Migranten in Azië raken op drift

De crisis in Zuidoost-Azië heeft niet alleen de financiële markten in zijn greep, maar veroorzaakt tegelijkertijd een groot migrantenprobleem dat tot ver buiten Azië zijn uitwerking kan hebben.

KUALA LUMPUR, 27 JAN. Miljoenen legale en illegale immigranten, die jarenlang onmisbare, goedkope arbeidskrachten waren in de voormalige wondereconomieën van Zuidoost-Azië, dreigen de komende maanden massaal hun baan te verliezen door de economische malaise. Gastarbeiders uit landen als Bangladesh, Birma, Indonesië en de Filippijnen dreigen als eersten de dupe te worden van de aanhoudende economische neergang die steeds meer landen in het Verre Oosten dwingt tot drastische aanpassingen van hun immigratiebeleid. Zo wil Maleisië dit jaar een miljoen buitenlandse arbeiders het land uitzetten en heeft de regering van Thailand onlangs besloten het komend half jaar 300.000 illegaal in het land werkende buitenlanders te repatriëren.

De aangekondigde maatregelen zijn de eerste tekenen van een snel groeiend migrantenprobleem in Zuidoost-Azië. Nu steeds meer bedrijven in grote financiële problemen raken of zelfs failliet gaan door de voortdurende daling van de lokale valuta, groeit de werkloosheid in hoog tempo. Zowel in Maleisië als in Thailand willen de autoriteiten nu voorkomen dat de eigen bevolking als eerste het slachtoffer wordt van de crisis. Bij gebrek aan sociale zekerheid voor de eigen mensen, als deze hun baan verliezen, vormen de gastarbeiders zo in feite een eerste sociaal vangnet voor de Maleisiërs en Thai.

“Wij willen de illegale buitenlanders het land uitzetten teneinde de kansen van onze eigen bevolking een baan te vinden, te vergroten”, zei de Thaise premier Chuan Leekpai vorige week. Thailand heeft 1,3 miljoen buitenlandse werknemers van wie 986.000 illegaal in het land verblijven. Het is de bedoeling van de Thaise regering eind volgend jaar de uitzetting van alle illegale buitenlanders af te ronden. Volgens sommigen grijpt de Thaise regering de huidige economische malaise aan om deels ook een politiek probleem op te lossen. Negentig procent van alle illegalen in het land betreft namelijk Birmese vluchtelingen, onder wie ruim honderdduizend leden van de etnische minderheid Karen, die gevlucht zijn voor de Birmese junta en vaak in dorpen langs de Thais-Birmese grens verblijven.

In Maleisië hebben de maatregelen vooralsnog een puur economische aanleiding. “We willen er zeker van zijn dat de buitenlandse arbeiders in deze moeilijke fase niet onze eigen bevolking van banen beroven”, zei de Maleisische onderminister van Binnenlandse Zaken, Tajol Rosli Ghazali, onlangs. “Daarom zullen we het aantal buitenlandse arbeiders dit jaar drastisch verminderen.”

De Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur is al jaren één grote bouwput, maar nooit eerder is het zo stil geweest rond de steigers, kranen en hopen zand en cement. De crisis heeft in Maleisië vooral de bouwindustrie hard getroffen. Het land dat via talloze ambitieuze onroerendgoedprojecten vorm gaf aan zijn economische opmars, heeft het gros van de projecten stilgelegd of helemaal afgeblazen sinds de Maleisische ringgit in een vrije val is beland. Wie per auto het centrum van Kuala Lumpur binnenrijdt, vergaapt zich nu aan een grote hoeveelheid onafgebouwde kantoortorens en verlaten bouwplaatsen. “Dat is triest genoeg nu het symbool van onze economie, terwijl we een jaar geleden nog trots wezen naar de Petronas Torens, het hoogste gebouw ter wereld”, zegt Abdul Razak Abdullah Baginda, directeur van het Maleisisch Strategisch Onderzoekscentrum.

Baginda, wiens kantoor recht tegenover de twee torens ligt, zet zijn vraagtekens bij de strategie die zijn regering voorstaat om de banen van de eigen bevolking veilig te stellen. Hij twijfelt aan het succes van de logistieke uitvoering van de deportatie van een miljoen vluchtelingen. “Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Maleisië heeft de afgelopen jaren gemiddeld 8.000 immigranten per jaar teruggestuurd. Nu zouden we in diezelfde periode een miljoen mensen moeten uitzetten. Hoe moet je dat fysiek doen?”

Baginda wijst op bijkomende praktische problemen, zoals de relatief poreuze grenzen van het land met Indonesië, waar het grootste deel van de gastarbeiders vandaan komt. “Je kunt nooit garanderen dat ze niet meteen weer terugkeren, want de situatie in hun eigen land is nog een stuk slechter dan toen ze kwamen.” De kans is daarom groot, denkt Baginda, dat veel illegale immigranten zullen onderduiken. “En bij gebrek aan inkomsten zal de kleine criminaliteit stijgen.”

De Maleisische analist is niet de enige die zich hardop zorgen maakt. Afgelopen zaterdag liet ook James Purcell, hoofd van de Internationale Organisatie voor Migratie in Genève via een ingezonden stuk in de International Herald Tribune zijn mening horen. “Het effect van de economische neergang op migrantenarbeid kan een significante invloed hebben op de arbeidsmarkt in de regio, maar ook daarbuiten”, aldus Purcell.

Hij roept Aziatische landen op het migrantenvraagstuk serieus aan te pakken. Doen zij dat niet, dan zal een groeiend aantal wanhopige mensen een lange, risicovolle en vaak illegale reis overwegen naar arbeidsmarkten met meer mogelijkheden, zoals in Australië, Japan, Europa of Noord-Amerika, zo vreest hij. “De volgende golf van bootvluchtelingen, ditmaal niet gedreven door politieke maar door economische omstandigheden, zou in dat geval niet meer zo ver weg kunnen zijn.”