Zelfbewuste Clinton binnen week onttakeld

President Clinton maakte zich vorige week op om zijn critici de mond te snoeren met een spervuur aan initiatieven. Maar aan zijn State of the Union wordt geen belang gehecht door het jongste seksschandaal.

WASHINGTON, 26 JAN. In minder dan een week heeft zich de onttakeling voltrokken van het presidentschap van Bill Clinton. En de kansen dat het proces nog omkeerbaar is, worden met de dag kleiner. Het schip is nog niet gezonken, maar de zeilen zijn gescheurd en de vaart is er uit.

Het nieuwe jaar begon zo veelbelovend voor Clinton. Critici die beweerden dat hij zich meer bekommerde om zijn nieuwe hondje en zijn prestaties op de golfbaan dan om beleid, snoerde hij de mond met een reeks politieke initiatieven. Stonden de Amerikaanse kranten in november en december nog vol met beschouwingen die hem afschilderden als een lame duck, als een president die politiek is uitgespeeld, half januari had hij zijn kracht alweer hervonden.

Bijna dagelijks maakte het Witte Huis nieuwe plannen bekend, die de Republikeinen in het Congres ernstig in het defensief drongen. Het stelsel van ziektekostenverzekering voor ouderen, Medicare, zou worden uitgebreid. Er zou belastingaftrek voor kinderopvang komen, meer geld voor onderwijs en misschien zelfs een verhoging van het minimumloon. En dat alles tegen de achtergrond van een evenwichtige begroting - voor het eerst in een generatie en drie jaar eerder dan voorzien.

Het politieke debat ging zowaar over de vraag hoe een eventueel overschot op de begroting het best besteed kan worden. Met een constant lage inflatie, lage werkloosheid en hoge beurskoersen wekte het geen verbazing dat twee keer zoveel Amerikanen als in 1996 opiniepeilers vertelden dat het land volgens hen op de goede weg is. En ondanks de aanklacht van Paula Jones, die hem beschuldigt van seksuele intimidatie, en het schandaal van de campagnegelden, was de president populairder dan ooit.

Op die ondergrond van tevredenheid en optimisme had Clinton morgenavond op Capitol Hill zijn beleid voor de laatste drie jaar van zijn presidentschap aan het land zullen presenteren. In zijn State of the Union, de jaarlijkse plechtige toespraak tot beide huizen van het Congres, had hij zelfverzekerd het startschot zullen geven voor het nieuwe politieke seizoen, dat in het teken staat van de verkiezingen voor het Congres in november.

Maar die sterke politieke positie is in een paar dagen volledig ondergraven door het schandaal dat woensdag naar buiten kwam, en door het onvermogen van het Witte Huis om de beschuldigingen snel te ontzenuwen. De president heeft weliswaar tegengesproken dat hij een seksuele verhouding met de 21-jarige stagiaire Monica Lewinsky had, en ook dat hij haar aanspoorde om daarover onder ede te liegen, maar zelfs zijn eigen partijgenoten heeft hij met zijn afgemeten reactie niet overtuigd. Hoe kan Clinton morgen spreken over de State of the Union, vraagt men zich in Washington af, als het met zijn eigen geloofwaardigheid zo bedroevend gesteld is?

De ingehouden reacties van de Republikeinen zijn bijna even onheilspellend als de afwachtende houding van de meeste Democraten.

Pagina 5: Vrijwel niemand wenst in te staan voor Clinton

Zelfs de Republikeinse voorman Newt Gingrich, nooit te beroerd voor een felle uithaal naar de president, houdt zich nu aan de gouden regel: kom vooral niet tussenbeide als je politieke tegenstander bezig is zichzelf te gronde te richten. En dus gooien de Republikeinen geen olie op het vuur, waarmee ze alleen maar de indruk zouden wekken dat Clinton het slachtoffer is van een politiek geïnspireerde overval. In plaats daarvan stellen ze zich op als wijze staatslieden, die het land op het hart binden om vooral geen overhaaste conclusies te trekken - in de veilige wetenschap dat het schandaal ook zonder hun hulp wel voortraast.

Van Democratische zijde heeft Clinton in deze crisis, de ernstigste van zijn presidentschap, tot nog toe opmerkelijk weinig steun gekregen. Vrijwel niemand van zijn partijgenoten treedt verontwaardigd naar buiten en zegt: Ik ken deze man, ik sta ervoor in dat al die aantijgingen nergens op gebaseerd zijn. Het probleem is dat men Bill Clinton goed genoeg kent om te weten dat de beschuldigingen op zijn minst waar kúnnen zijn. Alleen enkele trouwe medewerkers van het Witte Huis kwamen gisteren in de politieke discussieprogramma's op de televisie hun president verdedigen, maar ze waren niet gewapend met een verklaring voor de situatie.

Hoe langer de president ervan afziet om zélf op de vele onbeantwoorde vragen in de affaire in te gaan, hoe angstiger de Democraten worden. Vrijwel de enige vooraanstaande politici die onomwonden hun vertrouwen in hem hebben uitgesproken zijn Clintons ministers en senator Edward Kennedy, die gezien zijn eigen verleden misschien niet de meest geloofwaardige getuige is voor Clintons deugdzaamheid.

De Democraten huiveren bij de gedachte dat Clinton zijn laatste drie jaar in het Witte Huis als zwaar aangeschoten wild zal uitzitten. Niet alleen zou dat een verlammend effect hebben op Washington als regeringscentrum en bron van binnen- en buitenlands beleid. Het zou in een meer partijpolitiek perspectief ook fataal zijn voor de vooruitzichten van de Democraten om later dit jaar de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden te heroveren en in het jaar 2000 de presidentsverkiezingen te winnen.

De Democraten herinneren zich ongetwijfeld nog hoe zwaar de kiezers de Republikeinen straften die een kwart eeuw geleden in het Watergate-schandaal tot het laatste moment, en tegen beter weten in, president Nixon bleven steunen. Als Clinton niet snel de lont uit het huidige schandaal haalt zullen zijn partijgenoten, uit puur overlevingsinstinct, gaan zagen aan de poten van zijn stoel. Een snelle wisseling van de wacht en een nieuwe start met Gore als president, die zich vervolgens in functie kan warmlopen voor de verkiezingen van het jaar 2000, is voor hen dan aanzienlijk aantrekkelijker dan opgescheept te zitten met een president in diskrediet. Clintons voormalige stafchef Leon Panetta zei dat dit weekeinde openlijk. Als de beschuldigingen waar zijn, aldus Panetta, is het voor de Democratische Partij beter “dat Gore president wordt en we een nieuwe boodschap en een nieuw individu aan de top hebben”.

Gore zelf houdt zich gedeisd. Zijn eerste openbare reactie gaf hij donderdag in een gesprek met een groepje columnisten: “De president ontkent de beschuldigingen, en ik geloof hem. Bovendien is hij niet alleen de president van het land, maar ook mijn vriend.” Het was een gebaar van steun, maar geen verpletterende verklaring van vertrouwen in de integriteit van zijn vriend. Bovendien wilde Gore zijn steunverklaring kennelijk ook weer niet zoveel bekendheid geven dat hij haar voor de televisiecamera's deed.

Een president die in eigen kring nog maar zo weinig geloofwaardigheid geniet, verkeert - hoe het schandaal ook uitpakt - in hele grote problemen. En daarmee verkeert ook het land in een crisis. Hoe het schandaal de effectiviteit van de president kan aantasten blijkt al in de confrontatie met Irak. Suggesties uit Bagdad dat de kans op een Amerikaanse militaire actie toeneemt, omdat de president daarmee de aandacht van zijn problemen zou willen afleiden, zijn in Washington verontwaardigd van de hand gewezen. Maar alleen al de schijn dat Clinton op welk beleidsterrein dan ook gedreven wordt door de (zeer reële) noodzaak om dit schandaal zo snel mogelijk de kop in te drukken, kan voor de regering een zwaar blok aan het been zijn.

Dit jaar stond er een aantal belangrijke kwesties op Clintons agenda, die zonder energieke steun van een krachtig Witte Huis geen kans maken om door het Congres te komen. Op buitenlands politiek terrein bijvoorbeeld hoopte de president van het Congres toestemming te krijgen om nieuwe handelsakkoorden af te sluiten (de zogeheten fast track-wetgeving). Dit najaar sneuvelde dat voorstel in het Huis van Afgevaardigden, net als de voorstellen voor betaling van achterstallige VN-contributie en steun voor een extra noodfonds van het IMF. De energieke Clinton die begin deze maand het vuur van zijn regering weer had aangeblazen, leek een redelijke kans te maken om het Congres op deze punten toch nog achter zich te krijgen. Maar nu is het lot van deze en andere omstreden beleidsvoorstellen (uitbreiding van de NAVO, verlenging van het militaire mandaat in Bosnië) op zijn best hoogst onzeker.