Tunnel Westerschelde wordt duurder

DEN HAAG, 27 JAN. De aanleg van de tunnel onder de Westerschelde, waarvoor minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) gisteren in Terneuzen het startsein gaf, zal 155 miljoen gulden duurder uitvallen dan was voorzien. Met de bouw van de tunnel zal daarom in totaal een bedrag gemoeid zijn van 1,8 miljard gulden. De tunnel moet in november 2002 gereed zijn.

De extra kosten vloeien voort uit een aanbeveling van een externe commissie. Die vond dat uit veiligheidsoverwegingen niet om de 500 meter maar om de 250 meter een dwarsverbinding tussen de tunnelbuizen moet worden aangelegd. Daarnaast diende er ook een dikkere brandwerende beschermingslaag te worden aangebracht. Beide aanbevelingen werden door het rijk overgenomen.

Bij de plechtigheid voor het begin van de bouw onderstreepte Jorritsma het nieuwe karakter van de financiering. Daarvoor is een speciale NV Westerscheldetunnel in het leven geroepen, die geld op de kapitaalmarkt zal lenen. De komende dertig jaar zal het geld voor de terugbetaling uit drie bronnen komen. Het rijk besteedt er de circa vijftig miljoen per jaar aan die het vandaag nog aan de veerdiensten uitgeeft (de veerdiensten worden gestaakt, wanneer de tunnel klaar is). Ook de provincie zal bijdragen en ten slotte zullen de automobilisten vanaf 2002 tol moeten betalen wanneer ze door de tunnel willen. Gemiddeld zal elk ritje f 11,75 gaan kosten.

Jorritsma merkte op dat de gebruikte techniek van het boren van de tunnel nog niet eerder in Nederland op deze schaal is vertoond. Weliswaar is er enige ervaring opgedaan bij de aanleg van de Tweede Heinenoordtunnel, maar die is aanzienlijk kleiner. Bij de Westerscheldetunnel zullen twee buizen van elk 6,5 kilometer en een diameter van elf meter worden aangebracht.