CBS: vaste baan wint terrein op flexcontract

DEN HAAG, 27 JAN. De flexibilisering van de arbeidsmarkt lijkt over haar hoogtepunt heen. Het aantal mensen met een flexibel arbeidscontract is vorig jaar minder hard gestegen dan in de jaren daarvoor. Het aantal banen groeide vorig jaar met ruim 213.000, driekwart daarvan betrof vaste banen.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in haar jaarlijkse Enquête beroepsbevolking. In 1997 kwamen er 28.000 zogenoemde flex-werkers bij. Daarmee kwam het totaal aantal flexibele arbeidskrachten op 566.000, zo'n tien procent van het totaal aantal werknemers.

Het jaar daarvoor steeg het aantal flex-werkers nog met 61.000, terwijl de totale groei van de werkzame beroepsbevolking in dezelfde periode 124.000 banen bedroeg. Slechts iets meer dan de helft van de groei in 1996 bestond uit vaste banen.

De geregistreerde werkloosheid daalt volgens het CBS veel minder snel dan het aantal banen groeit. Dat komt doordat de beroepsbevolking toeneemt met schoolverlaters en herintredende vrouwen die zich niet bij het arbeidsbureau inschrijven. Het CBS beschouwt mensen als werkloos wanneer ze ingeschreven staan bij het arbeidsbureau en een baan van twaalf uur of meer per week zoeken.

De geregistreerde werkloosheid nam vorig jaar af met 65.000, tot 375.000. Deze afname was procentueel de hoogste daling ooit. Het CBS noemt 1997 dan ook een “topjaar voor de arbeidsmarkt”. Het aantal mensen dat zegt een baan te willen hebben van meer dan twaalf uur per week was in 1997 evenwel ruim eén miljoen. Sommige wetenschappers merken dit cijfer aan als het echte werkloosheidscijfer.

Het totaal aantal mensen met een baan van ten minste twaalf uur, de werkzame beroepsbevolking, kwam in 1997 gemiddeld uit op 6,4 miljoen. In 1994 was dit nog 5,9 miljoen. In drie jaar tijd steeg de werkzame beroepsbevolking dus met een half miljoen mensen.

De arbeidsparticipatie van vrouwen nam in 1997 verder toe. Van de 213.000 nieuwe banen werden er 135.000 door vrouwen vervuld. Daarvan was ongeveer tweederde een deeltijdbaan. De banengroei bij mannen bestond bijna geheel uit voltijdbanen.

Hoewel de werkloosheid onder allochtonen vorig jaar daalde van 28 naar 21 procent, is die nog altijd drie keer zo hoog als onder de autochtone bevolking. Het CBS is gematigd positief over deze ontwikkeling, maar wijst erop dat de situatie “relatief ongunstig” blijft.

Hetzelfde geldt voor mensen die alleen basisonderwijs gevolgd hebben. De werkloosheid onder mensen met alleen basisonderwijs is nog steeds tweemaal zo hoog als die onder de totale beroepsbevolking. Van de middelbaar- en hoogopgeleiden heeft driekwart een betaalde baan.

Ook in 1997 werkte een kwart van alle 55-64 jarigen. Slechts vier procent van de ouderen is werkloos, de meesten hebben definitief de arbeidsmarkt verlaten.