want wachten kost tijd. En tijd is geld, zeker in de tijd van de baas. De scholier in de bus op weg naar school, opa die gaat oppassen op de kleinkinderen en de vrijwilliger die in een verzorgingshuis de koffie rondbrengt, de uitkeringsgerechtigde, de kleine zelfstandige en ook de freelancer zien tandenknarsend mensen rechts voorbijschuiven. Als argumentatie zegt de Stichting dat ze de politiek al veel eerder heeft gewaarschuwd. Dat ze er eigenlijk tegen zijn, maar dat de maatregel van tijdelijke aard is tot alle files zijn opgelost. Bovendien, aldus de Stichting, als werknemers uit de file gaan, wordt de file automatisch korter. Iedereen heeft dus voordeel, de een alleen een beetje meer dan de ander.

Ik denk dat ons heilige-koe-huis te klein was geweest. Zo'n onderscheid vindt de overgrote meerderheid gewenst noch rechtvaardig. En dan gaat het hier nog maar om een plaatsje op het asfalt en niet om een plekje voor behandeling van ziektes.

Toch heeft zo'n onheilspellende brief van de Stichting van de Arbeid over de zorgfiles nu de Tweede Kamer bereikt. En de directeur van alle zorgverzekeraars in Nederland, De Jong, heeft zich in deze krant (20 januari) achter dit bedenkelijke, zo niet asociale en discriminerende standpunt geplaatst. Dat is betreurenswaardig. Zorgverzekeraars wekken zo de schijn meer verstand van verzekeren te hebben dan van zorg.

De Jong pleit er terecht voor om volksgezondheidsbeleid en sociaal zekerheidsbeleid beter op elkaar af te stemmen. Maar hij schrijft geen enkel ander recept uit dan het voorrangszorgrecept. Hij vertelt de politiek wat ze (niet) moet doen en houdt een pleidooi voor verregaande 'concernvorming' tussen zorg- en inkomensverzekeraars en uitvoeringsinstellingen sociale zekerheid, terwille van de dynamiek. Welke weet hij ons niet te melden, maar het is die concernvorming die Flip Buurmeyer deed verzuchten: “De beer is los. Wij wilden wel dynamiek, maar geen onbeheersbare dynamiek”.

Het zou aardig zijn te toetsen of een voorstel voor tijdelijke voorrangsbehandeling - niets is in dit land overigens zo permanent als tijdelijke oplossingen - botst met de Grondwet en de Wet op Gelijke Behandeling.

Wie wanneer welke hulp behoeft bepaalt hier de medische professie, die haar afweging samen met de patiënt maakt. De Stichting van de Arbeid en de zorgverzekeraars en hun concerns horen niet op de stoel van de medicus. Dat deze concerns en zorgverzekeraars met het vingertje wijzen naar de politiek, is even begrijpelijk als kortzichtig.

De privatisering van de ziektewet heeft nogal wat - niet alleen financiële - verantwoordelijkheid bij werkgevers en werknemers gelegd. Die eigen verantwoordelijkheid is bedoeld om beiden te stimuleren meer te doen aan het voorkomen en bekorten van ziekteverzuim. Arbo-zorg voor betere arbeidsomstandigheden die preventie, diagnostiek en begeleiding omvat, moest daar flink aan bijdragen. Het is daarom bedenkelijk dat alleen al de arbo-zorg in notabene de gezondheidszorginstellingen zelf slechts in 11 van de 50 gevallen aan de criteria voldoet.

Ik begrijp heel goed dat werkgevers het niet kunnen aanzien - en in het midden- en kleinbedrijf ook niet kunnen betalen - om zieke werknemers op ellenlange wachtlijsten te zien staan. Daar willen ze omheen, desnoods met eigen geld. Wat weer niet mag of kan. Men wijst dan richting politiek.

Maar dat is te makkelijk. De besturing en beheersing van de gezondheidszorg is het schoolvoorbeeld van vele communicerende vaten. De overheid heeft veel aan het veld overgelaten, aan verzekeraars, ziekenhuizen, hulpverleners en zelfstandige bestuursorganen. Het terugdringen van wachtlijsten betekent dan medewerking van en samenwerking met deze partijen. De politiek kan niet door alleen maar meer geld alle wachtlijsten wegnemen noch voorrangsinitiatieven tegengaan.

Als iedereen daar tegen is, is gezamenlijke actie nodig. Maar die moet niet uit voorrangszorg bestaan. Het gaat hier niet om een ethisch debat of het mag of niet: voorrang is gewoon niet gewenst. Het is een probleem van praktische aard en dat vraagt praktische oplossingen, op korte en middellange termijn.

Duidelijk moet in ieder geval zijn waarover we praten. Bij werknemers gaat het bijvoorbeeld vrijwel niet om staar- of hartoperaties, maar wel om orthopedische diagnostiek en psychische hulp.

Pas als we weten waar welke voetangels en klemmen liggen moet er gericht en blijvend geld naar de grootste knelpunten. Gezien de verkiezingsprogramma's van alle partijen kan dat komende zomer in het regeerakkoord worden vastgelegd. Dat betekent mogelijkheden tot verlenging van productietijd en het waar nodig langer openstellen van reguliere zorgvoorzieningen.

Daarnaast is het wenselijk geld vrij te maken om de bulk aan wachtenden die nu op alle lijsten staan weg te werken. Hiermee kan een bedrag gemoeid zijn tussen de 200 en 300 miljoen. Iedere instelling kan dan met een schone lei beginnen.

Maar het is niet alleen geld. Ook de organisatie van zorg speelt een grote rol. Daarom moet het budgetteringssysteem van ziekenhuizen op de helling. Nu krijgen ziekenhuizen die een wachtlijst hebben extra geld (in 1997 50 miljoen, en in 1998 weer 50 miljoen). Dat zou je moeten omdraaien. Beloningen en premies zijn gewenst voor die instellingen die aantoonbaar een geslaagd antiwachtlijst beleid voeren, net als budgetkortingen bij oplopende wachtlijsten, tenzij niet door eigen schuld. Verder moet de digitale snelweg in de zorgsector veel pregnanter worden gebruikt. Lokale initiatieven die wachttijden aanmerkelijk bekorten door het gebruik van het Internet en de plannen van patiëntenorganisaties voor informatie over wachttijden per regio lijken veelbelovend.

Tenslotte wil ik pleiten voor het instellen van specialistische arbo-zorg. Nederland staat waar het gaat om kennis van arbeidsgerelateerde aandoeningen in de kinderschoenen. Pilot-onderzoek beschrijft bij eenderde van de cara-patiënten een risicofactor op het werk. En door de economie opgejaagde arbeidsorganisaties zouden garant staan voor 60 procent van de stress die aan de huisarts gepresenteerd wordt.

Terecht pleiten Van Dijk en Buys deze week in het artsenblad Medisch Contact voor gespecialiseerde zorg per sectorale werksfeer. Te denken valt aan ruggenspreekuren voor specifieke rugklachten bij vrachtwagenchauffeurs, aan kantoorspreekuren voor mensen met een computermuisarm en de al bestaande kappersspreekuren voor kappers met eczeem.

Gerichte specialistische hulp voor arbeidsgerelateerde klachten is iets anders dan voorrangsbehandeling voor een gewone klacht in bedrijvenpoli's. Dat vergt een verandering van de arbo-diensten.

Kansen genoeg. Maar ook bedreigingen zat. Het Nederlands Ziekenhuis Instituut pleit voor overleg op basis van de drie V's: vertrouwen, verantwoordelijkheid en verantwoording. Daar moet morgen, tijdens een grote conferentie in de Tweede Kamer over voorrangszorg met de belanghebbende partijen een begin mee worden gemaakt. Want voorrangsconstructies pur sang passen niet in een beschaafd land. Dat is een kwestie van fatsoen en van normen en waarden.