Vertrouwen producenten onder druk van Azië-crisis omlaag

ROTTERDAM, 26 JAN. Het vertrouwen van de Nederlandse industrie in de toekomst is vorige maand gedaald, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgesteld. De ondernemers verwachten voor het eerste kwartaal van 1998 een minder sterke groei van de bedrijvigheid dan in die periode gebruikelijk is. Voornaamste oorzaak daarvan is, aldus het CBS, de Azië-crisis.

De gegevens over het producentenvertrouwen die het CBS publiceert geven de stemming van ondernemers in de industrie weer. De indicator is opgebouwd uit drie factoren: verwachte bedrijvigheid, het oordeel van ondernemers over de orderpositie en het oordeel over de voorraad gereed product. Het producentenvertrouwen als geheel komt in december uit op 4,3. Dat cijfer geeft in procentpunten het verschil weer tussen het aantal positief gestemde en het aantal negatief gestemde ondernemers. In de eerste helft van 1997 schommelde het cijfer tussen de 3 en 4. Daarna liep het op tot in november het hoogste niveau ooit werd bereikt: 7,7. De daling van de afgelopen maand brengt het producentenvertrouwen weer terug op het niveau van begin vorig jaar.

De stemming van de producenten over de verwachte bedrijvigheid is voor het eerste kwartaal van dit jaar in december weliswaar positief (+5), maar het cijfer is een lager dan het gemiddelde van 1997 (+10). De industriële ondernemers rekenen op een grotere afzet van consumptiegoederen en kapitaalgoederen. Over de verwachte afzet van halffabrikaten zijn ze pessimistischer; het verschil tussen positief en negatief gestemde ondernemers is -4. Ten opzichte van de voorgaande maand is volgens CBS-onderzoeker W. de Goede sprake van “een ongekend forse daling”. Hij vermoedt dat de Azië-crisis hierbij een belangrijke rol speelt. Nederlandse halffabrikaten zijn vooral voor export bedoeld.