Tijdgenoten

Hoe dachten buitenlandse tijdgenoten over Den Uyl, zo vroeg mr. J.L. Heldring zich af in 'Dezer Dagen' van 20 januari. Hij geeft zelf het antwoord: dat weten we niet. Maar dat gaat niet op voor de toenmalige bondskanselier Helmut Schmidt, die een boek heeft geschreven Die Deutschen und ihre Nachbarn (Berlijn, 1990) waarin uiteraard ook Nederland wordt behandeld.

In dat hoofdstuk trekt Schmidt van leer tegen 'die moralischen Holländer'. Hij staat even afwijzend tegenover het door het kabinet-Den Uyl gevoerde buitenlandse beleid als tegenover de persoon van de minister-president. Den Uyl wordt afgeschilderd als een drammer, die Schmidt steeds voor de voeten liep. In de dikke pil die Schmidt schreef is Den Uyl de enige politicus voor wie hij geen goed woord over heeft. Tweemaal noemt Schmidt zijn vriendschap met minister van Defensie Den Toom (toen hij zelf ook die functie vervulde) en hij roemt zijn goede werkverhouding als bondskanselier met minister-president Van Agt. Ook Lubbers, eerst opgetreden na het vertrek van Schmidt, krijgt een pluim. Maar de vriendelijkste kwalificatie die hem over Den Uyl uit de pen wil vloeien is 'Gesinnungsethiker', onder de toevoeging dat hij daar geen behoefte aan had.

De reserves die Schmidt toont ten opzichte van Den Uyl zijn deels te verklaren uit de vrees voor diens invloed op de eigen socialistische achterban van de bondskanselier. Dat neemt niet weg dat het niet in het Nederlandse belang was zo sterk de gram van zo'n belangrijk partnerland op te wekken.