Stockhausens Inori: religieus en lichtend spiritueel

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös m.m.v. Alain Louafi en Kathinka Pasveer, dans-mime. Karlheinz Stockhausen: Inori. Gehoord: 24/1 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4: 3/3 20.02 uur.

Op de affiches voor het Matineeconcert dat zaterdag in zijn geheel was gewijd aan Stockhausens Inori, Aanbiddingen voor twee solisten en orkest prijkte een foto van Kathinka Pasveer in de rol van mime, de ogen gesloten, de handen gevouwen in gebedspose.

Eenmaal op een hoge stellage op het podium in het Concertgebouw plaatsgenomen met haar partner, de Marokkaan Alain Louafi uit de school van Maurice Béjart (gevraagd voor de eerste uitvoering), bleken al die gebedsgesticulaties rijk aan betekenis. Soms direct herkenbaar wanneer men plotsklaps het hoofd zijdelings naar het orkest toewendde, want dat stond voor absolute stilte. Of wanneer men de hand naar de oorschelp bracht, wat een echo aankondigde.

Onder het danspodium trilden dan de Japanse tempelbellen lang na. Maar ook in het groot speelt in Inori het begrip 'echo' een belangrijke rol. De vorm wordt bepaald door delen als 'ritme', 'dynamiek', 'melodie', 'harmonie' en 'polyfonie', terwijl elk deel weer is uitgewerkt in onderdelen als 'genesis', 'evolutie' en 'echo'. Zijn de bewegingen een enkele maal te begrijpen, zoals het heffen van de handen wanneer de toonhoogte opschuift, houdt het daarmee ook op en begint een abstracte systematiek die alleen te lezen valt. De gestes zijn gekoppeld aan tonen, dynamische nuances en tijdswaarden.

De partituur voor de solisten met een uitleg over bovenstaande relaties kan door één zangsolist - in feite in de vorm van een lezing - als een op zichzelf staande compositie worden uitgevoerd. Ook is het mogelijk om de bidgebaren door een instrument te laten klinken. Het eerste is wel eens gebeurd, het tweede nog niet eerder, maar de componist sluit die mogelijkheid nadrukkelijk niet uit!

Dit alles kwam niet uit de lucht vallen. In 1973-'74 ontstond Inori (Japans voor gebed, aanroeping of aanbidding), volgend op Alphabet für Liège waarvan het laatste deel is getiteld Mit Tönen beten. Alle bewegingen van de zangers zijn hier vastgelegd, tot het knipperen van de ogen toe. Er zijn meer componisten die geïnteresseerd zijn in bewegingen van musici en in het visueel maken van muziek, maar niet een gaat daarmee zo rigoreus om als Stockhausen.

Voor Stockhausen geldt dat elk werk een vernieuwend aspect moet kunnen tonen en Inori heeft in dit opzicht meer te bieden. Zoals hij in Kontra-Punkte de enkelvoudige toon en toongroep aanpakte, in Zeitmass de tijd en in Gruppen de tempi, is hier de dynamiek uitzonderlijk uitgewerkt. Niet dat er een zestigtal gradaties zijn vind ik bijzonder, wel de manier waarop ze aan het ensemble zijn gekoppeld. Stockhausen en het begrip koppeling zijn één. De eerste dynamische gradatie wordt bepaald door één fluit die pianissimo speelt, de tweede door twee fluiten pianissimo, de derde door één klarinet en één viool pianissimo en zo door tot en met de laatste gradatie voor het gehele orkest dat fortissimo speelt. De aanvoerders zitten achteraan, wat samenhangt met een systeem waarbij Stockhausen wil dat zowel het sterker als het zachter worden van de klank direct wordt ervaren naar het publiek toe of van het publiek af. Een uitgekiende orkestopstelling maakt dit alles mogelijk.

Merkwaardig: hoe gedetailleerd ook alles is uitgewerkt, Inori maakt een statisch strenge, plechtig sonore indruk. Dat komt omdat toch het belangrijkste aandeel voor het oor van de lage metalen klankplaten afkomstig is en het donkere koper ook al een belangrijk woordje meespeelt. Pas na een klein half uur wordt de muziek iets beweeglijker, maken melodieën zich los als in het water verschietende kikkervisjes en zo beleven we in deze zwemmerige muziek de geboorte van achtereenvolgens melodie, harmonie en polyfonie.

“Het essentiële van mijn muziek is steeds religieus en spiritueel”, verklaarde Stockhausen eens en als dat ergens duidelijk wordt dan in Inori, waarin muzikale veranderingen ervaren kunnen worden als gebeden, althans wanneer men daar gevoelig voor is.

Tekent een gebed een intiem moment, wie wel eens een reportage zag van biddende pelgrims binnen de heilige ringmuren van de grote moskee in Mekka, weet dat een aantal decibels kan oplopen. Stockhausen combineert bidgebaren in alle religies conform zijn steeds terugkerende droom over een muziek die de gehele aarde omspant. Men kan dit mythomaan vinden, maar deze houding levert wel degelijk lumineuze en fascinerende klankreizen op!

De uiterst geconcentreerde uitvoering van prachtig synchroon biddende solisten en een geïnspireerd orkest, met bovendien een opmerkelijke bijdrage van pianiste Ellen Corver - was in één woord gedenkwaardig. Terugreizend in de tram trilden de bronzen klanken nog lang bij mij na en overal zag ik posters van devote vrouwen met gevouwen handen, of was het verbeelding? Het zullen wel de 'oprispingen' van de rails en de reclameposters van Kotex zijn geweest.