De beste 100

Henk Spaan heeft de moed opgebracht om een keuze te maken uit enkele duizenden Nederlandse voetballers en daaruit een lijst van de beste 100 samen te stellen. Behalve moedig, omdat zijn keuze uiteraard lang niet overal kan samenvallen met die van de lezers van Het Parool, ook hachelijk.

Want het kan niet anders uitpakken dan het vergelijken van appels met peren. Neem nu twee prominente verdedigers. De een speelde in de jaren 1910 en 1920 van deze eeuw, de ander in de jaren negentig. Er ligt immers de levensduur van een mens tussen Bok de Korver en Danny Blind, terwijl men hen beiden centrale verdedigers kan noemen. Ongetwijfeld zou Blind, indien hij met de vaardigheden van De Korver zou zijn vergeleken, de betere, completere voetballer zijn genoemd. Maar De Korver was in zijn tijd een geweldenaar en hoefde, om uit te blinken, niet beter te spelen dan hij deed. Nu kan Spaan beiden tevreden stellen door ze allebei op te nemen in zijn eregalerij van beste 100, maar de vraag blijft dan: op welke plaats? De 20 van 100 tot en met 81 zijn intussen vergeven.

Spaan heeft Hans van Breukelen op nummer 100 geplaatst. Tot zijn troost wordt vermeld dat andere min of meer prominenten als Oekie Hoekema, Kees Kuys, Jan Jongbloed, Sonny Silooy, Ronald Spelbos, Hans Kraaij, Klaas Nuninga, Adrie van Kraaij, Huub Stevens, Michel Valke, Pier Tol, Hans Venneker en Wiel Teeuwen de top 100 niet hebben gehaald. Mijn eerste reactie is dan dat de samensteller Klaas Nuninga onrecht aandoet. En Ronald Spelbos eveneens. Ook dacht ik dat Hans van Breukelen een klassedoelman is geweest en ik vrees dat Spaan hem het feit van een ooit doorgelaten schot van 35 meter afstand wat al te zwaar aanrekent. Kent hij een keeper die nooit een blunder heeft begaan? En Van Breukelen heeft een paar keer strafschoppen gestopt (zoals tegen de Russen in 1988), die Oranje de Europese titel opleverden.

De samensteller heeft zich iets heel lastigs op de hals gehaald. Bijvoorbeeld door zijn middelbare leeftijd. In zijn toelichting schrijft hij: “De meesten van ons zullen Kick Smit en Bep Bakhuys nooit hebben zien spelen. De eerste maakte 26 doelpunten in 29 interlands, de tweede scoorde 28 doelpunten in 23 interlands. Dit moeten grote spelers zijn geweest.” Ja, dank je de koekoek! Smit was zijn tijd ver vooruit, ook als veldspeler, terwijl Bakhuys op een na de beste midvoor van Europa was. Hij moest alleen de Italiaan Piola laten voorgaan. Nu ben ik allesbehalve de oudste inwoner van Nederland, maar Smit en Bakhuys heb ik meermalen zien spelen. En niet als kind aan vaders hand. Ik ben benieuwd hoe hoog Spaan dit vooroorlogse duo inschat. Voor mij horen ze bij de beste 25 te staan. Op nummer 99 staat Clarence Seedorf, 98 werd tot mijn stomme verbazing Peet Petersen, een Ajacied die een poosje Piet Keizer heeft vervangen en die ooit scoorde in een vriendschappelijke interland tegen Brazilië, maar die nooit een grote voetballer is geweest. John van 't Schip staat op 97, Rinus Bennaars op 96, Humphrey Mijnals op 95, Hans Eijkenbroek (geflatteerd) op 94, Fons van Wissen op 93, Adri van Tiggelen op 92 en wijlen Dick van Dijk op 91.

Gisteren maakte Spaan de posities 90 tot en met 81 bekend. MVV'er Jo Bonfrère staat op 90, Henk Schouten op 89, wijlen Theo Laseroms op 88, Frits Flinkevleugel op 87, Wim Kieft op 86, Reynier Kreyermaat op 85, Aron Winter op 84, Aad Mansveld op 83, Jan Mulder op 82 en Frans Bouwmeester op 81.

Het is een spel. De absolute waarheid en billijkheid bestaan niet. Maar spelen kan uitdagend leuk zijn. Ik blijf dus meedoen.