Een rode vlag is lang wachten, een witte kort

Wachtlijsten voor medische specialistische hulp leiden tot lange wachttijden voor patiënten. Creatieve bemiddeling, zoeken naar openvallende gaatjes in het organisatiesysteem van de ziekenhuizen blijkt in de praktijk te werken.

ROTTERDAM, 27 JAN. “Een medisch-toeristisch reisbureau”, zo noemt wachtlijstbemiddelaar Wilma Vink gekscherend de afdeling zorgbemiddeling op het Rotterdamse hoofdkantoor van zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Samen met twee collega's en afdelingshoofd Hans Stikkelorum bemiddelt ze tussen ziekenhuizen en verzekerden die langer op een medische behandeling moeten wachten dan hun lief is. Achter haar bureau hangt de kaart van Nederland waarop met vlaggetjes alle ziekenhuizen staan aangegeven. Rode vlaggetjes voor ziekenhuizen met lange wachtlijsten, witte voor ziekenhuizen met korte wachtlijsten.

De klanten van de afdeling zorgbemiddeling zijn verzekerden die zich niet willen neerleggen bij een lange wachttijd. Soms kunnen ze na de gratis tussenkomst van de verzekeraar alsnog in het eigen ziekenhuis terecht, soms blijkt een ziekenhuis in de nabije of verre omgeving ruimte te hebben. Stikkelorum: “Onder nabije omgeving verstaan we gemiddeld vijftig kilometer.” Vink: “Soms willen mensen best heel ver weg. Dan hebben ze daar bijvoorbeeld een zus wonen. Hebben ze toch bezoek.”

Veel zorgverzekeraars in Nederland doen aan 'wachtlijstomzeilende initiatieven'. Zilveren Kruis is koploper. De verzekeraar geeft geen garantie, maar heeft wel een inspanningsverplichting. De resultaten na drie jaar bemiddelen zijn bemoedigend. “Er kan vaak meer dan in eerste instantie lijkt”, zegt Dolf Kamermans, directeur Zorg van Zilveren Kruis. Van de ruim vijftienhonderd aanvragen kon vorig jaar bijna negentig procent worden gehonoreerd, met een gemiddelde besparing van 55 wachtdagen. Vorig jaar werd 4,4 miljoen gulden aan verzuimkosten bespaard, uitgaande van vierhonderd gulden per zieke werknemer per dag. De besparing op uitkeringsgelden is daar niet bij inbegrepen.

Met gepaste trots laat Stikkelorum enkele praktijkgevallen de revue passeren: iemand die voor een galblaasoperatie vier maanden eerder dan in het Academisch Ziekenhuis Leiden terecht kon in een ziekenhuis elders in de regio; een oudere dame uit Overijssel die voor een staaroperatie negen maanden eerder terecht kon in een ander ziekenhuis waar haar specialist ook werkte; een zuigeling die vóór het tweede levensjaar aan een klompvoetje geopereerd moest worden en voor wie pas na bemiddeling plaats bleek te zijn; een student die tussen twee tentamens door geopereerd kon worden; een zakenman uit China die tijdens zijn verlof in Nederland een ronde langs specialisten kon maken.

Voordringen is er niet bij, verzekert Stikkelorum. Bemiddeld wordt er alleen voor de reguliere gezondsheidszorg, dus niet voor privé-klinieken of bedrijvenpoli's. “Alle redenen om niet te willen wachten zijn geldig. We bemiddelen even goed voor de werknemer die op het werk niet gemist kan worden omdat over een maand een project begint, als voor een oudere vrouw met staar die tot de operatie het huis niet uit durft.”

Bemiddelaar Wilma Vink: “Ik had laatst een jongen uit Schiedam die lang moest wachten op een knieoperatie en al die tijd niet kon voetballen, het enige wat hij leuk vond.” Stikkelorum: “Je hoeft geen Van Basten te heten om snel geholpen te worden.” De bemiddelaars gaan niet medisch-inhoudelijk met de ziekenhuizen in discussie. Ze lobbyen niet voor lichte gevallen. Vink: “Als je dat doet, zegt het ziekenhuis later: wat maak je me nou, die patiënt had helemaal geen haast.”

De meeste ziekenhuizen, zo weten zorgbemiddelaars, hanteren wachtlijsten, omdat het gemakkelijk is bij het organiseren van het werk. Ook zijn wachtlijsten handig bij het onderhandelen over budgetten. Want hoe langer de wachtlijst, des te groter lijkt de noodzaak om er geld bij te krijgen van de verzekeraar. Stikkelorum: “De wachttijden die wij als bemiddelaars van ziekenhuizen krijgen, zijn meestal korter dan de wachttijden die ziekenhuizen opgeven bij de onderhandelingen met onze contracteerders over de budgetten. Onze contracteerders maken dankbaar gebruik van onze informatie.”

De contracteerders zitten even verderop in de gang. De langste wachttijden doen zich voor bij orthopedie en oogheelkunde. Acht tot twaalf maanden wachten is geen uitzondering. Knelpunten zijn doorgaans een beperkt aantal operaties waarbij implantaten zoals kunstheupen worden gebruikt, en beperkte tijd in de operatiekamer. Stikkelorum: “En vanaf september klinkt het argument dat het budget voor dat jaar op is.”

Meestal is het succes van een bemiddeling te danken aan het alsnog plaatsen van een verzekerde op een spoedlijst of op een invallijst. Of aan vrijkomende capaciteit, bijvoorbeeld als een specialist met vakantie gaat en de openvallende operatiekamerruimte wordt verdeeld onder andere ziekenhuizen. Verder zijn ziekenhuizen verschillend, en wie de verschillen kent, kan er als bemiddelaar zijn voordeel mee doen. Het ene ziekenhuis besteedt zijn budget liever aan orthopedische ingrepen dan het andere. Meestal zijn het de verzekerden zelf die contact opnemen met de bemiddelaars. Steeds vaker bellen ook huisartsen. En laatst, vertelt Wilma Vink, belde zelfs een specialist. Hij zocht een plaats voor een patiënt die hij zelf voorlopig niet kon opereren.