Toename van vier procent; Stijging aantal bèta-studenten bij universiteit

ROTTERDAM, 26 JAN. Voor het eerst sinds 1991 is het aantal eerstejaarsstudenten techniek en natuurwetenschappen aan de universiteiten gestegen. Dit blijkt uit cijfers die het CBS vanmorgen heeft gepubliceerd over het aantal studenten dat per 1 december studeerde aan een Nederlandse universiteit.

Vorig studiejaar begonnen 6.600 studenten aan een bèta-studie, afgelopen augustus waren dat er 7.000, een stijging met zeven procent. In 1991 waren er nog 8.400 eerstejaars bij deze studies. Ook het totaal aantal eerstejaars aan de universiteiten is voor het eerst in zes jaar toegenomen, met vier procent. Alleen de sector taal en cultuur kende een kleine daling, met 3 procent. Het aantal rechten-eerstejaars bleef gelijk. De Universiteit van Maastricht kende de grootste stijging: 21 procent. Het aantal eerstejaars in Leiden daalde met drie procent. Het aantal HBO-eerstejaars is met een procent gestegen. Het totaal aantal universitaire studenten is gedaald, met drie procent tot 159.500, voornamelijk omdat studenten tegenwoordig sneller afstuderen.

Minister Ritzen van onderwijs zei vanmorgen verheugd te zijn over stijgende belangstelling voor de technische studies. “Ik ben ook blij dat die stijging niet ten koste gaat van de natuurwetenschappelijke studies. Kennelijk doet de aantrekkende arbeidsmarkt zijn werk.” De stijging van het aantal bèta-studenten komt voor bijna de helft voor rekening van de (technische) informaticastudenten, wier aantal met 25 procent is gestegen (met 176 tot 871 studenten). Maar ook bij andere grote studies zoals civiele techniek en bouwkunde steeg het aantal eerstejaars. Bij wiskunde bleef het aantal ongeveer gelijk, maar scheikunde nam toe met vier procent. Technische bedrijfskunde steeg met zes procent.

De stijging van het aantal eerstejaarsstudenten, van 27.900 tot 29.100, is een belangrijke breuk met de dalende trend sinds 1992. Opvallend is het stijgende aantal eerstejaars dat niet direct na het VWO-eindexamen is gaan studeren: van 3.000 tot 3.300, bijna een kwart van de totale stijging. Volgens de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteit zou dit kunnen betekenen dat veel scholieren die wegens de bezuinigingen op de studiefinanciering aarzelden om te gaan studeren dit alsnog zijn gaan doen.