The Neon Bible

The Neon Bible (Terence Davies, 1995, Engeland/VS). Duitsl.2, 0.15-1.45u., nagesynchroniseerd.

Tot hij The Neon Bible (1994) maakte, was de Engelsman Terence Davies de regisseur van autobiografische films. Eerst een trilogie van korte schetsen, vervolgens het prachtige tweeluik Distant Voices, Still Lives en later het zeer verwante The Long Day Closes. Sentiment en emoties overheersen in door muziek en beelden op gang gebrachte herinneringen, die niet zozeer een samenhangend verhaal vertellen maar een sfeer, een klimaat, een tijd oproepen. Ongeveer zoals het Madeleine-koekje bij Proust dat doet; Davies geeft er met zijn films blijk van als kind minstens zo gevoelig te zijn geweest voor indrukken als de Franse schrijver.

Het grappige is dat The Neon Bible, hoewel gebaseerd op de gelijknamige roman van de Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole, eigenlijk ook weer autobiografisch is. Weliswaar speelt de film in een gehucht ergens in de bible belt en niet Davies' geboortestad Liverpool, maar een jonge jongen, een klein benauwend milieu en de verpletterende indruk die in zulke omstandigheden bij voorbeeld een mondaine tante kan maken, zijn ook nu weer ingrediënten.

Toen de film in 1995 voor het eerst vertoond werd op het festival van Cannes, weerklonk er na afloop zowel boegeroep als gejuich. Ik behoorde tot de juichers; de film bestaat uit overduidelijk op de schilder Dennis Hopper geïnspireerde beelden, uiterst traag verglijdend, statisch bijna. Davies doet afstand van de dynamische mogelijkheden van zijn medium, op bewonderenswaardig stijlvast, compromisloze wijze en krijgt daar een grote sereniteit voor terug. Je voelt de klamme broeierigheid van het Zuiden, je ruikt de velden - het is alsof je eigen jeugd, hoe anders die ook geweest is, aan je oog voorbij glijdt.

Belangrijk - voor mij althans - is ook dat Gena Rowlands in de film optreedt, als de mondaine tante en dat Rowlands zingt bovendien. Dankbaar ben ik ook dat ik door Davies' film de muziek van de Amerikaanse componist Stephen Foster (1826-1864), ontdekte en de stem van Thomas Hampson. Die zingt Fosters Hard Times Come Again No More zo mooi, dat het in combinatie met Davies' beelden bijna te veel van het goede wordt.