Weekend

Was bij de NK Zaalhockey in Nijmegen. Niet in bestuursfunctie, maar gewoon als moeder van Marije. Dat heet liefde. In mijn geval zeker. Ben namelijk absoluut geen indoortype. Sport moet buiten. Lucht. Frisse lucht. In zo'n hal vind je alleen maar stinksporters.

Het begint al als je binnenkomt. Volleybalgeur. Handbalmufheid. Let ook op de beheerder van zo'n complex. Zo'n uitgeslagen marsenverkoper. Brommertype. Zundappje noemden wij zo iemand in mijn jeugd.

Het ergste van zaalhockey is dat snerpende fluitje. Om de seconde. Het fluitje en het wisselen. Fluiten en wisselen. Daarbij interesseert dat hele zaalhockey niemand echt. Ook dit was weer een Mickey Mouse-kampioenschap. Spek en bonen, zeiden we vroeger. Het woord 'steunkousencup' hoorde ik gister. Bij de dames won Hilversum. Dat zegt in hockeykringen genoeg. Meer dan genoeg zelfs.

Zaterdag was ik ook al in een hal. Met onze middelste. Indoortenniscompetitie. Mijn Herman noemt mij 's winters steevast 'Annie Hall'. Da's zijn humor. Hij weet hoe ik het haat.

De haperende grasmat van het Gelredome is symbolisch. In de Arena worden de plaggen met geweld naar binnengebracht en gaan meteen dood, maar bij ons in het oosten mag het gras nog kiezen. En wat wil gras? Precies! Ondertussen heb ik weer drie nachten dat fluitje in mijn hoofd. Dan is het woensdag en mag ik weer. Met onze jongste in de chloordampen van de zwemles en ook daar dat fluitje. Dat verschrikkelijke fluitje.