Werkende klasse

“Wij woonden op een etage van een woningbouwvereniging”, zegt hij. “En als mijn moeder weer een kind kreeg, moesten we naar een grotere woning verhuizen. Dan kwam er zo'n stevig wijf van de vereniging op bezoek dat alle kasten opentrok, onder de bedden keek en de wc inspecteerde om te zien of je wel schoon genoeg was.”

Hij lacht. “Toen ik zelf trouwde had ik al een eigen huis. Op de groei! Mijn vader was knecht bij een grote firma. Hij heeft zijn hele leven op rood gestemd. Een keer kwam hij thuis met een tweedehands Russische grammatica. De Bijbel was voortaan alleen voor mijn moeder. En dan te bedenken dat hij in zijn eigen taal geen zin zonder fouten kon schrijven! Maar wij mochten allemaal verder leren. En wat ik het meest aan mijn ouders waardeer, is dat ik als kind nooit gemerkt heb hoeveel ze zich voor ons hebben ontzegd.

“Toen mijn eigen kinderen groot waren, boden mijn vrouw en ik de ouwetjes een vakantie in de Ardennen aan. Ze waren nog nooit in het buitenland geweest. Uitslapen konden ze niet. Om acht uur zaten we aan het ontbijt. Daarna maakten we een wandelingetje. En dan vroeg ik: 'Pa? Tijd voor een borreltje? En ma? Jij een besje?' Ze protesteerden heftig: 'Maar jongen, het is pas kwart over tien!' 'Nou en?', zei ik. 'Jullie hoeven toch niks?' En dan lieten ze zich overhalen en zaten te giechelen.

“Na de dood van ma heb ik een autootje voor hem gekocht. Daar is hij de koning te rijk mee. De eerste dagen ging hij er al zijn kennissen mee af. En vorig jaar liet ik hem voor zijn verjaardag kiezen waar hij heen wou: Parijs of Moskou? Het werd natuurlijk Moskou. We gingen met zijn tweeën. Maar eerst stak ik hem eens goed in de kleren: bontjas, bontmuts en met bont gevoerde laarzen. Hij stond voor de spiegel en zong de Internationale in het Russisch.

Op naar het Kremlin. Ik had zo'n boekje 'Russisch voor reizigers' gekocht, maar dat hoefde hij niet. Hij gebruikte zijn eigen grammatica. Die droeg hij de hele dag bij zich. In de cafés was dat natuurlijk veel te omslachtig. Daar praatte hij met handen en voeten en gaf rondjes wodka alsof hij er al jaren woonde. Je had ons moeten zien op het Rode Plein. Hij vroeg mij, hem daar te fotograferen , zodat ze er in Amsterdam niet aan zouden twijfelen of hij er echt geweest was. En het begon nog te sneeuwen ook!''