Dertigjarige Tsjech bereikt halve finale Australian Open; Voor Petr Korda is het vijf voor twaalf

MELBOURNE, 27 JAN. Sinds hij vier dagen geleden zijn 30ste verjaardag vierde, heeft Petr Korda het gevoel dat in zijn leven de klok op vijf voor twaalf staat. De Tsjechische tennisser combineert een klassiek balgevoel nu eenmaal met een typisch Oost-Europese melancholie. Zo grillig is de linkshandige baseliner dat hij moeiteloos twee gezichten in één partij kan tonen, zoals vandaag in zijn fascinerende duel met Jonas Björkman.

Twee sets zocht Korda vergeefs naar zijn ritme om vervolgens na vijf bedrijven (3-6, 5-7, 6-3, 6-4 en 6-2) alsnog de halve finales op de Australian Open te bereiken.

Die primeur bracht hem in dubbel opzicht in extase. Met drie van zijn inmiddels befaamde scissor kicks - schaarsprongen - en een oerkreet die uit zijn tenen kwam, illustreerde Korda hoe diep de frustratie zat over zijn opgave tijdens de US Open. Op Flushing Meadows had de sensibele Tsjech het Amerikaanse volk geschokt door in een sensationele vijfsetter Pete Sampras uit het toernooi te kegelen, waarna Björkman hem opwachtte in de kwartfinales. Korda voerde een hevige griepaanval als excuus aan voor zijn afmelding en NBC-commentator John McEnroe veroordeelde hem als een slappeling.

Ook van zijn collega's kreeg Korda te horen dat zij zich zelfs op een brancard naar het centrecourt in New York hadden laten slepen om een kwartfinale te mogen spelen. “Maar ik was zo ziek als een hond”, verdedigde Korda zich. “Ik heb al ruim een half jaar last van een aandoening aan mijn neus, waardoor ik slecht kan ademen en telkens neusdruppels en een speciale spray nodig heb. Waarschijnlijk is bij een eerdere ingreep een botsplinter achtergebleven die alsnog moet worden verwijderd. Maar denk niet dat ik die partij op de US Open zo maar heb laten lopen. Die onterechte kritiek heeft me pijn gedaan.”

De uitgestelde ontmoeting met Björkman kwam dan ook als geroepen voor Korda, al liep hij twee sets lang als verdoofd over het zonovergoten centrecourt van Melbourne Park. Korda is immers de poëet onder de mijnwerkers in het circuit en zijn stijl staat in schril contrast met het hoekige krachttennis dat Björkman afgelopen jaar zelfs in de top-5 heeft gebracht. De 25-jarige Zweed mag met recht een Ikea-tennisser worden genoemd, voorspelbaar, degelijk en zonder al te veel fantasie zodat het modale publiek zich eenvoudig aan hem kan spiegelen. Als Björkman de top-5 kan halen, is het zinvol te blijven dromen.

Hoe anders beweegt Korda zich over de baan en hoe onthutsend weinig rendement heeft de huidige nummer 7 van de wereld uit zijn talent gehaald. Korda is bij uitstek wat in de tenniswereld een shotmaker wordt genoemd. Hij creëert zijn eigen punten met gecamoufleerde forehands en prachtige - met één hand geslagen - topspin-backhands. Korda is bij vlagen de dichter die zijn racket als een kroontjespen hanteert om sierlijk te kunnen volleren. Maar de man met het curieuze hoofd viel in het verleden te vaak ten prooi aan zelfdestructie. Sinds zijn debuut in 1988 stond Korda slechts in één grandslamfinale, in 1992 op Roland Garros toen hij door Jim Courier over de knie werd gelegd.

Afgelopen week mijmerde Korda nog over de partij die aan die treurige finale voorafging: zijn fenomenale optreden tegen Henri Leconte, de lieveling van het Franse tennispubliek. Dat duel en zijn glorieuze triomftocht een jaar later tijdens de Grand-Slamcup laat Korda op de video nog wel eens aan zich voorbijtrekken. “Om te zien of de oude Korda nog een beetje lijkt op de nieuwe.”

Afgelopen jaar schitterde de pupil van oud-speler Ivo Werner op het toernooi van Stuttgart waar hij Richard Krajicek in de finale versloeg. Met klaroengeschal keerde Korda terug in de top-10. “Omdat ik eindelijk vrij ben van blessures”, voert Korda als belangrijkste oorzaak aan. “Ik heb mezelf in het verleden te vaak verslagen, omdat ik weigerde me te laten opereren. Ruim tweeënhalf jaar heb ik met pijnstillers gespeeld. Daardoor kon ik nauwelijks trainen, in feite heb ik mijn lichaam drie jaar lang niet verzorgd. Toen Tony Pickard in 1995 mijn coach werd, pakte hij meteen mijn tas in en bracht me naar het ziekenhuis. Net op tijd, want ik had al besloten met tennis te stoppen.”

De fysieke én geestelijke reiniging hebben van Korda een ander mens gemaakt. “Soms zou ik terug in de tijd willen gaan”, filosofeerde hij in Melbourne. Met een ironisch lachje: “Want in deze interviewzaal mag ik dan de jongste zijn, zodra ik de kleedkamer binnenkom, ben ik de oudste.” Desondanks heeft Korda een missie in Melbourne. “Nooit heb ik een wonder kunnen verrichten op een grandslamtoernooi. Maar ik heb het gevoel dat ik er eindelijk klaar voor ben. Ik heb geleerd te genieten van mijn sport, van dit moment, omdat ik om vijf voor twaalf niet veel meer kan inhalen.”