'Overheid moet directe greep op gassector houden'

ROTTERDAM, 27 JAN. De Algemene Energieraad (AER), een adviesorgaan van de regering en de Staten-Generaal, vindt dat de overheid in een vrije energiemarkt “een directe, bindende bemoeienis” moet behouden op de aardgassector. Die bevoegdheid moet tot uitdrukking komen in “sturing van de winning van de gasreserves”, zodat voldoende nadruk blijft liggen op de rol van de kleine velden.

Dat staat in het advies Liberalisering van de gassector dat de AER eind vorige week aan minister Wijers (Economische Zaken) heeft uitgebracht. De raad wil dat de vrije handel en levering van aardgas die in West-Europa zijn intrede doet door de Europese richtlijn die vorig jaar tot stand kwam, het zorgvuldige beheer van de Nederlandse reserves niet in de wielen rijdt.

Hoe langer het gas in kleine velden met voorrang wordt verbruikt, hoe langer de grote gasbel in Groningen kan worden ontzien. Het Slochterenveld wordt de laatste tien jaar als balansleverancier gebruikt om de productie uit de kleine velden aan te vullen.

De AER voorziet dat de lagere prijzen die het gevolg kunnen zijn van de vrijere markt met meer aanbod van gas uit het buitenland, de productie uit kleine velden minder aantrekkelijk zal maken. Winning uit die velden is namelijk veel duurder dan in Slochteren. Daarom zou de overheid jaarlijks in het belang van een “duurzaam vooraadbeheer” een productieniveau voor zowel de kleine velden als Slochteren moeten vaststellen. De AER vreest dat het mijnbouwklimaat door de lagere prijzen ongunstig wordt beïnvloed en constateert dat 'forse' investeringen nodig zijn voor exploratie en productie uit kleine velden.

In een vrije markt treedt spanning op tussen het streven van marktpartijen naar een zo laag mogelijke consumentenprijs en overheidsdoelstellingen als energiebesparing en milieubescherming. Volgens de AER verdienen daarom lage consumentenprijzen niet de hoogste prioriteit als het gaat om die doelstellingen en om optimale benutting van het gas als bodemschat. Ook kan de staat financieel nadeel ondervinden en dat heeft zijn weerslag op het industrie- en infrastructuurbeleid, waarschuwt de AER, omdat er minder geld zal vloeien in het Fonds Economische Structuurversterking dat gevoed wordt uit de baten van gasexport.

Tot nu toe hanteert de Gasunie het marktwaardebeginsel waarbij de prijzen worden bepaald aan de hand van de kosten van de meest in aanmerking komende alternatieve brandstof: huisbrandolie voor de kleinverbruiker en stookolie voor de industrie en andere grootverbruikers. Dat gaat in een vrije markt veranderen; andere energiedragers zoals gas uit het buitenland gaan met de Nederlandse Gasunie concurreren.

De AER acht het “logisch” als Gasunie “de ruimte krijgt om zich in die concurrentieslag te kunnen weren”.

Dat kan volgens de raad het niet toepassen van de Wet Aardgasprijzen met zich meebrengen. Die wet dateert van 1974 en is in de jaren '80 enkele malen toegepast voor het opleggen van een minimumprijs voor aardgas.