'Komst euro vergroot onzekerheid niet'

In Brussel is enige opschudding ontstaan na uitlatingen in een weekblad van topambtenaar Peter Bekx over de stabiliteit van de euro. Eurocommissaris Silguy belegt morgen zelfs een persconferentie om de gemoederen te kalmeren.

BRUSSEL, 27 JAN. Peter Bekx is niet gauw ergens zeker over. Zo kan hij veel risico's bedenken die verbonden zijn aan de introductie van de gemeenschappelijke Europese munt, de euro, met ingang van volgend jaar. Hij schuift die risico's vervolgens aan de kant omdat ze slechts theoretisch zijn en in de praktijk geen enkel gevaar voor het project opleveren. Maar vraag hem niet of hij daar zeker van is. Want dan zegt deze econoom, hoofd van het bureau van de Europese Commissie dat zich bezighoudt met de internationale aspecten van de euro, dat er altijd een theoretische kans is dat de dingen anders lopen dan hij verwacht.

“Aan de introductie van de euro zijn risico's verbonden,” zegt hij. “Het is niet roekeloos die te nemen. Als je niets doet, zijn er ook risico's. We weten als analisten niet hoe de euro zich de eerste maanden volgend jaar tegenover de dollar zal gedragen. Dat is een risico dat te overzien is. Het risico van koersschommelingen verandert niets aan analyses van ons, en ook van onder andere het Internationale Monetaire Fonds, dat het een zeer verstandige zet is om nu met de euro van te beginnen.”

Bekx vindt dat er een grens moet zijn aan het bekijken van risico's voor de euro. Neem de financiële crisis in Azië. Die heeft volgens hem weinig gevolgen voor de Europese Unie. Alleen als bijvoorbeeld Japan veel dieper in die crisis wordt meegezogen, dreigt het gevaar van ineenstorting van de wereldeconomie.

“Je kunt natuurlijk nooit dingen uitsluiten, maar de kans dat zoiets gebeurt is zeer onwaarschijnlijk. Zeg je echter dat het absoluut niet kan, dan zie je dat het morgen gebeurt en sta je voor aap. Het duurt in ieder geval een hele tijd voordat een land als Japan geen geld meer heeft om buitenlandse schulden te betalen. Voor een instelling als de Europese Commissie heeft het weinig zin om zich bezig te houden met onheilsscenario's die weinig waarschijnlijk zijn”, meent hij.

Bekx: “Wij moeten ons met de praktische kanten van de zaak bezighouden. Ik geloof voorlopig dat zo'n financiële kladderadatsch er niet aankomt. En als die wel komt, kunnen we gewoon niets doen. Dan moeten we onze boeken sluiten en opnieuw beginnen. Je kunt je ook afvragen welke invloed het uitbreken morgen van een derde wereldoorlog op de euro heeft. Misschien vindt een academicus dat interessant. Wij hebben iets anders te doen.”

Bekx ziet voor speculanten geen mogelijkheid om snel veel geld te verdienen aan de munten waarvan in mei vaststaat dat ze in de euro opgaan nadat de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie hebben besloten welke landen deelnemen aan de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie. De ministers van Financiën van de EU zullen in mei de koersverhoudingen aangeven waarmee de deelnemende munten met ingang van januari 1999 in de euro opgaan. De koersen zijn al lang stabiel en economische redenen voor speculanten om op andere verhoudingen aan te sturen ontbreken. “Maar als de markten om de een of andere gekke reden beslissen de aangekondigde koers van een munt niet te aanvaarden, dan is dat zo. Ik denk niet dat je speculatie ooit kunt uitsluiten.”

Wie valuta bezit die volgend jaar in de euro opgaan zal zijn portefeuille moeten aanpassen. Centrale banken zullen na de komst van de euro vermoedelijk van te grote dollarvoorraden afmoeten. Dat zijn factoren die ertoe kunnen bijdragen dat de wisselkoers van euro en dollar enige tijd schommelt. Maar of er daadwerkelijk sprake zal zijn van een periode van instabiele koersen, valt volgens Bekx moeilijk met zekerheid te zeggen. “Je kunt evengoed zeggen dat door de komst van de euro mechanismen in gang worden gezet die binnen het internationale monetaire systeem juist voor grotere stabiliteit zorgen”, zegt hij.

De dollar is op dit ogenblik de belangrijkste internationale munt. De Verenigde Staten hebben een monetaire politiek die gericht is op de binnenlandse economie en weinig rekening houdt met de gevolgen van de dollarkoers op de rest van het internationale monetaire systeem. Als er naast de Amerikaanse munt een Europese komt van ongeveer hetzelfde gewicht, dan heeft dat als resultaat dat het Europese monetaire beleid gevolgen krijgt voor de binnenlandse economie van de Verenigde Staten. “Omgekeerd is dat natuurlijk ook zo, maar wij zijn gewend dat het Amerikaanse monetaire beleid onze economie beïnvloedt. De Amerikanen voelden er tot nu toe meestal niet voor hun monetaire beleid met Europa te coördineren. Maar na de introductie van de euro worden de stimulansen om samen te werken sterker. Als de twee belangrijkste monetaire blokken proberen samen te werken, neemt de stabiliteit toe”, zegt Bekx.

Niettemin blijft volgens Bekx onzeker of er meteen grotere stabiliteit komt, of pas na een periode van koersschommelingen. “Bovendien kan ik nooit met honderd procent zekerheid zeggen dat iets zal gebeuren. Ik weet niet zeker wat het gedrag zal zijn van de financiële markten. Maar ik ben er wel van overtuigd dat de onzekerheden niet groter worden door de komst van de euro,” zegt hij.