Samenvoeging

In NRC Handelsblad van 13 januari stond een artikel van Guido de Vries 'Gemor in kunstenaarsdorp Bergen over samenvoeging'. De schrijver had mij als voorzitter van de Stichting Bergen Promotie vragen gesteld naar aanleiding van de beoogde fusie Bergen-Egmond-Schoorl. De manier waarop hij mijn antwoord heeft uitgewerkt, zeker in de laatste kolom, geeft aanleiding tot verkeerde uitleg en leidde terecht tot boze reacties in beide dorpen.

Ten eerste is mijn beroep geen marktmeester, maar uitgever. Ten tweede wordt hier gesuggereerd dat Bergen een mooi, rijk en groen kunst-dorp is, tegenover Egmond, alleen maar een vissersdorpje. Maar ik heb juist gezegd dat Egmond een gezellige familiebadplaats is terwijl de sfeer in Bergen steeds meer wordt bepaald door mensen-met-veel-geld die zich tegen steeds hoger wordende huizenprijzen inkopen in het dorp, hetgeen gaat ten koste van de kinderen van de 'oude' (oorspronkelijke) Bergenaren. De nieuwe Bergenaar wil alleen maar rust; voor vertier gaat deze wel naar Amsterdam of verder. Over de hele breedte gezien is de bevolking van Egmond veel actiever op het gebied van recreatie en toerisme dan die van Bergen. Egmond heeft een vriendelijker, warmer karakter, meer dan het wat kille Bergen (en ik heb het dan niet over de 'oude' Bergenaren!). En in Egmond wonen eveneens veel kunstenaars.

Dit soort overwegingen rechtvaardigen een standpunt tegen de fusie: behoud van eigen identiteit en zelfstandigheid. Dit staat goede samenwerking vanzelfsprekend niet in de weg.

Waar De Vries praat over het Egmonds dialect, citeert hij een Egmonder. Maar ook Bergen heeft (gelukkig) zijn eigen dialect. Met het er gesproken ABN doelt zegsman op de vanuit het hele land naar Bergen geïmmigreerde 'nieuwe' Bergenaren. Het was beter geweest als de journalist - zoals dat hoort - de tekst had laten nalezen. Een duidelijker tekst had onnodige en onbedoelde irritaties kunnen voorkomen.

Ten slotte: de fusie-discussie is inmiddels flink opgelaaid. Er is een beweging ontstaan die de fusie alsnog gaat aanvechten bij de provinciale en landelijke overheid. De journalistieke weg naar deskundigen van alle betrokken dorpen, bijvoorbeeld op politiek gebied, staat geheel open.