De mediastorm loeit voort

Gelukkige dagen voor de Nederlandse media. Twee crises - een binnenlandse en een buitenlandse - in één week. Wat willen we nog meer?

Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe zulke crises zouden verlopen zonder de invloed van tv-beelden. Heel anders, vermoed ik. Rustiger vooral. Want wat beelden soms kunnen aanrichten, is met geen pen te beschrijven. In de Nederlandse crisis wordt hier en daar al gepleit voor een 'radiostilte'. Televisiestilte, zullen ze bedoelen.

Hoeveel heeft Docters van Leeuwen wel niet voor zichzelf en zijn kompanen verpest met die haastig geïmproviseerde persconferentie op straat, waarbij hij vanaf een briefje zijn onwankelbare trouw aan de minister stamelde? Die beelden liggen voorgoed opgeslagen in het nationale geheugen.

Er kwamen er gisteren nog een paar bij. Docters van Leeuwen verlaat 's morgens zijn huis en wordt tot zijn onaangename verrassing opgewacht door een ploeg van het NOS-Journaal. “Schande”, kraakt het diep vanuit zijn keel, “schánde dat u mij zelfs in mijn privé-leven stoort.”

Niet veel later richt Clinton zich met trillende onderkaak en een beginnende snik in zijn stem tot het Amerikaanse volk. “Ik had geen seksuele relatie met die vrouw. Deze beschuldigingen zijn vals. En nu moet ik weer aan het werk.”

Emoties overweldigen onze autoriteiten. Zij kunnen het niet meer aan, wij hebben te veel van hen gevraagd. Zij voelen zich belaagd door de publieke opinie, de media voorop, en zij zijn stomverbaasd: tot dusver slaagden zij er steeds in de media op een voor hen gunstige manier te beïnvloeden, maar nu is het alsof diezelfde media bloed ruiken en wraak willen nemen.

Intussen laden de media een grote morele last op hun eigen schouders. Kunnen zij wel waarmaken wat zij beweren of laten beweren? Is Docters van Leeuwen wel zo slecht als hij wordt afgebeeld, of is Sorgdrager gewoon een incompetente dame die haar jongens niet meer in de hand heeft? Of is het misschien allebei een beetje waar?

En Clinton? Misschien is hij wel volmaakt onschuldig. Ik geloof het niet, maar ik ben dan ook zo'n tv-kijker die nu al dagenlang gebombardeerd wordt met de beelden van dat meisje dat hem met een samenzweerderige blik in de ogen ostentatief omhelst bij het Witte Huis. Geil meisje. Brede mond. De fantasie doet de rest.

Maar misschien heeft Clinton alleen maar vaderlijke gevoelens voor haar gekoesterd en heeft hij haar carrière willen bevorderen. Ze was trots op zijn aandacht en begon erover op te scheppen tegen een vriendin. Die wilde het niet geloven, en dus besloot Monica Lewinsky nog sterker te overdrijven. Kan toch? Niettemin is Clinton, zonder ook maar een snippertje bewijs, al gebrandmerkt. Vandaag zal Lewinsky haar beschuldigingen vermoedelijk officieel bevestigen, maar wat dan nog? Wie zegt dat zij de waarheid spreekt? Hoe bewijst zij dat zij inderdaad seksueel contact met Clinton heeft gehad? (Misschien weet Clinton dat zij nooit iets bewijzen kan en ontkent hij daarom zo pertinent.)

Er komt een moment waarop de mediastorm bedaren zal. “Als Clinton vrijuit gaat”, hoorde ik een Amerikaanse journalist al zeggen, “hebben wij van de media wel wat uit te leggen. Dan zal men zich afvragen hoe eerlijk wij ons werk hebben gedaan.”

Dat lijkt me niet onredelijk. De media staan niet boven de wet. Enig zelfonderzoek zou de media dan ook sieren.

In dit verband nog enkele voorbeelden. Netwerk had gisteravond P. van der Heijden, een hoogleraar arbeidsrecht, uitgenodigd. Hij legde nogal aannemelijk uit dat Sorgdrager arbeidsrechtelijk onzuiver heeft gehandeld ten opzichte van procureur-generaal Steenhuis. Je kon duidelijk aan interviewer Aart Zeeman merken dat hij die mening liever niet hoorde. Steenhuis, zo hebben we immers besloten, is de 'bad guy' en die moet ondergeschoffeld worden.

Ik zag ook een interview met Wolf Blitzer, de CNN-correspondent van het Witte Huis. Sinds de Golfoorlog had hij niet meer zulke hoogtijdagen meegemaakt, juichte hij. Hier sprak een man die op een laatste sprong van zijn carrière hoopte. Zou het hem kunnen schelen wat er werkelijk gebeurd is? Hij wekte niet erg de indruk.