Uit bezit Centre Pompidou; Erfgenamen claimen doek van Braque

PARIJS, 27 JAN. Erfgenamen van de verzamelaar Alphonse Kann eisen het schilderij De Gitaarspeler (1914) van Georges Braque op. Het belangrijke kubistische werk is in het bezit van het Parijse Centre Pompidou. Volgens de erfgenamen is het doek in 1940 geconfisqueerd door de Duitse bezetters van Frankrijk en zijn latere transacties ongeldig.

In het dagblad Le Monde, dat de affaire vandaag aan het licht brengt, verdedigt de directeur van het Centre Georges Pompidou zich door te wijzen op de voorbeeldige wijze waarop zijn instelling met onteigende oorlogskunst is omgegaan. Het bewuste schilderij van Braque is door het Musée Nationale d'Art Moderne, dat in het Centre is gevestigd, in 1981 voor negen miljoen francs (drie miljoen gulden) gekocht van de galeriehouder Berggruen. Deze had het schilderij al geruime tijd in bruikleen aan het museum afgestaan.

De erfgenamen ontkennen die feiten niet, maar beroepen zich op een tussen de geallieerde mogendheden afgesproken regel dat alle transacties gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers ongeldig zijn. Een sterk argument in hun voordeel is dat het schilderij onlangs werd herkend toen een foto werd uitvergroot van geconfisqueerde kunst in het Jeu de Paume, waar de Duitsers hun kunstbuit sorteerden.

De Gitaarspeler (130 x 73 centimeter) maakte tussen '40 en '42 een nog niet helemaal opgehelderde tocht tussen Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. Belangrijke kunst werd uit bezette landen naar Duitsland afgevoerd om de collecties van hoge nazi's en Duitse musea te verrijken. De bewuste Braque zou in nazi-kringen niet gewild zijn geweest en daarom in 1942 weer op de Parijse kunstmarkt zijn gebracht. Daar werd het gekocht door de Zwitserse handelaar Marcel Fleischmann uit Zürich die het waarschijnlijk in '45 weer in Parijs heeft verkocht. Nadat het nog minstens twee keer van eigenaar is gewisseld, kwam het in handen van Berggruen.

Directeur Jean-Jacques Aillagon van het Centre Pompidou zegt zich volstrekt onschuldig te voelen. Zijn instelling was de eerste die een tentoonstelling maakte met onteigende kunst die sinds de oorlog in bewaring is bij Franse staatscollecties, opdat rechthebbenden zich konden melden. Bij die categorie hoort De Gitaarspeler niet. “Het is een kunstwerk dat regulier gekocht is in 1981”, aldus Aillagon. Het Centre heeft onlangs het schilderij Paysage Cubiste (1911) van Gleizes teruggegeven aan de erfgenamen-Kann. Voor De Gitaarspeler moet volgens Aillagon nog veel onderzoek worden gedaan. Mocht onomstotelijk worden vastgesteld dat de claim van de erfgenamen geldig is, zegt Aillagon, dan zal hij zich tot hen richten met het dringende verzoek het werk op de een of andere manier beschikbaar te stellen van Frankrijks openbare collecties. “De Gitaarspeler is een essentieel werk uit het artistiek erfgoed van de twintigste eeuw. Ik ken gelukkig de gehechtheid van de erven-Kann aan het nationaal erfgoed.”