Vlinder Lewinsky maakt dollarstorm

AMSTERDAM, 27 JAN. Hoe belangrijk is Monica Lewinsky? Niet alleen heeft haar vermeende affaire met Bill Clinton de Amerikaanse president in het nauw gebracht, ook op de valutamarkt veroorzaakte ze de afgelopen dagen wilde schommelingen. Vanaf vorige week woensdag, toen het nieuws rond de affaire brak, tot gistermiddag ging de Amerikaanse dollar door het Lewinsky-effect met ruim drie procent onderuit tegenover zijn belangrijkste tegenspelers: de yen en de Europese munten van het Dmark-blok.

Gemeten aan de geldhoeveelheid van de VS veroorzaakte Lewinsky zo een extern waardeverlies van de dollar van 120 miljard - meer dan de totale hulp aan Azië. De harde ontkenning van Clinton zelf op een persconferentie gistermiddag veroorzaakte echter een koersstijging van een vol procent.

Zo lijkt de dollar een graadmeter geworden voor Clintons politieke overlevingskansen. Hoe komt dat? Fundamenteel zijn er zowel argumenten voor als tegen een hogere dollar bij problemen voor Clinton. Voor de gebleken afwaardering pleit dat de onzekerheid rond de politieke leiding en slagvaardigheid van de VS afnemen naarmate de president heviger onder vuur ligt. Onzekerheid ontmoedigt het nemen van 'lange' posities in de dollar, en kan leiden tot een hogere risicoperceptie van investeerders in Amerikaanse activa. Naast het vertrek maakt de markt zich misschien nog wel meer zorgen om het lot van minister van Financiën Robert Rubin, die zelf van Wall Street afkomstig is en daar groot vertrouwen geniet. Rubin pleit al jaren voor een sterke dollar, en leidt het oplossen van de Azië-crisis. Een verzwakte regering is minder goed in staat de dollarhulp aan Azië te verdedigen tegen een al zeer sceptisch Congres.

Voor een hogere dollar pleit dat met een grotere onzekerheid in de VS de onzekerheid in de rest van de wereld (het oplossen van de Azië-crisis bijvoorbeeld) eveneens toeneemt, waardoor de dollar evengoed een vluchtmunt had kunnen worden. Onzekerheid in de VS leidt bovendien tot hogere marktrentes, die de dollar aantrekkelijker kunnen maken. Daarnaast neemt de Republikeinse invloed toe, wat Wall Street doorgaans bevalt.

Spelen deze overwegingen de hoofdrol bij de dollarfluctuaties? Zo werkt de dagelijkse praktijk op de markt niet. Lange-termijninvesteerders zouden bij voortdurende problemen rond Clinton inderdaad kunnen besluiten hun posities in dollar-activa terug te schroeven. Maar zij reageren niet zo snel. Het is hun verwachte gedrag dat de korte-termijnhandel doet besluiten om alvast navenante dollarposities in te nemen. Als iedere handelaar verwacht dat zijn concurrenten zich zo gedragen, anticipeert hij daarop en is de koersdaling een feit.

Valutahandelaren worden weliswaar door hun analisten inhoudelijk aangestuurd, maar nemen aan het front in hun dealingroom toch zelf de beslissingen. En die zijn vooral technisch van aard. Ontrafelende optie- en termijnposities kunnen een aanvankelijk geringe schommeling versterken tot een koersschuiver. Stop-loss orders, die aan- of verkoop van een valuta dicteren boven of onder een vooraf vastgesteld koersniveau, hangen daarmee nauw samen. Vandaar dat valutahandelaren werken met charts - grafische weergaven waarin alle bekende of vermoede posities in dollars in abstractie zijn samengepakt tot 'weerstandsniveaus'. Komt de dollar onder zo'n niveau, dan kunnen puur technische factoren de munt vervolgens een kleine vrije val laten maken tot een volgend, lager weerstandsniveau is bereikt.

Zo kan een onverwachte gebeurtenis op woensdag leiden tot een kleine, al even onverwachte koerscorrectie, die door een combinatie van kuddegedrag en techniek resulteert in een koersval met drie procent. Een vlindertje dus, dat een orkaan veroorzaakt. Net als Lewinsky zelf.